In Suikerbastaard keert Jaap Scholten terug naar Frederik Spengler, het personage dat hij eerder opvoerde in Tachtig en De wet van Spengler. Frederik woont inmiddels teruggetrokken in Oost-Europa wanneer een televisie-uitzending zijn familie plotseling op zijn kop zet. Een Ethiopische man beweert een nakomeling te zijn van de steenrijke fabrikantenfamilie Dupont, de fictieve familie die in de roman duidelijk is gebaseerd op de Twentse industriële wereld rond Stork. Frederik wordt naar Ethiopië gestuurd om uit te zoeken of de familieclaim enige grond heeft.
De zoektocht krijgt al snel een tweede dimensie. Frederik wordt vergezeld door Mila, een oude jeugdliefde. Ook zij heeft een reden om naar Ethiopië te gaan: ze wil haar biologische vader vinden, een Twentse technicus die in de jaren zestig naar Afrika vertrok. Daarmee ontstaat een roman met twee zoektochten die elkaar voortdurend kruisen: Frederik probeert een familiegeheim op te lossen, terwijl Mila probeert te achterhalen waarom haar vader haar moeder en haar uiteindelijk heeft achtergelaten.
Het interessantste gedeelte van de roman ligt uiteindelijk in het verleden. In de jaren vijftig en zestig stuurde de echte Twentse machinefabriek Stork tientallen jonge werknemers naar Ethiopië om daar suikerfabrieken te bouwen. Scholten gebruikt deze nauwelijks bekende geschiedenis als basis voor zijn fictieve Dupont-familie. De Nederlandse technici belanden in het Ethiopië van keizer Haile Selassie, een wereld die voor hen exotisch, verleidelijk en tegelijk volkomen vreemd is.
Scholten maakt van die geschiedenis een breed opgezet verhaal over de ontmoeting tussen twee werelden. De jonge Twentse mannen komen terecht in een samenleving waarin ze plotseling een status en levensstijl krijgen die thuis ondenkbaar zou zijn. Ze beschikken over bedienden, auto’s, paarden en geld en bewegen zich door een wereld waarin de verhoudingen tussen Europeanen en Afrikanen sterk ongelijk zijn.
Juist daar krijgt de roman zijn ongemakkelijke onderlaag. De jongens zijn geen klassieke koloniale machthebbers en Ethiopië is formeel geen Nederlandse kolonie, maar de verhouding tussen de Nederlandse technici en de lokale bevolking is wel degelijk die van een dominante buitenlandse groep tegenover een lokale bevolking. Scholten laat zien hoe gemakkelijk jonge mannen zich kunnen aanpassen aan een omgeving waarin ze privileges krijgen die ze in Nederland nooit zouden hebben gehad. Tegelijkertijd blijft het perspectief vrijwel volledig dat van de Nederlanders. Dat maakt Suikerbastaard ook vanuit hedendaags perspectief interessant en problematisch.
De historische passages zijn bovendien nauw verbonden met de persoonlijke geschiedenis van Mila’s vader Marinus. Hij vertrekt als jonge Twentse werknemer naar Ethiopië met het plan om daar in drie jaar voldoende geld te verdienen om met zijn geliefde in Nederland een toekomst op te bouwen. De lezer weet echter dat hij uiteindelijk niet terugkeert. Daardoor ontstaat een tragische spanning: de vraag is niet óf Marinus zijn Nederlandse leven zal verlaten, maar waarom.
Zijn brieven aan zijn geliefde behoren tot de sterkste onderdelen van het boek. Ze geven het grote historische verhaal een intieme menselijke vorm. Terwijl de roman soms uitwaaiert naar geschiedenis, politiek en economie, brengen de brieven de lezer terug naar één jonge man die probeert uit te leggen wat hij meemaakt en ondertussen langzaam verandert.
Daarin schuilt ook een belangrijke kracht van Scholten. Hij maakt van de geschiedenis geen droge reconstructie. Feiten, brieven, foto’s, herinneringen en fictie worden door elkaar gebruikt. Daardoor ontstaat een merkwaardige tussenvorm: Suikerbastaard leest als een roman, maar voortdurend voel je dat er een echte historische werkelijkheid onder ligt.
De constructie heeft echter ook een keerzijde. De roman bestaat uit drie duidelijk verschillende delen. Het eerste deel draait om de Ethiopische man die beweert familie van de Duponts te zijn. Vervolgens maakt het boek een grote sprong naar het verleden en wordt het verhaal van de Twentse technici in Ethiopië het belangrijkste onderdeel. Pas daarna keert Scholten terug naar Frederik en Mila.
Dat levert een interessante structuur op, maar het zorgt ook voor een zekere onevenwichtigheid. Verschillende recensenten merkten op dat juist het verhaal van Marinus uiteindelijk veel sterker en interessanter is dan de oorspronkelijke zoektocht naar de vermeende familie-erfgenaam.
Dat is misschien tegelijk de belangrijkste conclusie die de roman zelf onbedoeld oplevert: de zoektocht naar Dawit is vooral het raam waardoor Scholten een veel groter verhaal kan vertellen. De echte fascinatie ligt bij de Twentse jongens die in Ethiopië terechtkwamen en bij de manier waarop dat avontuur hun levens veranderde.
Frederik zelf is daarbij niet altijd de meest overtuigende hoofdpersoon. Hij heeft een zekere afstandelijkheid en ironie, maar kan ook belerend overkomen. Zijn opmerkingen over hedendaagse thema’s als uitbuiting en ecologische verantwoordelijkheid zijn soms nadrukkelijker dan nodig.
Toch werkt zijn aanwezigheid wel als verbinding tussen verleden en heden. Hij behoort tot een latere generatie die met andere ogen naar het koloniale en industriële verleden van zijn familie kijkt. Wat voor zijn grootvader en diens generatie vanzelfsprekend was, roept bij hem vragen op over macht, verantwoordelijkheid en afkomst.
De titel Suikerbastaard verwijst uiteraard naar de mogelijke nakomeling van een Nederlandse technicus en een Ethiopische vrouw. Maar het begrip krijgt een bredere betekenis. De roman gaat over kinderen die tussen twee werelden terechtkomen, maar ook over mensen die zelf nergens meer volledig thuishoren. Mila zoekt haar vader en ontdekt daarbij uiteindelijk dat een familiegeschiedenis veel ingewikkelder kan zijn dan de verhalen die daarover zijn verteld.
Lucebert – Biografie
Patrick Conrad
Het raadsel van de anderen
Denken helpt
Ik denk dat het zal regenen als ik doodga
Bach dag na dag
Mystiek lichaam
Schooljaren
Eigen aan mensen
Het geheugenpaleis
Hád ik maar een mening
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Mijn kleine oorlog
De druivenfluisteraar
Het geheugenpaleis
Het onmogelijke verlangen van de poëzie
Mijn naam is Emilia Del Valle
De Cubaanse dochter
Hedonia
Veronderstellingen
Tongkat
De tuinen van Bomarzo
De verlossing