Op weg naar het einde is het boek waarmee Gerard Reve definitief zijn eigen stem vond en tegelijk de Nederlandse literatuur ingrijpend veranderde. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt — de vermenging van autobiografie, ironie, religieuze extase, homoseksualiteit en alledaagse banaliteit — was begin jaren zestig ronduit ontregelend. Reve schreef hier geen traditionele roman, maar een hybride vorm van reisbrieven, beschouwingen, bekentenissen en groteske fantasieën waarin het onderscheid tussen ernst en parodie voortdurend vervaagt.
De titel klinkt programmatisch, en dat is ze ook. Op weg naar het einde draait volledig rond sterfelijkheid, verval en het besef van menselijke eindigheid. Maar Reve benadert die thematiek niet met filosofische plechtigheid. Integendeel: hij combineert existentiële wanhoop met humor, kitsch, seksuele fantasieën en een bijna provocerende huiselijkheid. Juist die botsing tussen het verhevene en het banale maakt het boek zo uniek.
De verteller — duidelijk herkenbaar als Reve zelf — reist, observeert, fantaseert en schrijft brieven vanuit verschillende locaties, waaronder Engeland en Spanje. Maar de uiterlijke gebeurtenissen zijn uiteindelijk minder belangrijk dan de stem waarmee ze verteld worden. Met Op weg naar het einde creëert Reve zijn beroemde literaire persona: ironisch, melancholisch, exhibitionistisch, geestig en tegelijk oprecht verlangend naar liefde, troost en verlossing.
Wat het boek zo bijzonder maakt, is de radicale ambiguïteit ervan. Reve schrijft voortdurend op de grens tussen ernst en spel. Wanneer hij religieuze gevoelens beschrijft, weet de lezer nooit volledig of hij een mysticus, een ironicus of beide tegelijk aan het woord hoort. Die dubbelzinnigheid veroorzaakte destijds veel verwarring, maar vormt precies de kern van zijn literatuur. Reve begrijpt dat moderne spiritualiteit nauwelijks nog mogelijk is zonder ironie.
De homoseksualiteit die openlijk aanwezig is in het boek, gaf Op weg naar het einde bovendien een historische betekenis. Reve schreef over verlangen tussen mannen op een manier die tegelijk lichamelijk, geestig en existentieel geladen was. Hij presenteerde homoseksualiteit niet als sociaal probleem of psychologische afwijking, maar als integraal onderdeel van zijn zoektocht naar intimiteit en betekenis. Dat maakte het boek baanbrekend binnen de Nederlandstalige literatuur.
Stilistisch behoort Op weg naar het einde tot het meest herkenbare proza uit de twintigste eeuw. Reve ontwikkelt hier zijn typische cadans: lange plechtige zinnen die plots omslaan in platheid, ironie of huiselijke banaliteit. Hij combineert archaïsche formuleringen met volkse spreektaal en religieuze retoriek met triviale observaties. Dat procedé had gemakkelijk geforceerd kunnen worden, maar Reve beheerst het volledig. Zijn stijl klinkt tegelijk theatraal en intiem.
Onder de humor schuilt echter een diepe melancholie. Het boek ademt een voortdurend gevoel van eenzaamheid en verlangen. Reve schrijft over seks, drank, reizen en dagelijkse routines, maar telkens opnieuw duikt de angst op voor leegte en betekenisloosheid. De beroemde ironie van Reve blijkt uiteindelijk een verdedigingsmechanisme tegen existentiële wanhoop.
Interessant is ook hoe sterk Op weg naar het einde over schrijverschap zelf gaat. Reve creëert zichzelf in taal terwijl hij tegelijk voortdurend twijfelt aan de authenticiteit van die constructie. De schrijver wordt personage, de bekentenis wordt performance. Dat maakt het boek verrassend modern. Veel hedendaagse autofictie bouwt voort op technieken die Reve hier al intuïtief toepaste.
Binnen het oeuvre van Gerard Reve vormt Op weg naar het einde een beslissend kantelpunt. De vroege somberheid van De avonden maakt hier plaats voor een veel uitbundiger en persoonlijker schrijverschap. Tegelijk ontstaan de grote thema’s die zijn latere werk zouden domineren: religie, schuld, erotiek, dood en het verlangen naar overgave.
Wat het boek blijvend relevant maakt, is dat Reve weigert te kiezen tussen spot en ernst. Hij toont een moderne mens die verlangt naar transcendentie maar tegelijk weet dat elk verlangen besmet is door ironie en zelfbewustzijn. Dat spanningsveld maakt Op weg naar het einde niet alleen literair belangrijk, maar ook existentieel herkenbaar.
Meer dan zestig jaar later blijft het boek opmerkelijk levend. Niet omdat het schokkend is gebleven, maar omdat Reve erin slaagde iets fundamenteels bloot te leggen: de menselijke behoefte aan liefde, ritueel en betekenis in een wereld waarin men nauwelijks nog weet hoe men ernstig moet geloven.
Flaneren kun je leren
Baltische zielen
De ondergang van Rome
Zonnehuis
Gezicht van het kwaad
Minnaar tegen elke prijs
Einde van een lied
Schaduw van verlangen
In gesprek met een lijk
Levende wezens
De bewaker
Meesterlijk
Leve mij
De verovering van België
Waarom vertrouwen we dikke boeken meer?
De graffitimoorden
Ten oosten van Eden
De blinde huurmoordenaar
Cees Nooteboom
Het ultieme geheim
De huisvriend
De grote schoonmaak