Rouw laat zich moeilijk vangen in woorden. Toch probeert Kristien Hemmerechts precies dat in Taal zonder mij, het boek dat zij schreef na het onverwachte overlijden van haar echtgenoot, dichter Herman de Coninck. Het resultaat is geen klassieke biografie, geen literaire studie en evenmin een chronologisch verslag van een verlies. Het is eerder een zoektocht naar wat er overblijft wanneer een geliefde plots uit het leven verdwijnt.
De Coninck stierf in 1997 tijdens een verblijf in Portugal. Die gebeurtenis vormt het onvermijdelijke middelpunt van het boek, maar Hemmerechts benadert het onderwerp niet rechtstreeks. Ze beweegt zich door herinneringen, anekdotes, gesprekken, brieven en gedichten. Het verhaal ontvouwt zich associatief, alsof de auteur de grillige bewegingen van het geheugen volgt in plaats van een vooraf uitgestippelde route.
Juist daarin schuilt een van de grootste kwaliteiten van het boek. Hemmerechts beschrijft rouw niet als een overzichtelijk proces met duidelijke fases, maar als een toestand waarin verleden en heden voortdurend door elkaar lopen. Een kleine herinnering kan plots belangrijk worden, terwijl grote gebeurtenissen soms slechts zijdelings aan bod komen. Daardoor voelt het boek eerlijk en geloofwaardig aan.
Naast haar persoonlijke herinneringen speelt ook het werk van de Coninck een belangrijke rol. Zijn gedichten en brieven duiken geregeld op en fungeren als een tweede stem binnen het verhaal. Hemmerechts leest zijn teksten opnieuw, zoekt er naar sporen van de man die ze kende en probeert te begrijpen hoe leven en literatuur zich tot elkaar verhouden. Daardoor wordt Taal zonder mij niet alleen een boek over verlies, maar ook over lezen, schrijven en herinneren.
Wat opvalt, is de openheid waarmee Hemmerechts haar twijfels toont. Ze stelt zichzelf voortdurend vragen over het schrijven van dit boek. Heeft ze het recht om dit verhaal te vertellen? Waar eindigt de herinnering en begint de toe-eigening? Die zelfreflectie voorkomt dat het boek vervalt in sentimentaliteit. De auteur blijft zich bewust van de kwetsbaarheid van haar onderneming.
Stilistisch behoort Taal zonder mij tot het sterkere werk van Hemmerechts. Haar taal is helder, beheerst en vaak ontroerend zonder nadrukkelijk emotioneel te worden. Ze vertrouwt op de kracht van observaties en herinneringen in plaats van grote dramatische gebaren. Juist daardoor komen veel passages hard binnen.
Niettemin kent het boek ook beperkingen. De fragmentarische structuur zorgt ervoor dat sommige lezers een duidelijkere lijn zullen missen. Omdat herinneringen en beschouwingen elkaar voortdurend afwisselen, ontbreekt soms een gevoel van opbouw. Het boek vraagt bereidheid om mee te bewegen met de gedachten van de auteur.
Daarnaast blijft de figuur van Herman de Coninck gedeeltelijk ongrijpbaar. Dat is wellicht onvermijdelijk. Hoe persoonlijk het boek ook wordt, uiteindelijk blijft het een verslag van iemand die probeert een afwezigheid te begrijpen. De man zelf blijft grotendeels verborgen achter herinneringen, teksten en interpretaties.
Maar misschien is dat precies waar Taal zonder mij over gaat. Niet over het reconstrueren van een leven, maar over het leven met een verlies. Hemmerechts schrijft een monument van woorden voor iemand die er niet meer is, terwijl ze tegelijk onderzoekt of woorden daarvoor ooit voldoende kunnen zijn.
Taal zonder mij is een ingetogen, intelligente en oprechte rouwtekst die de grenzen tussen autobiografie, literatuur en essay voortdurend verkent. Het boek overtuigt niet door grote inzichten of dramatische onthullingen, maar door de zorgvuldigheid waarmee het probeert vorm te geven aan iets wat zich eigenlijk nauwelijks laat verwoorden.
De kreeftenvrouwen
Mim
Snijpunt
Barakstad
CSI
Jazzportretten
Val maar niet van de bergen
Hofdames
De oratoria van Alessandro Scarlatti (1660–1725)
Lázár
Teflonbaby
Lucas Rijneveld
Mim
Sluitertijd
De duiker
Beroerd
Flaneren kun je leren
Waarom heeft een schrijver een corrector nodig?
Van daarboven zie je de zee
Onyx Storm
Uitgeverij Guggenheimer
Een gevaarlijke schoonheid