In Sta bij keert Leo Pleysier terug naar het familieleven dat zo vaak het vertrekpunt van zijn werk vormt. Anna Brems zit tijdens een familiediner in een restaurant in Hoogstraten tegenover haar broer Dirk, die daar eigenlijk niet kan zijn: hij is al jaren dood. Vanuit die onmogelijke aanwezigheid ontvouwt Anna herinneringen aan haar broer en aan wat er met hem is gebeurd.
Pleysier kiest daarbij niet voor een grote dramatische reconstructie, maar voor de kracht van het gesproken woord. Anna vertelt, herinnert zich, corrigeert zichzelf en probeert greep te krijgen op een verleden dat zich niet eenvoudig laat ordenen. De grens tussen wat werkelijk gebeurt, wat wordt herinnerd en wat zich in haar verbeelding afspeelt, blijft bewust poreus. Daardoor krijgt de dode Dirk een merkwaardige aanwezigheid: hij zwijgt, terwijl Anna juist steeds meer over hem te vertellen heeft.
De bijzondere kwaliteit van de novelle zit in de taal. Pleysier schrijft uiterst precies, maar laat zijn proza tegelijk klinken alsof Anna haar verhaal spontaan vertelt. De zinnen hebben het ritme van een stem die zich al pratend een weg door herinneringen baant. Die ogenschijnlijke eenvoud is zorgvuldig gemaakt; een recensie in Nieuwsblad noemt hem dan ook een meester van de spaarzaamheid, die nauwkeurig vastlegt wat en vooral hoe iets wordt gezegd.
Tegelijkertijd vraagt de vorm om een aandachtige lezer. Wie het boek uitsluitend als een kort verhaal over een familie-etentje leest, kan gemakkelijk voorbijgaan aan de onderliggende betekenissen. De titel verwijst naar Stabat Mater, de middeleeuwse tekst over Maria die bij het kruis van haar gestorven zoon staat. Dat motief van aanwezig blijven bij de dood geeft het familiediner een extra lading. Ook de gesprekken over God en de merkwaardige aanwezigheid van Dirk krijgen daardoor meer betekenis.
Sta bij is een kleine novelle met een grote emotionele onderlaag. Pleysier heeft weinig ruimte nodig om verlies, familieherinnering en de behoefte om het verleden opnieuw te vertellen met elkaar te verbinden. De beperkte omvang is daarbij geen bezwaar, maar juist onderdeel van de vorm: elk woord moet zijn plaats hebben. Het resultaat is een ingetogen en zorgvuldig gecomponeerd verhaal waarin de dood niet het einde van een familierelatie blijkt, maar juist aanleiding wordt om haar opnieuw te vertellen.
Kunst uit de kast
Odyssee
Je ziet mij nooit meer terug
WinWin
Dutch Americans
Lucien Van Impe
Gestolen hart
Dagboek van een cipier
De God van Nederland
Johnny Coconut
Eten met Emma
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
De dood in Venetië
De verpleegster van Auschwitz
Berlijn: De ondergang 1945
Jij zegt het
De Argentijnse dochter
Wat bomen ons vertellen
KliFi
Father Brown omnibus
De tuin van de familie Finzi-Contini
Anoniem aan tafel
Drie zomers