Een klein gouden kruisje vormt het uitgangspunt voor Oscar Wilde’s crucifix, maar Maarten Asscher maakt er iets veel groters van. In deze bijzondere biografische vertelling onderzoekt hij een onopgelost detail uit het jonge leven van Oscar Wilde: het kruisje dat Wilde in 1876, toen hij student in Oxford was, cadeau gaf aan Florence Balcombe, zijn eerste grote liefde. Twee jaar later trouwde Florence onverwacht met Bram Stoker, de latere schrijver van Dracula.
Dat gegeven heeft alles in zich voor een klassieke biografische anekdote, maar Asscher wil verder gaan. Het kruisje wordt een soort toegangssleutel tot een periode waarin Wilde nog niet de beroemde schrijver en flamboyante persoonlijkheid was die hij later zou worden. Asscher volgt hem in zijn jonge jaren en kijkt naar de gebeurtenissen die bijdroegen aan de ontwikkeling van de kunstenaar die Wilde uiteindelijk zou worden.
Daarbij ontstaat een merkwaardige driehoek. Wilde, Florence Balcombe en Bram Stoker zijn historisch met elkaar verbonden, maar de precieze betekenis van hun onderlinge verhouding laat zich niet volledig reconstrueren. Asscher maakt juist van die lacunes zijn onderwerp. Waar de bronnen ophouden, begint de verbeelding.
Dat maakt Oscar Wilde’s crucifix nadrukkelijk geen traditionele biografie. De ondertitel, Een biografisch experiment, is daarom belangrijk. Asscher beweegt voortdurend tussen gedocumenteerde geschiedenis en literaire reconstructie. Volgens de beschrijving van het boek gebruikt hij bestaande Wilde-studies en historische feiten, maar vult hij de onbekende gedeelten aan met verbeelding.
Die aanpak is interessant omdat Asscher de grens tussen waarheid en fictie niet probeert te verbergen. Integendeel: juist het zichtbaar maken van die grens vormt een belangrijk onderdeel van het boek. De lezer wordt daardoor gedwongen zich af te vragen waar biografie eindigt en literatuur begint.
Het kruisje zelf is daarbij een uitstekend motief. Het is een klein voorwerp, maar het draagt een enorme hoeveelheid mogelijke betekenissen in zich. Het was een liefdesgeschenk, maar ook een voorwerp dat de verbinding tussen drie levens symbolisch zichtbaar maakt. Het roept bovendien vragen op die waarschijnlijk nooit volledig te beantwoorden zijn: waarom gaf Wilde het aan Florence? Wat betekende zij voor hem? Waarom trouwde zij met Stoker? En wat gebeurde er met het kruisje?
Asscher behandelt die vragen als een detective. De historische werkelijkheid levert de aanwijzingen, terwijl de schrijver probeert de ontbrekende stukken in te vullen. Dat geeft het boek een prettig speels karakter. Het is geen droge reconstructie van data en feiten, maar een literaire speurtocht.
Tegelijkertijd gaat het boek over meer dan de liefdesgeschiedenis. Asscher gebruikt het kruisje als scharnierpunt om Wildes ontwikkeling als kunstenaar te onderzoeken. Zo komen onder meer zijn reis naar Griekenland en zijn latere reis door Amerika aan bod. Ook ontmoetingen met figuren als Walt Whitman en Arthur Conan Doyle krijgen een plaats in het verhaal.
Vooral de verbinding met Bram Stoker is intrigerend. De latere auteur van Dracula bevindt zich aanvankelijk in dezelfde Victoriaanse wereld als Wilde en Florence. Asscher gebruikt die historische nabijheid om nieuwe verbanden te leggen tussen Stokers leven en zijn latere verbeeldingswereld. Het kruisje wordt daarmee niet alleen een relikwie uit Wildes jeugd, maar ook een ingang naar de wereld waarin Dracula kon ontstaan.
Daarbij neemt Asscher aanzienlijke literaire vrijheid. Een fictieve oplossing voor het raadsel van het kruisje wordt zelfs geleverd door Sherlock Holmes. Dat is een gewaagde keuze, maar ze past precies bij het uitgangspunt van het boek. Asscher doet immers niet alsof hij een definitief historisch antwoord kan geven. Hij laat zien wat literatuur kan doen met een gat in de historische kennis.
Dat is waarschijnlijk ook het interessantste idee achter het boek. Biografieën wekken vaak de indruk dat een leven volledig te reconstrueren valt wanneer er maar genoeg brieven, documenten, foto’s en getuigenissen beschikbaar zijn. Asscher laat zien dat er altijd witte plekken blijven bestaan. De biograaf kan die plekken accepteren, maar kan ze ook gebruiken als ruimte voor verbeelding.
Daarmee wordt Oscar Wilde’s crucifix uiteindelijk ook een reflectie op het genre biografie zelf. Hoe vertel je het leven van iemand wanneer je nooit alles kunt weten? Wanneer wordt een plausibele reconstructie een verzinsel? En kan fictie soms dichter bij een menselijke waarheid komen dan een opsomming van controleerbare feiten?
Asschers fascinatie voor Wilde is duidelijk voelbaar. Dat werkt in het voordeel van het boek, omdat hij niet alleen geïnteresseerd is in de bekende publieke figuur, maar juist in de jonge Wilde die nog gevormd moet worden. De zoektocht naar het kruisje wordt daardoor ook een zoektocht naar de oorsprong van een kunstenaarschap.
De stijl is licht en toegankelijk. Het boek leest eerder als een literaire speurtocht dan als een academische studie. Dat maakt het ook geschikt voor lezers die weinig voorkennis over Wilde hebben. Tegelijkertijd blijft de historische achtergrond belangrijk genoeg om het verhaal meer gewicht te geven dan een vrijblijvende fantasie.
Er zit bovendien een zekere ironie in de onderneming. Wilde was zelf een meester van stijl, paradox en pose. Een auteur die zijn jonge leven probeert te reconstrueren met behulp van zowel feiten als verbeelding lijkt daardoor bijna vanzelfsprekend een passende benadering te kiezen. Asscher probeert Wilde niet alleen te beschrijven, maar schrijft een boek dat in zekere zin iets van Wildes eigen spel met werkelijkheid en kunst overneemt.
Cum fraude
Tox
Alles komt goed
22 banen
De dood in Venetië
Komt een vrouw bij de dokter
Teflonbaby
Dagboek 1933
De stad
Bach dag na dag
Zwaluwstaarten
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Nachtvlucht
De aanslag op Napoleon
Johnny Coconut
Ik ben een New Yorker
Zangeres op Zanzibar
Beduveld
De geheime tuin
Schaduwzuster
Sommige auteurs bouwen vooral aan hun imago
Sprokkelaars
Geesten van Boedapest