Met Sluitertijd keert Erwin Mortier terug naar het terrein dat een groot deel van zijn oeuvre kenmerkt: herinnering, familie en het langzaam verdwijnen van een wereld. De roman vormt het sluitstuk van een drieluik dat begon met Marcel en werd voortgezet in Mijn tweede huid. Toch kan het boek ook zelfstandig gelezen worden als een indringende reflectie over ouder worden, verlies en de onvermijdelijke vergankelijkheid van het leven.
Centraal staat opnieuw de familiegeschiedenis van de verteller. De aandacht verschuift ditmaal naar de grootmoeder, die steeds verder wegzinkt in dementie. Terwijl haar geheugen langzaam afbrokkelt, probeert de verteller vast te houden aan de herinneringen die haar leven hebben gevormd. Het resultaat is een roman waarin verleden en heden voortdurend door elkaar lopen en waarin herinnering zowel een reddingsboei als een bron van verdriet blijkt.
Zoals vaker bij Mortier draait het verhaal niet om grote gebeurtenissen. De kracht van Sluitertijd schuilt juist in het ogenschijnlijk kleine: gesprekken, dagelijkse rituelen, foto’s, voorwerpen en herinneringen die een heel leven oproepen. De auteur toont hoe een mens langzaam uit het zicht kan verdwijnen terwijl hij fysiek nog aanwezig is. De aftakeling van het geheugen krijgt daardoor een bijzonder menselijke en ontroerende dimensie.
De titel verwijst niet alleen naar het einde van een leven, maar ook naar het verdwijnen van een generatie en een manier van leven. Mortier schrijft over een Vlaanderen dat steeds verder in het verleden verdwijnt. Boerderijen, familiegebruiken, dialecten en vanzelfsprekendheden worden herinneringen die dreigen te vervagen zodra degenen die ze hebben meegemaakt verdwijnen.
Opnieuw valt vooral de taal op. Mortier behoort tot de meest beeldende stilisten van het Nederlandse taalgebied en ook in Sluitertijd schrijft hij met een grote gevoeligheid voor ritme, detail en sfeer. Zijn zinnen zijn zorgvuldig opgebouwd en bevatten vaak een poëtische lading die de roman boven het niveau van een gewone familiekroniek tilt.
Die stijl vraagt echter aandacht van de lezer. Sluitertijd is geen boek dat zich laat lezen omwille van de spanning of een complexe plot. Het is een roman van observatie, herinnering en emotionele nuance. Wie zich laat meeslepen door Mortiers taal ontdekt een rijk en gelaagd werk, maar lezers die vooral op zoek zijn naar actie of een strak verhaal zullen mogelijk minder aansluiting vinden.
Wat bijzonder sterk werkt, is de manier waarop Mortier dementie benadert. Hij kiest niet voor een medische of sentimentele invalshoek, maar toont vooral wat het betekent wanneer herinneringen langzaam verdwijnen. Daardoor gaat Sluitertijd niet alleen over één familie, maar ook over de kwetsbaarheid van geheugen en identiteit. Wie zijn wij wanneer onze herinneringen ons verlaten?
Onder de persoonlijke geschiedenis schuilt een universeel thema. Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met verlies, ouder worden en het verdwijnen van mensen die ooit het middelpunt van het leven vormden. Mortier weet die ervaring te vatten zonder in sentimentaliteit te vervallen. Zijn roman is verdrietig, maar tegelijk ook liefdevol en vol aandacht voor wat herinneringen kunnen bewaren.
Sluitertijd behoort misschien niet tot Mortiers meest toegankelijke boeken, maar wel tot zijn meest intieme. Het is een roman die stilstaat bij wat verdwijnt en tegelijk probeert vast te leggen wat dreigt verloren te gaan. Daarmee schreef Erwin Mortier een aangrijpend boek over geheugen, familie en de onvermijdelijke eindigheid van het leven.
De erfenis
Johann Friedrich Herbart, grondlegger van de pedagogiek
De dood in Venetië
De liefdesbrief
Uitgeverij Guggenheimer
Nazomer
Weekdier
Wachten
Dagboek van een cipier
De kreeftenvrouwen
Dood in Berlijn
60 Et alors?
Het oog van de engel
De Hollander
De waarheid heeft vier gezichten
Een bestelknop is geen boekhandel
Ave verum corpus
Otmars zonen
Ongeduld
Het Juvenalis Dilemma
De druiven der gramschap
Blote handen