John Banville laat in Singulariteiten de werkelijkheid zelf wankelen. Een man keert na een gevangenisstraf terug naar het landgoed van zijn jeugd, een beroemde wetenschapper heeft een theorie ontwikkeld die ons begrip van ruimte en tijd op zijn kop heeft gezet en ondertussen lijkt de tijd zich inderdaad niet meer helemaal volgens de gebruikelijke regels te gedragen. Wat begint als een raadselachtige terugkeer, ontwikkelt zich tot een speelse, intellectuele en soms ronduit bizarre roman over identiteit, herinnering, liefde, dood en de vraag of er überhaupt zoiets als één werkelijkheid bestaat.
De man die op het landgoed arriveert, gebruikt een valse naam en rijdt in een geleende rode sportwagen. Hij beweert dat hij er als kind heeft gewoond, maar de familie Godley die er inmiddels woont, heeft geen enkele reden om hem te vertrouwen. De Godleys zijn afstammelingen van Adam Godley, een wereldberoemde wiskundige wiens revolutionaire theorie over het bestaan verstrekkende gevolgen heeft gehad. De teruggekeerde man lijkt bovendien zelf iets met Godley te maken te hebben.
Daarmee is meteen duidelijk dat Banville geen roman heeft geschreven waarin alles netjes volgens de wetten van oorzaak en gevolg verloopt. De mysterieuze man heeft het gevoel dat de tijd heeft stilgestaan, uit elkaar is gespat of opnieuw is begonnen. Die gedachte blijkt geen vrijblijvende fantasie. De wereld waarin het verhaal zich afspeelt, wijkt op subtiele manieren af van de onze. New York heet bijvoorbeeld Nie Ams en auto’s rijden op bewerkt zeewater. De theorie van Adam Godley krijgt zo een concrete literaire vertaling: er lijkt inderdaad meer dan één werkelijkheid te bestaan.
Centraal staat de oude Adam Godley, de geleerde die een theorie over meerdere universums heeft ontwikkeld. Zijn ideeën vormen het intellectuele fundament van de roman, maar Banville maakt van Singulariteiten geen moeilijk wetenschappelijk boek. De kwantumtheorie en de gedachte van parallelle werelden functioneren vooral als literair gereedschap. Ze stellen Banville in staat om te spelen met tijd, identiteit en perspectief.
Dat is een slimme keuze. Een schrijver doet in wezen iets vergelijkbaars met een wetenschapper als Godley: hij creëert een wereld en bepaalt zelf de wetten ervan. Banville kan daardoor voortdurend de grens tussen wetenschap en literatuur aftasten. Als er meerdere werkelijkheden mogelijk zijn, waarom zou een roman dan gebonden moeten zijn aan één werkelijkheid? En als onze werkelijkheid zelf moeilijk te doorgronden is, hoe betrouwbaar zijn dan onze herinneringen en verhalen?
De personages zijn daardoor minstens zo belangrijk als het wetenschappelijke idee. Adam Godley jr. en zijn vrouw Helen wonen op het landgoed en proberen een betrekkelijk normaal leven te leiden, maar hun huwelijk wordt overschaduwd door het verdriet om verloren kinderen en door de problemen van een zelfdestructieve zus. De oude mevrouw Godley, de weduwe van de wetenschapper, leeft ondertussen teruggetrokken op een zolderkamer. Een huishoudster houdt het huishouden draaiende.
Dan verschijnt er nog een tweede vreemdeling in het verhaal: William Jaybey, de biograaf die door de jonge Adam wordt aangesteld om het leven van zijn vader te beschrijven. Jaybey moet niet alleen het beeld van de briljante wetenschapper schetsen, maar ook de mens achter het genie. De opdracht om de lijken uit de kast te halen is daarbij veelzeggend. Banville wil Godley niet als een onaantastbaar genie neerzetten, maar als een mens met verlangens, tekortkomingen en geheimen.
Dat de biograaf William Jaybey heet, is geen toevallige grap. De initialen J.B. verwijzen duidelijk naar John Banville zelf. Daarmee wordt de roman steeds nadrukkelijker een spel waarin de schrijver zich in zijn eigen fictie lijkt te verstoppen. Banville schrijft over een biograaf die een leven probeert te reconstrueren, terwijl hijzelf als auteur voortdurend levens en werelden creëert.
Ook personages uit eerder werk van Banville keren terug. Voor lezers die zijn oeuvre kennen, is Singulariteiten daardoor een soort spiegelpaleis geworden. Bekende personages, vertelperspectieven en thema’s worden opnieuw gebruikt, maar in een gewijzigde werkelijkheid. Wie Banville nog niet kent, hoeft die voorkennis overigens niet te hebben om het boek te kunnen lezen.
Dat maakt Singulariteiten tot een bijzondere roman binnen Banvilles oeuvre. De schrijver kijkt niet alleen naar zijn personages, maar ook naar zijn eigen schrijverschap. Hij speelt met het idee dat personages kunnen terugkeren, verhalen opnieuw kunnen beginnen en werelden naast elkaar kunnen bestaan.
De titel verwijst naar de zogenaamde singulariteiten uit de natuurkunde: punten waarop bestaande wetten niet meer op de gebruikelijke manier functioneren. Dat is precies wat Banville ook literair doet. Hij zoekt de punten waarop de logica van een verhaal begint te breken. Tijd hoeft niet langer lineair te verlopen. Een personage kan tegelijkertijd herinnering, fictie en werkelijkheid zijn. Een schrijver kan zichzelf als personage in zijn eigen boek laten rondlopen.
Maar ondanks al die intellectuele vondsten blijft Singulariteiten uiteindelijk een roman over heel menselijke zaken. Liefde, verlangen, verdriet, ouder worden en de angst voor de dood zijn voortdurend aanwezig. De personages mogen dan in een wereld leven waarin de werkelijkheid meerdere vormen kan aannemen, hun emoties blijven herkenbaar.
Daarin ligt ook de charme van de roman. Banville gebruikt grote ideeën niet om afstand te creëren, maar om heel menselijke onzekerheden uit te vergroten. Als de werkelijkheid niet vaststaat, wat betekent dat dan voor liefde? Als tijd niet lineair is, kunnen we het verleden dan ooit werkelijk achter ons laten? En als er meerdere versies van ons bestaan mogelijk zijn, welke versie is dan de echte?
Het antwoord blijft uiteraard uit. Banville is meer geïnteresseerd in de vragen dan in een definitieve oplossing. Dat maakt de roman soms raadselachtig en zelfs bewust frustrerend. De plot is minder strak geconstrueerd dan in zijn misdaadromans en sommige gebeurtenissen lijken vooral te bestaan om een nieuw perspectief of een nieuwe gedachte mogelijk te maken.
Dat is tegelijk de voornaamste zwakte van het boek. Singulariteiten wil veel: een familieroman zijn, een filosofische roman, een wetenschappelijke roman, een roman over herinnering en een commentaar op het eigen oeuvre. Niet iedere verhaallijn krijgt daardoor dezelfde kracht. Een bespreking in Tzum merkt ook op dat de plot relatief mager is en dat de verwijzingen naar eerder werk soms wat uitgesponnen raken.
Val maar niet van de bergen
Flaneren kun je leren
Onze correspondent in Frankrijk
De kreeftenvrouwen
Ola en de dingen
Tussen de dagen
Korea, de vergeten oorlog
Oscar Wilde’s crucifix
De voorlezer
Cilento
De zaak Alaska Sanders
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Nederland volgens Maarten van Rossem
Parade
De overtreder
Revolusi
De dood in Venetië
Zwijgmannen
Wanneer het water breekt
Oscar Wilde’s crucifix
Transit
De meeste boeken hadden een artikel moeten zijn
Romeo & Juliet lezen