Met Onder anderen bevindt Johan Anthierens zich opnieuw op het terrein waarop hij misschien wel het meest herkenbaar is: de kroniek. De bundel verscheen in 1978 en bevat vijftien onvoorspelbare kronieken die eerder in Knack verschenen. Het boek werd uitgegeven door Lannoo en telt 169 pagina’s. De omslag werd ontworpen door Jan Vanriet.
De titel is goed gekozen. Anthierens schrijft niet vanuit één vast onderwerp en volgt evenmin een strak betoog. Hij springt van observatie naar observatie en laat zich leiden door wat hem onderweg opvalt. Een alledaags voorval kan uitgroeien tot een beschouwing over menselijk gedrag, terwijl een maatschappelijk onderwerp aanleiding wordt voor een ironische of satirische uitweiding.
Die onvoorspelbaarheid is precies wat de bundel aantrekkelijk maakt. Anthierens was geen journalist die zich beperkte tot het doorgeven van feiten. Hij wilde de werkelijkheid interpreteren, er een persoonlijke draai aan geven en vooral zichtbaar maken wat volgens hem onder de oppervlakte speelde. Zijn kronieken zijn daardoor tegelijk journalistiek en literair.
De bundel sluit aan bij zijn eerdere De flauwgevallen priester op mijn tong uit 1976 en vormt samen met Vlerk in vogelvlucht uit 1981 een belangrijke vroege fase in zijn schrijverschap. In deze periode ontwikkelde Anthierens zijn karakteristieke stem verder: scherp, geestig, eigenzinnig en sterk gericht op taal. Zijn wekelijkse kroniek in Knack was inmiddels een belangrijk onderdeel van zijn reputatie geworden. In 1975 ontving hij voor die kronieken zowel de Yang-prijs als de prijs van het tijdschrift Heibel.
Wat vooral opvalt, is dat Anthierens zichzelf nooit volledig buiten zijn teksten probeert te houden. Zijn persoonlijkheid zit overal in. Hij kijkt niet als een neutrale waarnemer naar de wereld, maar als iemand die voortdurend reageert, zich verwondert, ergert, amuseert en soms verbaast. Dat maakt zijn kronieken herkenbaar als werk van één auteur, ook wanneer de onderwerpen sterk uiteenlopen.
Zijn gevoel voor taal speelt daarbij een grote rol. Anthierens houdt van onverwachte formuleringen en ironische wendingen. De ernst van een onderwerp kan plots worden doorbroken door humor, terwijl een ogenschijnlijk luchtige observatie onverwacht een scherpe maatschappelijke conclusie krijgt. Dat voortdurende schakelen tussen licht en ernstig zou een van de kenmerken van zijn latere werk blijven.
Interessant is ook de visuele aanvulling van het boek. Onder anderen bevat naast de kronieken een aantal zwart-witfoto’s. De omslagtekening is van Jan Vanriet. Daardoor krijgt de bundel iets meer het karakter van een samengesteld tijdsbeeld dan van een eenvoudige verzameling columns.
Voor een hedendaagse lezer heeft het boek bovendien een zekere historische waarde. De teksten ontstonden in de tweede helft van de jaren zeventig en ademen onvermijdelijk de maatschappelijke en culturele sfeer van die periode. Sommige verwijzingen zijn daardoor tijdgebonden. De manier waarop Anthierens naar mensen, media en maatschappelijke conventies kijkt, blijft echter veel minder gedateerd.
Onder anderen is vooral interessant omdat hier de schrijver zichtbaar wordt die later verschillende richtingen zou uitgaan. De polemist van Het Belgische domdenken, de interviewer van Onmogelijke interviews, de Elsschot-bewonderaar van Het Ridderspoor en de chroniqueur van Ooggetuige zijn hier al in aanleg aanwezig.
Het station
Nirwana
Salami
Een geschiedenis van België
De bewaker
Tabac
De Hit Encyclopedie
De spooktreinmoorden
De Repair Club
Ierland
Gastvrijheid
Louis Couperus
Roger De Vlaeminck
Veel mensen dromen niet van schrijven, ze dromen van auteur zijn
Het behouden huis
Villa des Roses
Fluisteringen van vergeten zand
De kille Kempen
Vlaamse vergezichten
Geld als water
Panic Room
De meester en Margarita