Serpentina’s petticoat toont Jan Wolkers misschien wel in zijn meest vrije en zintuiglijke vorm. Waar zijn romans vaak gebouwd zijn rond verlies, herinnering of existentiële strijd, laat deze bundel vooral zien hoe intens Wolkers keek naar de wereld zelf. De verhalen bewegen zich tussen erotiek, natuur, dood, humor en groteske lichamelijkheid, maar bovenal ademen ze een ontembare drang om het leven in al zijn tastbare details vast te grijpen.
De titel alleen al is typisch Wolkers. Serpentina’s petticoat klinkt tegelijk sensueel, speels en licht absurdistisch. Zoals zo vaak in zijn werk roept taal onmiddellijk een fysieke wereld op van stoffen, lichamen, kleuren en beweging. Bij Wolkers zijn woorden zelden abstract; ze hebben gewicht, geur en textuur. Zelfs zijn titels lijken aangeraakt te willen worden.
Wat deze bundel bijzonder maakt, is de enorme zintuiglijke rijkdom van het proza. Wolkers schrijft niet vanuit afstandelijke observatie, maar vanuit onmiddellijke lichamelijke ervaring. Mensen, dieren, planten, regen, huid, modder en licht krijgen allemaal een bijna tastbare aanwezigheid. Daardoor voelen de verhalen vaak alsof ze niet enkel verteld maar werkelijk beleefd worden.
Tegelijk blijft ook hier de typische dubbelheid van Wolkers aanwezig:
- levenslust en verval,
- erotiek en sterfelijkheid,
- schoonheid en ontbinding.
Onder de vitaliteit sluimert voortdurend het besef dat alles vergankelijk is. Juist daarom schrijft Wolkers zo intens over lichamelijkheid: alsof aandacht zelf een vorm van verzet tegen de dood kan zijn.
In sommige verhalen overheerst een bijna jeugdige verwondering over natuur en seksualiteit, terwijl andere een veel donkerdere ondertoon hebben. Wolkers toont zich daarbij een meester van de abrupte omslag. Een speelse scène kan plots ongemakkelijk, melancholisch of zelfs gewelddadig worden. Die onvoorspelbaarheid geeft de bundel een nerveuze energie die typisch is voor zijn beste werk.
Interessant is ook hoe sterk de beeldende kunstenaar Wolkers hier aanwezig blijft. Veel passages lezen bijna als schilderijen of sculpturen in woorden. Details worden niet alleen beschreven maar gecomponeerd. Licht, kleur en materie krijgen een plastische intensiteit die weinig Nederlandstalige auteurs evenaren. Dat maakt Serpentina’s petticoat bijzonder geschikt om Wolkers’ artistieke universum in bredere zin te begrijpen.
Anders dan bij auteurs als Willem Frederik Hermans of Harry Mulisch ontstaat betekenis bij Wolkers zelden vanuit ideeën of intellectuele systemen. Zijn literatuur vertrekt vanuit het lichaam. Denken gebeurt via aanraking, geur, lust en fysieke aanwezigheid. Dat maakt zijn werk soms chaotisch of excessief, maar tegelijk uitzonderlijk levend.
Binnen Wolkers’ oeuvre vormt Serpentina’s petticoat daarom een belangrijke aanvulling op romans als Terug naar Oegstgeest, Brandende liefde en Een roos van vlees. Waar die boeken vaak draaien rond grote emotionele of autobiografische structuren, laat deze bundel vooral de pure stilistische en zintuiglijke kracht van Wolkers zien.
Wat Serpentina’s petticoat uiteindelijk zo aantrekkelijk maakt, is dat de bundel weigert netjes of beheerst te zijn. Wolkers schrijft alsof hij voortdurend bang is dat het leven hem zal ontsnappen als hij het niet onmiddellijk en volledig probeert vast te leggen. Dat geeft zijn proza een intensiteit die soms vermoeiend kan zijn, maar zelden onverschillig laat.
Meer dan veel van zijn tijdgenoten begreep Wolkers dat literatuur niet alleen over ideeën of psychologie gaat, maar ook over huid, warmte, geur, verval en lichamelijke aanwezigheid. Precies daarom blijven zijn verhalen zo opvallend vitaal aanvoelen — alsof ze nog altijd ademen.
Ierland
De bewaker
Reinaard
De erfenis
Stoute schoenen
Hij wist het niet meer
Charley Toorop
De Repair Club
Wildevrouw
Brussel Noir
Wachten
Venetiaanse vespers
Geheimen van de zee
De schuilplaats
Monte Carlo
Gwen Kuyps
Papieren heimwee
Sluitertijd
De mensheid zal nog van mij horen
Het Tigrameisje
Land van het grote sterven
De scheiding