In Publieke werken neemt Thomas Rosenboom de lezer mee naar Nederland aan het einde van de negentiende eeuw, een tijd waarin steden groeien, nieuwe verbindingen worden aangelegd en oude werelden langzaam verdwijnen. Tegen die achtergrond vertelt hij het verhaal van twee mannen die ervan overtuigd zijn dat ze hun eigen toekomst kunnen bepalen, maar die steeds verder verstrikt raken in hun eigen ambities.
Het is 1888 wanneer de Amsterdamse vioolbouwer Walter Vedder ontdekt dat er plannen zijn om op de plaats van zijn woning een groot hotel te bouwen. Hij ziet daarin de kans van zijn leven. Als hij een hoge vergoeding voor zijn huis weet te krijgen, kan hij eindelijk financieel onafhankelijk worden. Vedder raakt echter steeds meer overtuigd van zijn eigen onderhandelingspositie en verliest daarbij het zicht op de werkelijkheid.
Parallel daaraan volgt Rosenboom Vedders neef Anijs, een apotheker uit Hoogeveen. Anijs raakt diep onder de indruk van de ellendige omstandigheden waarin de turfstekers leven. Hij besluit zich niet langer uitsluitend met zijn beroep bezig te houden, maar wil daadwerkelijk iets voor deze mensen betekenen. Zijn plan is om arme veenarbeiders naar Amerika te laten emigreren, waar zij volgens hem een nieuw bestaan kunnen opbouwen.
De twee verhaallijnen lijken aanvankelijk weinig met elkaar te maken te hebben, maar raken steeds nauwer verweven. Het geld dat Vedder denkt te zullen ontvangen voor zijn huis zou Anijs kunnen helpen bij zijn emigratieproject. Daarmee ontstaat een keten van verwachtingen, plannen en verkeerde inschattingen. Wat begint als een poging om iets goeds te bereiken, verandert langzaam in een beklemmend avontuur.
Daarin ligt een van de sterkste aspecten van de roman. Rosenboom maakt van Vedder en Anijs geen klassieke helden. Het zijn mannen met goede bedoelingen, maar ook met een opmerkelijke blindheid voor hun eigen beperkingen. Ze zijn intelligent genoeg om grote plannen te maken, maar missen het vermogen om te zien hoe hun plannen door andere mensen en omstandigheden worden beïnvloed.
Vooral Vedder is fascinerend. Zijn onderhandelingen over zijn woning krijgen gaandeweg iets bijna komisch, juist omdat de lezer eerder dan hijzelf beseft hoe kwetsbaar zijn positie is. Hij bouwt zijn toekomst op verwachtingen die steeds minder stevig blijken te zijn. Zijn zelfvertrouwen verandert langzaam in zelfmisleiding.
Ook Anijs is een tragische figuur. Zijn medemenselijkheid is oprecht, maar zijn idealisme maakt hem kwetsbaar. Hij ziet de emigratie naar Amerika als een oplossing voor de armoede van de turfstekers, maar onderschat de enorme praktische en financiële problemen die daarbij komen kijken. Zijn goede bedoelingen beschermen hem niet tegen de gevolgen van zijn beslissingen.
Rosenboom laat daarmee een terugkerend thema in zijn werk zien: mensen die denken dat ze hun lot kunnen beheersen, terwijl ze de krachten om hen heen onvoldoende begrijpen. De ondergang van de personages ontstaat niet doordat zij niets proberen, maar juist doordat ze te veel vertrouwen op hun eigen plannen. De roman wordt daardoor ook een verhaal over ambitie en zelfoverschatting.
De historische omgeving is daarbij veel meer dan decor. Amsterdam verandert ingrijpend en de bouw van het Victoria Hotel en het Centraal Station staat symbool voor een nieuwe tijd. Oude huizen en bestaande levens maken plaats voor vooruitgang. In Hoogeveen speelt ondertussen de harde werkelijkheid van de veenarbeid. Rosenboom verbindt die twee werelden zorgvuldig met elkaar. De historische sfeer werd door critici uitvoerig geprezen; Geert Mak schreef dat Rosenboom de negentiende-eeuwse tijdgeest uitzonderlijk overtuigend weet op te roepen.
Ook de stijl draagt sterk bij aan dat tijdsbeeld. Rosenboom gebruikt een zorgvuldig geconstrueerd, soms archaïsch aandoend Nederlands. De lange zinnen en precieze beschrijvingen vragen aandacht van de lezer, maar geven de roman tegelijkertijd een eigen ritme en atmosfeer. Juist over die stijl liepen de meningen uiteen: veel critici prezen de taalbeheersing, terwijl sommige lezers de zinnen en het ouderwetse taalgebruik als zwaar ervaren.
Die stilistische uitvoerigheid past echter bij het karakter van het boek. Rosenboom wil niet alleen vertellen wat er gebeurt; hij wil een wereld reconstrueren waarin de personages werkelijk lijken te leven. Daardoor krijgen kleine handelingen, gesprekken en voorwerpen betekenis. De lezer wordt langzaam de negentiende eeuw ingetrokken.
De roman heeft bovendien een bijzondere spanningsboog. Vrijwel vanaf het begin ontstaat het gevoel dat de plannen van Vedder en Anijs onmogelijk goed kunnen aflopen. Toch blijft er steeds hoop. Juist doordat de personages zelf zo sterk in hun plannen geloven, blijft de lezer hen volgen. Je wilt dat ze gelijk krijgen, ook wanneer je steeds sterker vermoedt dat het mis zal gaan.
Dat maakt Publieke werken uiteindelijk tragischer dan een gewone historische roman. De ondergang komt niet voort uit kwaadaardigheid, maar uit een combinatie van goede bedoelingen, ambitie, naïviteit en omstandigheden. Rosenboom toont hoe gemakkelijk idealisme kan omslaan in zelfbedrog en hoe dun de grens soms is tussen een groot plan en een fatale vergissing.
De roman werd bij verschijning uitzonderlijk goed ontvangen en won in 2000 de Libris Literatuurprijs. Ook de historische reconstructie, de compositie en het taalgebruik werden door veel critici geprezen.
Grondstoffen
Woesten
Een vrouw in Berlijn
Aesopus
Het Droompad
Jeruzalem trilogie
Zonnehuis
Het geheugenpaleis
Céline
De stad
Wie was ik
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
On my watch
Waarom moet literatuur zichzelf altijd economisch bewijzen?
Arme mensen
De flauwgevallen priester op mijn tong
Ex-roker
De kuren van Komrij
De eetclub
Het blauwe uur
Voor Joden verplicht
Berlijn
Céline