Paul van Ostaijen leefde slechts tweeëndertig jaar, maar wist in die korte tijd een blijvend spoor in de Nederlandstalige literatuur te trekken. In Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen probeert Matthijs de Ridder niet alleen het leven van de dichter te reconstrueren, maar ook de wereld waarin dat leven zich afspeelde. Het resultaat is een omvangrijke biografie die tegelijk een cultuurgeschiedenis en een portret van een artistieke generatie wil zijn. De jury van de Boon Literatuurprijs omschreef het boek treffend als een levensbeschrijving én cultuurgeschiedenis, een tijdsdocument en een spiegel voor de eigen tijd.
Van Ostaijen verschijnt bij de Ridder niet als de statische literaire grootheid die hij achteraf is geworden, maar als een jonge man die midden in een turbulente Europese geschiedenis staat. Antwerpen, de Eerste Wereldoorlog, het activisme, Berlijn, het expressionisme en dadaïsme vormen geen losse achtergronden, maar bepalen voortdurend zijn ontwikkeling als schrijver en als mens. De Ridder laat zien hoe sterk van Ostaijens literaire experimenten verbonden waren met zijn overtuiging dat kunst niet los kon worden gezien van de maatschappij.
Dat is een van de sterkste aspecten van de biografie. Van Ostaijens vernieuwingsdrang wordt niet beperkt tot zijn bekende gedichten. De Ridder volgt hem door verschillende artistieke en intellectuele milieus en laat zien dat hij telkens opnieuw probeerde bestaande vormen open te breken. De uitgever vat het kernachtig samen: ieder genre dat van Ostaijen aanpakte, probeerde hij opnieuw uit te vinden.
Daarbij krijgt ook de politieke van Ostaijen ruime aandacht. Zijn activistische periode tijdens de Eerste Wereldoorlog is essentieel om zijn latere ontwikkeling te begrijpen. De Ridder probeert die politieke betrokkenheid niet weg te poetsen omdat van Ostaijen inmiddels vooral als modernistisch dichter wordt bewonderd. Tegelijkertijd reduceert hij de schrijver niet tot zijn politieke keuzes. De biografie maakt juist zichtbaar hoe ingewikkeld de verhouding tussen politiek, kunst en persoonlijke overtuiging bij van Ostaijen was.
De vlucht naar Berlijn vormt vervolgens een belangrijk keerpunt. Daar komt van Ostaijen in aanraking met het expressionisme en de dadaïstische avant-garde. De Ridder beschrijft een schrijver die voortdurend op zoek is naar nieuwe manieren om de werkelijkheid te benaderen. De gedichten en experimenten worden daardoor niet alleen als afzonderlijke literaire prestaties behandeld, maar als onderdelen van een voortdurende zoektocht.
Dat geldt in het bijzonder voor Bezette stad, een werk dat van Ostaijens naam definitief met de avant-garde zou verbinden. De Ridder heeft zich al eerder uitvoerig met deze bundel beziggehouden in Boem Paukeslag. Die expertise komt in de biografie duidelijk van pas. De ontwikkeling naar Bezette stad wordt begrijpelijker wanneer de politieke ervaringen, de oorlog, het expressionisme en van Ostaijens veranderende ideeën over poëzie samen worden bekeken.
Een andere verdienste is de hoeveelheid nieuw materiaal. De Ridder heeft jarenlang onderzoek verricht en wist onbekende documenten en teksten boven water te halen. Zo bevat de biografie een jeugdige aanzet voor de roman Bob en de tot dan toe onbekende groteske Ecce Europa. Daarmee is het boek niet alleen een interpretatie van bestaand materiaal, maar ook een belangrijke uitbreiding van wat over van Ostaijen bekend is.
De omvang van het boek is aanzienlijk. De eerste uitgave verscheen in 2023 als hardcover bij Pelckmans/Querido Facto en telt volgens bibliografische gegevens 902 pagina’s. Dat lijkt op voorhand misschien overdreven voor een leven dat zo kort duurde, maar het wordt begrijpelijk wanneer de Ridders aanpak wordt bekeken. Hij wil niet alleen vertellen wat van Ostaijen deed, maar ook reconstrueren hoe de dichter dacht, welke mensen hem beïnvloedden en hoe de politieke en artistieke ontwikkelingen van zijn tijd op hem inwerkten.
De keerzijde daarvan is dat de biografie soms eerder bewonderend dan kritisch overkomt. Een bespreking in Wetenschappelijke Tijdingen waardeert de rijkdom en het onderzoek, maar merkt ook op dat de Ridder zo sterk gefascineerd is door het genie van van Ostaijen dat bepaalde kritische vragen naar de achtergrond verdwijnen. Volgens die kritiek wordt bijvoorbeeld weinig onderzocht in hoeverre van Ostaijens eigen taalproblemen en stilistische beperkingen mede hebben bijgedragen aan zijn avant-gardistische strategie.
Dat is een relevante kanttekening. Een biografie hoeft haar onderwerp niet af te breken, maar enige afstand is juist bij een figuur als van Ostaijen belangrijk. De dichter is inmiddels zo sterk onderdeel geworden van de canon dat bewondering gemakkelijk kan veranderen in mythologisering. De Ridder probeert die mythe weliswaar historisch te onderbouwen, maar zijn enthousiasme voor de dichter is voortdurend voelbaar.
Tegelijkertijd is dat enthousiasme ook een belangrijke kwaliteit. De biografie leest daardoor niet als een droge opeenstapeling van archivalische gegevens. De jury van de Boon benadrukte juist dat de Ridder volledigheid nastreeft zonder het tempo te verliezen en dat hij een meeslepend en bloemrijk relaas heeft geschreven. Het boek werd bovendien genomineerd voor de Boon Literatuurprijs 2024.
De titel De dichter die de wereld wilde veranderen is goed gekozen. Van Ostaijen wilde niet eenvoudigweg mooie gedichten schrijven. Hij zag kunst als een kracht die de manier waarop mensen naar de werkelijkheid kijken kon veranderen. Zijn verlangen naar vernieuwing was daarom zowel literair als maatschappelijk. De biografie laat overtuigend zien hoe die twee verlangens bij hem voortdurend met elkaar verweven waren.
Het meest tragische element van het boek ligt uiteindelijk in de korte levensduur van zijn onderwerp. Van Ostaijen stierf in 1928, slechts tweeëndertig jaar oud, in een Waals sanatorium. Hij had op dat moment al een uitzonderlijk vernieuwend oeuvre opgebouwd, maar stond nog steeds midden in een artistieke ontwikkeling die abrupt werd afgebroken.
De biografie maakt daardoor ook duidelijk hoeveel van Ostaijen níét heeft kunnen schrijven. Zijn oeuvre wordt groter naarmate men beter begrijpt hoeveel mogelijkheden hij nog voor zich zag. Dat verleent het boek, ondanks zijn grote omvang, uiteindelijk iets melancholisch: het is de reconstructie van een kunstenaarsleven dat voortdurend in beweging was en veel te vroeg eindigde.
Het meisjeseiland
Rivier van bloed
Dutch Americans
Hofdames
Eén boek per dorp
Transit
Een dag op het stembureau
Het gebeurt, het gebeurt elke dag
Oscar Wilde’s crucifix
Bijna altijd prijs
De romantische orde
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Welke kunst verdient belastinggeld?
Zoeklicht op het gazon
Durf!
Trouwlust
Het duivelsboek
Gaza
Blote handen
Boudewijn
De ongenaakbare Bolkestein
Moeder, waarom leven wij?
Liefde en aardbevingen