Slauerhoff – Biografie

De Arbeiderspers 2018 1019 pagina's 9789029525879 E-book

Jan Jacob Slauerhoff (1898–1936) behoort tot de Nederlandse schrijvers wier levensverhaal bijna onvermijdelijk onderdeel is geworden van hun literaire betekenis. Zijn gedichten, romans en verhalen lijken voortdurend te worden begeleid door de figuur van de rusteloze buitenstaander: de man die nergens thuishoort, die zich verzet tegen burgerlijke geborgenheid en die zijn heil zoekt in verre havens, andere culturen en tijdelijke liefdes. Slauerhoff was bovendien scheepsarts, reiziger, druktemaker, patient en vroeg gestorven dichter. Zijn leven lijkt daardoor haast te mooi geconstrueerd om waar te zijn. Juist daarom is een uitvoerige biografie noodzakelijk. Het gevaar bestaat immers dat de schrijver wordt opgesloten in zijn eigen romantische zelfbeeld.

Met Slauerhoff Biografie heeft Wim Hazeu een van de omvangrijkste en meest gedetailleerde levensbeschrijvingen van een Nederlandse auteur geschreven. De eerste editie verscheen in 1995 en werd bekroond met de Biografieprijs van de Dordtse Academie. De editie van 2018 is herzien en uitgebreid met nieuwe gegevens, brieven, foto’s en aanvullende informatie over onder meer Slauerhoffs inkomsten, zijn contacten en zijn liefdesleven.

Hazeu probeert niet zozeer een nieuwe theorie over Slauerhoff te formuleren, maar wil het beschikbare materiaal zo volledig mogelijk ordenen. Dat levert een biografie op die in de eerste plaats documentair is, maar die door de aard van haar onderwerp toch voortdurend de allure van een avonturenroman krijgt.

Een leven dat voortdurend onderweg is

De kern van Slauerhoffs bestaan wordt gevormd door een bijna onoplosbare tegenstelling. Hij verlangde naar vrijheid, maar was voortdurend afhankelijk van omstandigheden, werkgevers, geld, lichamelijke gezondheid en andere mensen. Hij wilde zich aan geen enkele plaats binden, maar leed onder een diep heimwee. Hij zocht de zee op om aan zichzelf te ontsnappen, maar nam zijn onrust overal mee naartoe. Hij verlangde naar liefde, maar had grote moeite met duurzame verbondenheid.

Hazeu maakt duidelijk dat Slauerhoffs rusteloosheid geen eenvoudig romantisch verlangen naar avontuur was. Ze had ook iets dwangmatigs en destructiefs. De zee bood hem een uitweg uit Nederland, uit de literaire wereld en uit persoonlijke conflicten, maar was tegelijk een plaats waar hij zijn eenzaamheid en zijn lichamelijke kwetsbaarheid nog scherper ervoer. De scheepsarts die naar verre werelddelen reist, blijkt niet noodzakelijk een vrij man. Hij is ook iemand die telkens opnieuw probeert te ontkomen aan een bestaan dat hem te eng, te banaal of te pijnlijk voorkomt.

De biografie volgt die beweging nauwgezet: van zijn Friese jeugd en de zomers op Vlieland tot zijn studententijd in Amsterdam, zijn medische opleiding, zijn contacten in de literaire wereld en zijn vele reizen als scheepsarts. Slauerhoff voer onder meer naar Portugal, China, Afrika, Midden-Amerika en andere delen van de wereld. De exotische geografie is daarbij nooit louter decor. De vreemde landen en havens werden voor hem een alternatief voor de burgerlijke orde waarin hij zich niet kon vinden.

Toch corrigeert Hazeu geregeld het beeld van Slauerhoff als de volstrekt geïsoleerde dichter die zich uitsluitend buiten de samenleving ophield. Hij beschikte over een uitgebreid netwerk van literaire vrienden, geliefden, artsen, uitgevers, collega’s en bewonderaars. Zijn bestaan was niet alleen dat van een eenzame zwerver, maar ook dat van een man die intens en soms hartstochtelijk relaties aanging – om ze vervolgens vaak weer te beschadigen.

De dichter achter de legende

Slauerhoff dankt zijn blijvende reputatie niet uitsluitend aan zijn levenswijze. Hij was een belangrijk dichter en prozaschrijver, maar zijn werk is zo nauw verbonden geraakt met de mythe van de rusteloze kunstenaar dat het moeilijk kan zijn om beide van elkaar los te maken. Hazeu laat zien hoezeer Slauerhoffs persoonlijke leven, zijn zelfpresentatie en zijn literaire productie elkaar voortdurend beïnvloedden.

In zijn poëzie keren thema’s terug als ontworteling, verlangen, dood, vervreemding, erotiek, opstandigheid en het onvermogen om ergens werkelijk thuis te komen. De dichter is vaak een figuur die zich tegen de wereld verzet, maar die tegelijkertijd verlangt naar een plaats waar hij eindelijk rust zou kunnen vinden. Die spanning verleent zijn werk zijn emotionele kracht. De gedichten zijn niet alleen uitingen van Weltschmerz, maar ook pogingen om een onverdraaglijke werkelijkheid in taal te beheersen.

Hazeu behandelt de publicatiegeschiedenis van Slauerhoffs bundels en prozawerken uitvoerig. Daarbij wordt duidelijk hoe moeizaam zijn literaire loopbaan soms verliep. Slauerhoff was niet altijd gemakkelijk onder te brengen in de literaire stromingen van zijn tijd. Hij was verwant aan het expressionisme en de romantische traditie, maar liet zich niet volledig vastleggen op een programma. Hij was modern in zijn gevoel van vervreemding, maar traditioneel in zijn gebruik van versvormen, beelden en literaire modellen.

De Vlaamse en Portugese culturele invloeden spelen daarbij een bijzondere rol. Slauerhoff voelde zich aangetrokken tot de Portugese fado, tot de melancholische zangtraditie waarin verlies, noodlot, verlangen en ballingschap samenkomen. Ook de Chinese poëzie en filosofie hadden een grote betekenis voor hem. Hij vertaalde en bewerkte werk van Chinese dichters en verwerkte hun beelden en levenshouding in zijn eigen oeuvre. Die belangstelling was geen vrijblijvende exotiek. Ze bood hem een andere verhouding tot tijd, natuur, vergankelijkheid en menselijke macht.

Friesland, Vlieland en het verlangen naar een oorsprong

Een opvallend element in Hazeus boek is de aandacht voor Slauerhoffs Friese achtergrond. Hoewel Slauerhoff vaak wordt gezien als een kosmopolitische dichter van de wereldzeeën, bleef Friesland een belangrijke onderlaag in zijn identiteit. Zijn jeugd, de familiegeschiedenis en vooral de zomers op Vlieland vormden een soort oorspronkelijke wereld waartoe hij steeds terugkeerde.

Vlieland was voor Slauerhoff niet zomaar een vakantiebestemming. Het eiland vertegenwoordigde een verloren of nauwelijks bereikbare vorm van geborgenheid. Daar vond hij iets van de ruimte, stilte en afzondering die hij elders op de wereldzeeën zocht. Het is betekenisvol dat zijn gelukkigste herinneringen niet noodzakelijk verbonden waren met de grote exotische steden of verre landen, maar met het kleine Waddeneiland. Hazeu beschrijft daarmee een paradox die in Slauerhoffs leven steeds terugkeert: hoe verder hij reisde, hoe duidelijker de behoefte aan een oorsprong werd.

De Friese achtergrond is echter niet zonder meer een sleutel waarmee het hele oeuvre kan worden verklaard. Hazeu is op dit punt voorzichtig, al heeft een oudere kritiek hem verweten dat hij soms te gemakkelijk verbanden legt tussen biografische gegevens en literaire motieven. Een landschap, familieherinnering of jeugdtrauma kan een schrijver beïnvloeden, maar verklaart nooit volledig de vorm en kracht van een gedicht. De verhouding tussen leven en werk blijft complexer dan een eenvoudige één-op-éénrelatie.

Slauerhoff als arts

Een van de interessantste aspecten van de biografie is de spanning tussen Slauerhoff als dichter en Slauerhoff als arts. Zijn medische opleiding was geen toevallige beroepskeuze. Het beroep van scheepsarts bood hem de mogelijkheid om te reizen, maar het was ook een praktische noodzaak. Van zijn literatuur kon hij niet leven. De medische praktijk financierde zijn bestaan en gaf hem toegang tot werelden die voor veel andere schrijvers ontoegankelijk bleven.

Tegelijk lijkt hij nooit volledig in het medische beroep te zijn opgegaan. Hij was geen arts die zich probleemloos aanpaste aan de discipline van een instelling of aan de verwachtingen van zijn omgeving. Zijn houding tegenover patiënten, collega’s en werkgevers kon grillig zijn. Hij was intelligent en betrokken, maar ook eigenzinnig, prikkelbaar en soms ongeduldig. De medische wereld bracht hem bovendien voortdurend in aanraking met ziekte, lichamelijk verval en sterfelijkheid – thema’s die ook in zijn literatuur een belangrijke plaats innemen.

Hazeu besteedt aandacht aan de praktische kant van dit bestaan: contracten, inkomsten, reisroutes, werkgevers en financiële omstandigheden. Dat lijkt op het eerste gezicht banaal materiaal, maar het is van groot belang. Het corrigeert de neiging om Slauerhoff uitsluitend als een gedreven kunstenaar te zien. Hij moest ook geld verdienen, schulden betalen, reizen organiseren en omgaan met de beperkingen van zijn beroep. De nieuwe editie bevat zelfs een nadere blik op zijn financiële verdiensten als scheepsarts en dichter. Zo wordt duidelijk dat zijn reizen niet alleen uit romantische vrijheid voortkwamen, maar ook uit economische noodzaak.

Liefde, erotiek en destructie

Slauerhoffs liefdesleven neemt in de biografie een aanzienlijke plaats in. Dat is begrijpelijk, want relaties vormden een belangrijk onderdeel van zijn zelfbeeld en zijn literaire verbeelding. Hij was aantrekkelijk, intelligent en charismatisch, maar ook moeilijk, ontrouw, jaloers en emotioneel onvoorspelbaar. Hij verlangde naar intensiteit, maar verdroeg de stabiliteit die een relatie nodig heeft vaak slecht.

Zijn grote liefde was de danseres Darja Collin, met wie hij trouwde. Hun verhouding kreeg een tragische wending na de geboorte van een doodgeboren kind. Niet alleen het verlies zelf, maar ook de manier waarop Slauerhoff daarop reageerde, maakte duidelijk hoe weinig hij in staat was om verdriet gezamenlijk te verwerken. De liefde tussen beiden raakte ontwricht en Slauerhoff vluchtte opnieuw naar de zee en naar andere vrouwen. Darja bleef evenwel een centrale figuur in zijn leven en werk. De herziene biografie bevat nieuwe foto’s en aanvullende gegevens over haar, waardoor zij minder een romantische schaduwfiguur wordt en meer een eigen persoon.

Hazeu behandelt de vele liefdesgeschiedenissen niet als pikante illustraties bij het leven van een beroemde dichter. Ze maken zichtbaar hoe Slauerhoff functioneerde. Hij zocht in vrouwen vaak een combinatie van lichamelijke aantrekkingskracht, redding, bewondering en ontsnapping. Tegelijk kon hij de ander niet werkelijk de ruimte geven die een duurzame verhouding vereist. Zijn liefde was intens, maar niet altijd zorgzaam.

Dat maakt hem als mens niet bijzonder sympathiek. Toch is de biografie nergens uitsluitend moraliserend. Hazeu probeert vooral de patronen zichtbaar te maken. Slauerhoff was niet simpelweg een slachtoffer van zijn temperament, maar evenmin een volledig berekenende verleider. Hij was iemand die zijn eigen verlangens vaak niet kon beheersen en anderen daarmee beschadigde. Zijn kwetsbaarheid en zijn wreedheid konden in dezelfde relatie naast elkaar bestaan.

Vriendschappen en vetes

Slauerhoff stond niet buiten de literaire wereld, maar zijn verhouding ermee was grillig. Hij kon zich hartstochtelijk verbinden met schrijvers, redacteuren en kunstenaars, om vervolgens in conflict te raken over erkenning, publicatie, kritiek of persoonlijke krenking. Zijn literaire vriendschappen hadden vaak iets intensiefs en exclusiefs. Hij verlangde naar loyaliteit, maar was zelf niet altijd loyaal wanneer hij zich miskend voelde.

Hazeu beschrijft de vele contacten en conflicten uitvoerig. Dat kan soms vermoeiend zijn, maar het is tegelijk een van de sterke kanten van het boek. De biografie maakt duidelijk dat Slauerhoff niet alleen een individuele dichter was, maar deel uitmaakte van een levendige literaire infrastructuur. Tijdschriften, uitgevers, vertalers, collega’s en critici bepaalden mede hoe zijn werk werd ontvangen.

Zijn conflicten waren niet altijd het gevolg van principiële artistieke verschillen. Soms ging het om gekrenkte trots, achterdocht of zijn neiging om zichzelf als buitenstaander te positioneren. Hij kon zich tegen de literaire gemeenschap afzetten en tegelijk verlangen naar erkenning door precies diezelfde gemeenschap. Ook hier is de tegenstelling kenmerkend: Slauerhoff wilde onafhankelijk zijn, maar was diep afhankelijk van lezers, uitgevers en medeschrijvers.

Ziekte als levensbepalende realiteit

Het beeld van Slauerhoff als romantische zwerver wordt uiteindelijk overschaduwd door zijn lichamelijke toestand. Hij leed aan tuberculose en was gedurende grote delen van zijn leven ziekelijk. Zijn gezondheid beperkte zijn mogelijkheden, beïnvloedde zijn reizen en maakte zijn verhouding tot de tijd steeds urgenter. Hij was niet alleen iemand die de dood als literair thema koos; hij leefde daadwerkelijk met de dreiging van lichamelijk verval.

Hazeu vermijdt grotendeels de verleiding om elk gedicht rechtstreeks uit zijn ziekte te verklaren. Dat is terecht. Slauerhoffs fascinatie voor de dood is ouder en ruimer dan zijn medische toestand. Toch is het onmogelijk om zijn laatste levensjaren los te zien van de toenemende lichamelijke aftakeling. Zijn rusteloosheid kreeg daardoor iets tragisch: de man die voortdurend wilde vertrekken, werd steeds sterker door zijn lichaam beperkt.

Slauerhoff overleed in 1936, op 38-jarige leeftijd, in een ziekenhuis in Hilversum. Het vroege overlijden heeft bijgedragen aan zijn mythische status. Hij werd de dichter die niet oud genoeg werd om zijn tegenstrijdigheden uit te leven of zijn werk een geheel andere richting te geven. Zijn oeuvre bleef daardoor relatief compact, maar kreeg een uitzonderlijke intensiteit.

De methode van Wim Hazeu

Hazeu is in de Nederlandse letteren vooral bekend als een biograaf die zeer uitgebreid te werk gaat. Hij verrichtte zes jaar onderzoek voor de oorspronkelijke Slauerhoffbiografie en verzamelde een indrukwekkende hoeveelheid brieven, documenten, getuigenissen, publicaties en archiefmateriaal. Zijn methode is chronologisch en documentair. Hij laat veel bronnen aan het woord, citeert uitvoerig en probeert de lezer zo weinig mogelijk een vooraf vastgelegde interpretatie op te dringen.

Dat heeft belangrijke voordelen. De lezer krijgt een breed en controleerbaar beeld van Slauerhoffs leven. De biografie is niet gebaseerd op enkele beroemde anekdotes, maar op een grote hoeveelheid materiaal. Hazeu corrigeert eerdere fouten, vult lacunes aan en maakt zichtbaar hoe onzeker sommige traditionele verhalen over Slauerhoff zijn.

Zijn terughoudendheid heeft echter ook een keerzijde. Hazeu ordent en presenteert veel, maar analyseert niet altijd diepgaand wat al die gegevens betekenen. Hij suggereert geregeld interessante verbanden zonder ze volledig uit te werken. De lezer wordt bijvoorbeeld geconfronteerd met mogelijke invloeden van Nietzsche, Freud, de Chinese filosofie, de fado en de Friese achtergrond, maar niet al die lijnen worden tot een overtuigende interpretatieve synthese gebracht.

Een oudere, kritische bespreking merkte dan ook op dat de biografie vooral een zeer rijk feitenbestand biedt, maar niet noodzakelijk een fundamenteel nieuwe visie op Slauerhoff. De biograaf zou soms te veel materiaal verzamelen en te weinig beslissen wat daarvan werkelijk essentieel is. Tegelijk werd erkend dat Hazeus aanpak juist waardevol is omdat hij een groot deel van het bronnenmateriaal bijeenbrengt en toekomstige onderzoekers aanknopingspunten geeft.

Een biografie die niet volledig interpreteert

De belangrijkste beperking van het boek is wellicht dat Hazeu de verhouding tussen leven en werk niet altijd op het hoogste analytische niveau onderzoekt. Hij toont overtuigend hoe Slauerhoff leefde, reisde, liefhad, ruziede en ziek werd. Maar de vraag hoe deze ervaringen precies worden omgezet in literatuur, had nog nadrukkelijker kunnen worden behandeld.

Slauerhoff is immers niet interessant omdat hij een kleurrijk leven leidde. Er zijn meer schrijvers geweest die reisden, dronken, liefhadden en vroeg stierven. Zijn blijvende betekenis ligt in de manier waarop hij persoonlijke onrust wist om te vormen tot een herkenbare en krachtige poëtische wereld. Zijn gedichten zijn niet louter documenten van een rusteloos leven. Ze zijn vormgegeven, stilistisch beheerst en geworteld in een lange literaire traditie.

Een biografie moet daarom steeds twee bewegingen maken: ze moet het leven reconstrueren en tegelijk vermijden dat het werk daartoe wordt gereduceerd. Hazeu slaagt zeer goed in het eerste en iets minder overtuigend in het tweede. Hij geeft de lezer alle materiaal om zelf verder te denken, maar schrijft niet altijd de diepgravende literaire interpretatie die uit dat materiaal zou kunnen voortkomen.

Dat is geen geringe tekortkoming, maar ook geen reden om de waarde van het boek te onderschatten. Een biografie hoeft niet noodzakelijk het laatste woord over een schrijver te spreken. Ze kan ook een fundament leggen waarop latere interpretaties voortbouwen.

De betekenis van Slauerhoff

Wat uit Hazeus reconstructie vooral naar voren komt, is dat Slauerhoff geen consequent levensfilosoof was. Hij was niet iemand die een helder programma van vrijheid, ballingschap of verzet uitvoerde. Zijn leven was veel chaotischer. Hij verlangde naar onafhankelijkheid, maar zocht voortdurend bevestiging. Hij verachtte burgerlijke veiligheid, maar had geld en medische zekerheid nodig. Hij wilde de wereld zien, maar werd telkens teruggedreven naar herinneringen, geliefden en plaatsen van oorsprong.

Juist die inconsequentie maakt hem literair interessant. Slauerhoff was geen held van de vrijheid, maar een mens die niet met zijn eigen vrijheid kon omgaan. Zijn reizen waren zowel bevrijding als vlucht. Zijn liefdes waren zowel vervoering als vernietiging. Zijn vijandigheid tegenover de samenleving was zowel principieel als egocentrisch. Zijn verlangen naar het vreemde was tegelijk een verlangen naar een andere versie van zichzelf.

De figuur van de zwerver in zijn werk is daarom niet simpelweg iemand die de wereld verkiest boven de geborgenheid van het vaderland. Het is iemand die nergens kan wonen omdat hij ook in zichzelf geen rustplaats vindt. De zee is bij Slauerhoff niet alleen ruimte en avontuur, maar ook een beeld van voortdurende beweging, verlies en onmogelijke thuiskomst.

Slauerhoff Biografie is een monumentale, zeer rijk gedocumenteerde levensbeschrijving die de dichter-scheepsarts-wereldreiziger in al zijn tegenstrijdigheden zichtbaar maakt. Wim Hazeu schrijft geen romantische legende na, maar onderzoekt de mens achter de legende: de rusteloze reiziger én de afhankelijke patiënt, de hartstochtelijke minnaar én de beschadigende partner, de onafhankelijke kunstenaar én de man die voortdurend behoefte had aan erkenning.

De biografie is soms overdadig en niet altijd even scherp gecomponeerd. De enorme hoeveelheid feiten, namen, reizen, conflicten en documenten kan de centrale lijnen uit het zicht doen verdwijnen. Ook had de literaire analyse van Slauerhoffs oeuvre op sommige plaatsen dieper en systematischer mogen zijn. Hazeu is vooral de onvermoeibare onderzoeker en reconstructeur, minder de essayistische interpreet.

Maar juist als documentair levenswerk is het boek van grote betekenis. Het corrigeert het gemak waarmee Slauerhoff tot een romantisch icoon wordt gemaakt. Het laat zien dat zijn levenshouding niet alleen uit moed en vrijheid bestond, maar ook uit onzekerheid, drift, lichamelijke kwetsbaarheid en zelfdestructie. Daardoor wordt zijn literatuur niet kleiner, maar begrijpelijker en menselijker.

Wie Slauerhoff alleen kent als de dichter van de zee, de verre havens en het onvervuld verlangen, ontdekt hier de complexe werkelijkheid waaruit die poëzie is voortgekomen. En wie na het lezen opnieuw naar zijn gedichten terugkeert, zal daarin waarschijnlijk minder de pose van de eeuwige buitenstaander zien en meer de stem van een man die voortdurend onderweg was omdat hij nergens werkelijk kon thuiskomen.

Meer van deze auteur

Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.