Met Tosca maakte Maud Vanhauwaert haar romandebuut, maar wie haar poëzie kent, zal zich in deze roman meteen herkennen. Taal is niet alleen het middel waarmee het verhaal wordt verteld; taal ís een belangrijk onderdeel van het verhaal. Vanhauwaert gebruikt de briefvorm, witregels, gedichten en typografie om een psychologisch spel te creëren waarin steeds minder duidelijk wordt wat werkelijkheid is en wat verzinsel.
De roman wordt verteld door May Solovjov, een vertaalster die in een lange brief aan haar uitgever terugblikt op haar ontmoeting met Aline, een achttienjarige vrouw die nauwelijks spreekt en zich lijkt te hebben verzoend met haar naderende dood. Wat begint met een potloodportret groeit uit tot een steeds intensievere verhouding tussen de twee vrouwen. Hoe meer May Aline probeert te begrijpen en te redden, hoe sterker Aline haar leven binnendringt.
Juist het beroep van May als vertaalster is een slimme keuze. Zij probeert voortdurend te begrijpen wat Aline bedoelt, wat ze verzwijgt en wat er achter haar woorden schuilgaat. Maar Aline blijkt zich nauwelijks te laten vertalen. Haar zwijgen is minstens zo belangrijk als wat ze zegt. Daardoor wordt de roman ook een onderzoek naar de grenzen van taal: kun je een ander werkelijk leren kennen wanneer die ander zichzelf niet volledig prijsgeeft?
De verhouding tussen May en Aline wordt steeds beklemmender. May wil helpen, maar haar betrokkenheid krijgt geleidelijk iets obsessiefs. Aline heeft haar eigen kwetsbaarheid en destructieve neigingen, maar tegelijkertijd wordt duidelijk dat ook May niet eenvoudigweg de redder is. Beide vrouwen raken in elkaar verstrikt en uiteindelijk wordt het steeds moeilijker vast te stellen wie wie beïnvloedt, gebruikt of zelfs parasiteert.
Daarmee ontstaat een merkwaardig kat-en-muisspel. De lezer probeert net als May te begrijpen wie Aline werkelijk is. Maar iedere poging om haar vast te leggen lijkt haar juist ongrijpbaarder te maken. Feit en fictie beginnen door elkaar te lopen en ook May’s betrouwbaarheid komt steeds meer onder druk te staan.
Een van de opvallendste stilistische vondsten is de manier waarop Aline communiceert. Haar woorden verschijnen vaak tussen haakjes, alsof ze voortdurend een toevoeging, correctie of terugtrekkende beweging maakt. Een gedachte lijkt nooit helemaal definitief. Wat ze zegt, kan meteen weer worden gerelativeerd. De vormgeving van de tekst wordt zo onderdeel van haar karakter.
Daarbij past de bijzondere vormgeving van de eerste editie. De eerste duizend exemplaren verschenen met een Japanse binding, waarbij de pagina’s gesloten waren en de lezer ze zelf met een kaartje moest openscheuren. De lege pagina’s en gedichten kregen daardoor een concrete functie in de leeservaring. De vorm van het boek weerspiegelt de geslotenheid van Aline en het langzaam blootleggen van wat verborgen blijft.
Ook de gedichten die tussen het proza verschijnen zijn meer dan versieringen. Ze geven het verhaal een ander ritme en laten gevoelens toe die in het proza moeilijk rechtstreeks uit te spreken zijn. De roman beweegt daardoor voortdurend tussen proza en poëzie, tussen wat wordt verteld en wat juist in de leegte tussen de woorden blijft hangen.
De titel Tosca is zelf raadselachtig. Het woord is Russisch en wordt verbonden met een gevoel waarin verlangen en verdriet samenkomen, vergelijkbaar met heimwee. Dat past goed bij een roman waarin aantrekking en verlies voortdurend naast elkaar bestaan. De personages verlangen naar elkaar, maar juist dat verlangen maakt hun verhouding steeds ingewikkelder.
Vanhauwaert schrijft bovendien met een sterk gevoel voor ritme. Zinnen kunnen zich herhalen, versnellen of plotseling worden afgebroken. Daardoor krijgt het proza iets performatiefs. Je hoort als het ware de stem van May terwijl ze haar brief schrijft en steeds dieper in haar eigen verhaal terechtkomt.
De roman heeft daardoor ook iets van een literaire thriller. Niet omdat er sprake is van een klassieke misdaadpuzzel, maar omdat Vanhauwaert informatie zorgvuldig doseert. Er ontstaat voortdurend de vraag wat er werkelijk is gebeurd, wat May zich inbeeldt en wat Aline eventueel voor haar verborgen houdt. Sommige lezers ervaren dat als bijzonder spannend; andere lezers vinden dat de roman tegen het einde bewust meer vragen openlaat dan beantwoordt.
De gelukkige huisvrouw
Sprokkelaars
Zephyr
Revolusi
De tijden
Terug naar China
Over grenzen
Feesten als wilde beesten
Queer geschiedenis van Nederland
Rituelen
De zaak Alaska Sanders
Grondwerk
Overal zit mens
Het diner
Papieren heimwee
De eetclub
Kastanje a/d Zee
23 seconden
Geen vrede zonder wapens
De afwijking
Michael Gates Gill
Tongkat