Bart De Wever is geen schrijver die omzichtig om zijn onderwerp heen cirkelt. In Over welvaart kiest hij voor een directe inzet: welvaart is geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van keuzes, structuren en – vooral – cultuur. Het boek leest daardoor minder als een traditionele politieke publicatie en meer als een poging tot ordening, bijna een intellectuele verantwoording van een wereldbeeld dat al langer impliciet aanwezig is in zijn publieke optreden.
De Wever vertrekt vanuit een klassiek uitgangspunt: welvaart ontstaat waar instituties stabiel zijn, waar eigendom beschermd wordt en waar arbeid loont. Het zijn geen nieuwe gedachten, maar hij presenteert ze met een zekere helderheid en samenhang die in het politieke debat vaak ontbreekt. Wat opvalt, is zijn nadruk op verantwoordelijkheid. Niet alleen die van de overheid, maar ook die van het individu. In die zin is Over welvaart evenzeer een moreel als een economisch betoog.
Toch zit de spanning van het boek elders. De Wever schrijft niet in het luchtledige; zijn analyse is onmiskenbaar ingebed in een Vlaams en breder Westers referentiekader. Dat geeft het werk tegelijk zijn kracht en zijn beperking. Waar hij overtuigt in het schetsen van historische lijnen – de opkomst van markteconomieën, de rol van de Verlichting – wordt het minder scherp wanneer de complexiteit van de hedendaagse globalisering zich aandient. Daar neigt het betoog soms naar versimpeling, alsof de wereld zich nog laat lezen in de schema’s van vroeger.
Stilistisch is het boek verzorgd, soms zelfs elegant. De Wever schrijft met een zekere eruditie, maar vermijdt grotendeels het academische jargon. Dat maakt het toegankelijk, al sluipt er af en toe een retorische nadruk in die eerder overtuigt dan onderzoekt. Het is geen twijfelend boek. Het wil helder zijn, sturend bijna, en precies daarin ligt ook een zekere rigiditeit.
Wat uiteindelijk blijft hangen, is niet zozeer een nieuw inzicht, maar een herbevestiging. Over welvaart is geen boek dat de lezer ontregelt, maar een dat bestaande overtuigingen ordent en versterkt. Voor wie De Wever volgt, zal het aanvoelen als een consistente verdieping. Voor wie kritischer leest, biedt het voldoende aanknopingspunten om het debat net verder te openen.
Het boek toont vooral dat ideeën over welvaart nooit neutraal zijn. Ze dragen altijd een visie op mens en samenleving met zich mee. De Wever maakt die visie expliciet, en dat is op zich al verdienstelijk. Of men ze deelt, is een andere kwestie.
Johnny Coconut
On my watch
De meeste mensen deugen
Eén vierkante kilometer ellende
Ik denk dat het zal regenen als ik doodga
Coudenberg
Retour Pretoria
Dagboek 1933
Naspel
Zonnehuis
Weekdier
Wat je moet weten om het Midden-Oosten te begrijpen
Ik, Jan Cremer 2
Harry Potter en de Steen der Wijzen
De nazaten
Marcel
Het onmogelijke verlangen van de poëzie
Dodeman
Ik, Jan Cremer
Zolang er leven is
Filip Osselaer
Orchis Militaris