Met Ooggetuige krijgt Johan Anthierens een monumentale bundel waarin zijn journalistieke werk opnieuw tot leven komt. Het boek verscheen in 2005 als het tweede deel van Niemands meester, niemands knecht, na Leve mij, dat vooral zijn autobiografische teksten verzamelde. Ooggetuige richt zich op zijn journalistieke nalatenschap. De selectie werd samengesteld door Brigitte Raskin in samenwerking met Karel Anthierens.
Het resultaat is een bijzonder omvangrijke bundel van ruim zevenhonderd pagina’s. De teksten zijn afkomstig uit de periode 1959-1999 en verschenen oorspronkelijk in verschillende Vlaamse en Nederlandse kranten en tijdschriften. Anthierens schreef over radio, televisie, pers, showbusiness, variété en kleinkunst, maar ook over literatuur, politiek en maatschappelijke ontwikkelingen.
Juist die breedte maakt Ooggetuige zo interessant. Anthierens was geen journalist die zich tot één onderwerp beperkte. Hij kon met dezelfde scherpe blik een televisieprogramma beoordelen, een maatschappelijk verschijnsel fileren of een schrijver en diens werk portretteren. Onder de kunstenaars die in de bundel aan bod komen, bevinden zich onder anderen Georges Brassens, Guy Béart, Jacques Brel, Léo Ferré, Louis Paul Boon, Hugo Claus, Willem Elsschot en Karel van de Woestijne.
De titel is goed gekozen. Anthierens was in de eerste plaats een waarnemer. Hij keek naar zijn tijd en noteerde wat hem opviel. Daarbij was hij allesbehalve een afstandelijke verslaggever. Zijn stukken zijn persoonlijk, eigenzinnig en vaak uitgesproken kritisch. De journalist spaart mensen en instellingen niet wanneer hij vindt dat daar aanleiding toe is.
Tegelijkertijd is Anthierens niet uitsluitend de polemist. In zijn stukken over literatuur en kunst verschijnt een andere kant van hem. Dan verdwijnt de scherpe criticus soms naar de achtergrond en komt de liefhebber naar voren. Hij heeft aandacht voor een goed woord, een rake formulering en een geslaagd kunstwerk. Die combinatie van kritische onafhankelijkheid en liefde voor taal geeft zijn journalistiek een eigen karakter.
Interessant is ook hoe goed veel van deze teksten de tand des tijds hebben doorstaan. Natuurlijk zijn sommige onderwerpen onlosmakelijk verbonden met de actualiteit van hun tijd. Toch blijft Anthierens’ manier van kijken vaak relevant. Hij schrijft over macht, politiek, cultuur, media en menselijke eigenaardigheden, thema’s die niet snel verdwijnen.
Daarbij moet de lezer rekening houden met het feit dat Ooggetuige geen wetenschappelijke editie van zijn journalistieke werk is. De samenstellers hebben de oorspronkelijke teksten geselecteerd, soms ingekort en waar nodig aangepast aan de huidige spelling. Verwijzingen naar tijdelijke actualiteit zijn geschrapt. De oorspronkelijke vindplaats en publicatiedatum zijn wel vermeld.
Dat redactionele werk is begrijpelijk, zeker bij een nalatenschap die uit duizenden pagina’s bestaat. Tegelijkertijd maakt het duidelijk dat Ooggetuige geen volledige verzameling is. Het is een zorgvuldig samengestelde bloemlezing die vooral wil laten zien hoe veelzijdig Anthierens als journalist was.
Wat uiteindelijk het meest overeind blijft, is zijn stem. Anthierens schrijft met een grote stilistische alertheid en een sterk ontwikkeld gevoel voor taal. Hij kan scherp zijn zonder uitsluitend bitter te worden en geestig zonder zijn onderwerpen te bagatelliseren. Achter de journalistieke bravoure schuilt bovendien een schrijver die zichtbaar plezier beleeft aan woorden.
Alles komt goed
De Hit Encyclopedie
Dood in Berlijn
Bach dag na dag
Yalla
WinWin
Snijpunt
Istanbul
Teflonbaby
Queer geschiedenis van Nederland
Nacht in Parijs
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Baltische zielen
De cartograaf en de wereld
Aesopus
Black-out
Geheimen van de zee
Los
Het rampzalige bezoek aan de dierentuin
Waarom vertrouwen we dikke boeken meer?
Animal Farm
Democratie zonder politiek?
Mrs Dalloway