Niet veel romans slagen erin tegelijk doelloos en onweerstaanbaar te zijn. Reddend zwemmen, het debuut waarmee Rob van Essen in 1996 naar buiten trad, behoort tot die zeldzame categorie. Het boek lijkt zich weinig aan te trekken van klassieke plotstructuren, grote conflicten of psychologische ontwikkeling. Toch heeft het een aanstekelijke energie die de lezer moeiteloos meesleept.
De verteller is een jonge man die zich zonder duidelijke bestemming door het leven beweegt. Hij beschikt niet over grote ambities, een uitgewerkt toekomstplan of een sterk gevoel van richting. Zijn bestaan wordt bepaald door toevallige ontmoetingen, impulsieve beslissingen en een voortdurende bereidheid om zich te laten meevoeren door wat zich aandient. Wanneer hij ergens uitstapt, ergens blijft hangen of iemand volgt, gebeurt dat zelden op basis van een doordachte keuze. Het leven overkomt hem eerder dan dat hij het stuurt.
Toch is Reddend zwemmen veel meer dan een verzameling losse voorvallen.
Van Essen slaagt erin van die schijnbare doelloosheid een eigen vorm van avontuur te maken. De roman beweegt zich van jeugdherberg naar café, van gesprek naar herinnering en van observatie naar fantasie. Daarbij ontstaat een wereld waarin het alledaagse voortdurend wordt verrijkt door de verbeelding van de hoofdpersoon.
Het echte verhaal speelt zich namelijk niet af in de gebeurtenissen zelf, maar in het hoofd van de verteller.
Alles wat hij ziet of hoort vormt aanleiding voor nieuwe associaties. Een reclameslogan, een gesprek aan een toog of een liedje dat ergens uit een luidspreker klinkt, kan uitgroeien tot een stroom van gedachten die tegelijk absurd, scherpzinnig en hilarisch zijn. Van Essen beschikt hier al over de kwaliteit die later zijn handelsmerk zou worden: het vermogen om de meest gewone situatie een onverwachte draai te geven.
De humor van Reddend zwemmen is daarbij bijzonder droog. De verteller kijkt naar de wereld met een mengeling van verbazing, ironie en licht ongemak. Hij neemt niets volledig ernstig, ook zichzelf niet. Daardoor ontstaan voortdurend momenten waarop de lezer niet precies weet of hij een filosofische observatie leest of een grap. Vaak zijn het beide tegelijk.
Onder die humor schuilt echter ook iets anders.
De hoofdpersoon lijkt voortdurend op zoek naar betekenis, al zou hij dat zelf waarschijnlijk ontkennen. Een mysterieuze reactie op een kleine advertentie blijft door zijn gedachten spoken en geeft het verhaal een losse vorm van richting. Niet omdat er een groot mysterie opgelost moet worden, maar omdat sommige ontmoetingen en woorden zich nu eenmaal vastzetten in een mensenleven.
Wat Reddend zwemmen zo aantrekkelijk maakt, is de vrijheid waarmee het geschreven is. De roman weigert zich te gedragen zoals een traditionele ontwikkelingsroman. Er zijn geen grote lessen, geen dramatische inzichten en geen duidelijk eindpunt. In plaats daarvan volgt Van Essen een personage dat zich laat meevoeren door toeval en nieuwsgierigheid.
Juist daardoor ontstaat een verrassend geloofwaardig portret van jongvolwassenheid. Veel mensen weten op hun twintigste niet precies wat ze met hun leven willen aanvangen. Ze bewegen zich van de ene situatie naar de andere, proberen dingen uit, laten kansen voorbijgaan en ontdekken onderweg wie ze zijn. Reddend zwemmen vangt dat gevoel van onzekerheid en openheid uitzonderlijk goed.
Stilistisch is de roman opvallend licht en toegankelijk. Van Essen schrijft zonder literaire opsmuk, maar met een scherp gevoel voor ritme en observatie. Zijn zinnen lijken moeiteloos, terwijl achter die ogenschijnlijke eenvoud een nauwkeurige komische timing schuilgaat. Veel passages danken hun kracht niet aan grote gebeurtenissen, maar aan de manier waarop de verteller naar de wereld kijkt.
Wie het latere werk van Rob van Essen kent, zal in dit debuut al veel herkennen. De fascinatie voor toeval, de licht verschoven werkelijkheid, de combinatie van humor en existentiële vragen en de sympathie voor personages die niet helemaal weten wat ze met hun leven moeten aanvangen: het is allemaal al aanwezig.
Reddend zwemmen is daardoor meer dan een interessant debuut. Het is een roman die laat zien hoe een eigen literaire stem ontstaat. Een boek vol dwaalwegen, omwegen en onverwachte ontmoetingen, maar ook een roman die bewijst dat literatuur tegelijk geestig, lichtvoetig en intelligent kan zijn.
Wie denkt dat literaire romans per definitie ernstig en zwaar moeten zijn, vindt in Reddend zwemmen een overtuigend tegenargument.
Rouwdouwers
Hoofdzaak
De druivenfluisteraar
De man die quizvraag wilde worden
Het dodenschip
Het was mijn verdomde plicht
Het gezoem van bijna alles
De kille Kempen
Dagboek 1933
De indringer
Grand-hotel Europa
Knielen op een bed violen
Paula
Schaduw
De woede van Abraham
De wijnscheurkalender 2027
De meeste boeken hadden een artikel moeten zijn
Het verraad aan de Verlichting
Kom hier dat ik u kus
Het mysterie van Albert 1
De broncode
Een verwittigd man is niets waard