Liefde wordt vaak beschreven als iets wat mensen met elkaar verbindt. In Spanriem onderzoekt Hans Depelchin juist de spanning die aan die verbondenheid voorafgaat en eruit voortvloeit. Zijn eerste poëziebundel is een onderzoek naar de elasticiteit van menselijke relaties: hoeveel rek zit er in liefde, verlangen, verlies en nabijheid voordat alles breekt? Het antwoord blijft bewust open, maar de zoektocht levert een bundel op die zowel kwetsbaar als krachtig is.
Na zijn romandebuut Weekdier toont Depelchin zich ook als dichter een aandachtige observator van de menselijke ervaring. Zijn gedichten vertrekken vaak vanuit alledaagse situaties, maar groeien uit tot beschouwingen over intimiteit, identiteit en de manier waarop mensen elkaar proberen vast te houden zonder elkaar te verstikken. Daarbij kiest hij niet voor grote emoties of retorische gebaren, maar voor een beheerste, nauwkeurige taal waarin iedere regel zorgvuldig lijkt afgewogen.
De titel Spanriem vormt een treffende metafoor voor de hele bundel. Een spanriem houdt dingen bijeen, maar doet dat door spanning op te bouwen. Dat beeld keert op verschillende manieren terug. Liefde brengt mensen dichter bij elkaar, maar maakt hen tegelijk kwetsbaar. Verbondenheid vraagt om vertrouwen, terwijl zij tegelijkertijd de mogelijkheid van verlies met zich meedraagt. Depelchin onderzoekt die paradox zonder haar te willen oplossen.
Zijn poëzie is helder, maar nooit eenvoudig. Achter de ogenschijnlijk rustige taal schuilt een voortdurende gelaagdheid. Beelden uit de natuur, het lichaam en het dagelijks leven krijgen symbolische betekenis zonder hun tastbaarheid te verliezen. Daardoor ontstaat een bundel die zowel toegankelijk is voor de aandachtige lezer als uitnodigt tot herlezing, waarbij steeds nieuwe verbanden zichtbaar worden.
Opvallend is de grote muzikaliteit van Depelchins verzen. De cadans van de regels, het subtiele gebruik van herhaling en het ritme van de zinnen verraden zijn achtergrond in de podiumkunsten. De gedichten willen niet alleen gelezen worden, maar lijken ook geschreven om hardop te klinken. Die sonore kwaliteit geeft de bundel een eigen karakter.
Hoewel liefde het centrale thema vormt, beperkt Depelchin zich niet tot romantische relaties. Ook familiebanden, vriendschap, afscheid en de verhouding tot het eigen lichaam krijgen een plaats. De bundel laat zien hoe iedere vorm van verbondenheid vraagt om evenwicht tussen vasthouden en loslaten. Juist die brede benadering voorkomt dat de gedichten sentimenteel worden. In plaats daarvan ontstaat een genuanceerd beeld van menselijke nabijheid in al haar kwetsbaarheid.
Niet ieder gedicht bezit dezelfde zeggingskracht. Sommige teksten overtuigen direct door hun beeldende kracht, terwijl andere vooral functioneren als schakels binnen het grotere geheel van de bundel. Samen vormen zij echter een consistent literair project waarin Depelchin met opmerkelijke precisie zijn centrale motieven verkent.
Met Spanriem bewijst Hans Depelchin dat zijn literaire talent zich niet beperkt tot het proza. Ook als dichter beschikt hij over een herkenbare stem, een grote gevoeligheid voor taal en een scherp inzicht in de complexiteit van menselijke relaties. De bundel sluit thematisch aan bij zijn romans, maar laat tegelijkertijd een andere, meer geconcentreerde kant van zijn schrijverschap zien.
22 banen
Zeg, ken jij de mosselman?
De klopjacht op de sneer
De kuren van Komrij
Epstein
Grand-hotel Europa
Oorlogsvoering in de Oudheid
Flaneren kun je leren
De rode koe
Rivier van bloed
Al onze gisterens
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Ik was getrouwd met een communist
Brussel Blues
De leraar
Sommige boeken wachten
De jager
Angst en schoonheid
De verovering van België
Later
Ik ben Mathieu en ik spaar apen
Vooruit kameraden
Onwetendheid