Simon Carmiggelt: een glimlach als pleister op de woede,
een beschouwing door Vincent Baumgart
Toen ik Carmiggelt op televisie zag, was ik verre van onder de indruk. Eind jaren zeventig las hij wekelijks een stukje voor. Ik vond hem een oud mannetje in een te groot pak, met een trage voordracht en een gemaakt mistroostige uitdrukking. Ik was zeventien en ‘in’ Slauerhoff, de cynische zeeman die groots en meeslepend de zeeën had bevaren. Daar past geen oud mannetje bij dat schrijft over het dagelijks leven van kleine mensen. Er werd doorgezapt, al was dat met een keuze uit drie zenders snel afgelopen.
Hoe heb ik me vergist. Via een boekenkastje op straat kwam ik onlangs in het bezit van een paar Carmiggelt-bundels. Zijn vermogen om direct te boeien is verbazingwekkend, evenals zijn kunst binnen kort bestek een afgerond verhaal te vertellen dat afsluit met een pointe. De verhalen zijn allemaal zo’n achthonderd woorden kort, aangezien ze dagelijks als cursiefje in Het Parool werden gepubliceerd onder de naam Kronkel.
Carmiggelt is meester van het tragikomische. Hij voert personages op als door het leven struikelende clowns, wat de lezer een gevoel van superioriteit geeft. De tragiek wordt niet breed uitgemeten, maar lekt druppelsgewijs uit de komische plot waarmee de lezer wordt verleid. Zo blijft er een bittere nasmaak achter, terwijl je direct naar meer verlangt.
Vaak worden echtparen beschreven, bijvoorbeeld een man en een vrouw die een café binnenkomen, waar Carmiggelt dan blijkbaar al zat. Zo is er een man die moet wachten op zijn vrouw die kleding koopt in een winkel aan de overkant. Het paar heeft bitterballen besteld, de man eet de helft op en bewaart de rest voor zijn vrouw. Maar als de vrouw met een fel oranje gewaad het winkeltje uitkomt om het in het daglicht te bekijken, werkt de man ook de rest van de bitterballen naar binnen. ‘Hij ademde zwaar’, voegt Carmiggelt toe.
Verzinsels gepresenteerd als feiten
De schrijver wekt de schijn zoiets al observerend genoteerd te hebben, maar weet precies het noodzakelijke aantal woorden te gebruiken en met een verrassende pointe te eindigen. Hij moest dagelijks iets inleveren. Zat hij dan uren te wachten tot zich een mooi verhaal voor zijn neus afspeelde? Het lijkt waarschijnlijker dat het voornamelijk verzinsels zijn, met een kleine kern van waarheid. Carmiggelt was een fictieschrijver, die zijn krant als medium gebruikte om via een suggestie van waarheid – de bestaansbasis van een krant – zijn verzinsels als feiten te presenteren.
Die briljante suggestie van authenticiteit staat Carmiggelt toe keihard uit te halen en toch geloofwaardig te blijven. Het verhaal Annet is genoemd naar de kat van een vriendje van de jonge Carmiggelt. Hij bezocht het jongetje en werd door de in het zwart geklede vader naar de tuin gebracht waar hij met andere kinderen met potten en pannen lawaai moest maken. Dat was om het personeel van het ziekenhuis te pesten, legde het vriendje uit, want zijn vader wilde hun huis aan het naastgelegen ziekenhuis verkopen. Het lawaai moest de zaak bespoedigen. Niet veel later is de verkoop gelukt, en gaat het gezin verhuizen. De vader schenkt Carmiggelt een oude accordeon die ook voor het lawaaimaken was gebruikt. Dan komt de kat Annet de kamer binnen. ‘Die hebben we ook niet meer nodig,’ zegt de vader. Hij grijpt de kat bij de achterpoten en slaat het beest zo hard tegen de muur dat de schedel wordt verbrijzeld. Vervolgens gooit hij de dode kat in de tuin. Een klein bloedvlekje blijft achter op het behang.
Het staat er echt. Een op het eerste gezicht geestig verhaal draait uit op pure horror. Waarom? Bij nadere beschouwing is er veel meer in te lezen. De vader was in het zwart gekleed, dat is de aanwijzing die Carmiggelt geeft, waardoor dit hele verhaal als een metafoor kan worden gezien voor het fascisme. De krantenlezer dacht te zullen genieten van een gezellig stukje, maar slikt onverhoeds woede, die als geestigheid is vermomd. Het einde van het verhaal zet het voorgaande in een compleet ander daglicht.
Humor als houdgreep
Carmiggelt was zwaar getekend door de oorlog. Hij nam in 1940 ontslag als journalist bij Het Volk, dat gedwongen werd nazi-ideologie te verspreiden, werd persagent bij het Residentie Tooneel, maar weigerde in 1941 een afgedwongen ariërverklaring te tekenen. Hij werkte mee aan de verzetskrant Het Parool, werd gepakt met belastend materiaal, in de gevangenis gegooid en zag hoe drie mannen gefusilleerd werden. Met zijn talent voor het verzinnen van verhalen wist hij zich er letterlijk uit te praten. Zijn broer werd vanwege verzetsdaden gefusilleerd.
Carmiggelts humor is een houdgreep waarmee hij de lezer vastpakt, om die vervolgens woedend door elkaar te schudden: ‘Weet je wel hoe verschrikkelijk de wereld is?’
Dat een understatement veel beter werkt om het verschrikkelijke over te brengen dan superlatieven, bewijst Carmiggelt met het verhaal Oud zeer. Daarin leert een joodse jongen enige jaren na de oorlog een meisje kennen op dansles. Eindelijk lukt het hem haar naar huis te brengen, en hij wordt binnengevraagd. Op haar kamer staat een oude piano, die het meisje van een oom heeft gekregen. Die lijkt sterk op de piano waar de jongen tegen heug en meug thuis op moest spelen. Na elke les kerfde hij een streepje in de binnenkant van de klep. Hij opent de klep, en inderdaad, daar staan de streepjes. Zwijgend pakt hij zijn jas en verlaat het huis. Het was onze piano, denkt de jongen op straat.
Dat laatste zinnetje is een geniale toevoeging. Carmiggelt had het weg kunnen laten, en het drama was ook over het voetlicht gekomen, maar die laatste gedachte toont dat de jongen zich tegenover zichzelf moet rechtvaardigen. Hij heeft immers een oogje op het meisje, dat er bovendien helemaal geen schuld aan heeft. Toch moet de jongen weglopen, want zo erg is het.
Vincent Baumgart, Amsterdam, 30 september 2026
Carmiggelt, S (1985). Drie in een. De Arbeiderspers.
Carmiggelt, S. (1959) Een toontje lager. ABC-boeken.
Carmiggelt, S. (1952) Poespas. De Arbeiderspers.
Sprokkelaars
Eenzaam
De rode koe
WinWin
Regime change
Johnny Coconut
Cum fraude
De eeuwige jachtvelden
Hamnet
Ruw
Elk
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Rahila’s geheimen
Grijsgedraaid
Waarom moet literatuur zichzelf altijd economisch bewijzen?
Oorlogsvoering in de Oudheid
Geheim dagboek
De verovering van België
Zwaluwstaarten
Drift
Narcis
Stemmen in het duister
Vuelta a España