Stel u voor: Italië, zestiende eeuw. De zon brandt op marmeren pleinen, maar in de schaduw van paleizen en kloosters woedt een strijd die heter is dan de meedogenloze, verzengende zon. Woorden kunnen hier dodelijk zijn. Wie te ver vooruit denkt, riskeert veel meer dan enkel zijn reputatie. In die wereld plaatst Luc Vandromme de eerste pijler van Tussen de dagen.
En dan: een sprong van vijf eeuwen. Geen paardenhoeven meer, geen wierook, geen pauselijke bul, maar een hedendaagse docent, Mauro, met Italiaanse wortels en een barst in zijn bestaan. Ook hier geen rust. Alleen een andere arena. Want vergis u niet: de strijd is dezelfde gebleven. Alleen de wapens zijn veranderd.
Wat Vandromme doet in deze roman, is wat de beste vertellers van geschiedenis altijd doen: hij laat zien dat tijd geen rechte weg is, maar een kluwen. Geen kalender, maar een krachtenveld. Verleden en heden zijn geen afgesloten kamers, ze lekken in elkaar, ademen elkaar. Wie denkt dat de Renaissance voorbij is, heeft haar niet begrepen.
In het historische luik van de roman — en ja, Vandromme schrijft dit met een zwier die aan grootse vertellers herinnert — staat macht centraal. De kerk voelt de grond onder haar voeten schuiven. Wetenschap knaagt aan het fundament van het geloof. Nieuwe inzichten eisen ruimte, en wie ruimte eist, daagt de macht uit. Het individu? Dat telt nauwelijks mee. Mensenlevens worden ingezet zonder argumenten. De Renaissance, zo toont Vandromme, is geen vrolijke wedergeboorte, maar een gevaarlijke overgangszone, een tijd tussen de dagen.
En daar is dan plots Mauro weer. Geen grootse historische figuur, geen pion op het schaakbord van de wereldgeschiedenis, maar een man die vastloopt op iets kleins en tegelijk allesomvattends: een onverwerkt trauma. Zijn crisis is stil, huiselijk bijna, maar daarom niet minder vernietigend. Relaties rafelen uit elkaar. Liefde verdampt waar woorden ontbreken. Ook hier speelt macht — de macht van het verleden over het heden, van herinnering over wil.
En precies daar, in dat spanningsveld, toont Vandromme zijn meesterschap. Hij verbindt geen tijden met dikke lijnen of opzichtig symbolisme. Hij weeft. Thema’s keren terug zoals motieven in muziek: schuld, waarheid, angst, kennis, verlies. De lezer voelt hoe patronen zich herhalen, hoe menselijke reacties eeuwen overstijgen. De pauselijke intriges en Mauro’s innerlijke strijd blijken twee variaties op dezelfde melodie.
Dat de twee verhaallijnen elkaar pas laat en onverwacht raken, is geen toeval. Tijd, zo lijkt Vandromme te zeggen, openbaart haar samenhang nooit meteen. Begrip komt altijd te laat. Pas achteraf zien we hoe alles met alles verbonden was.
De stijl is rijk, gelaagd, nooit gratuit. Vandromme schrijft met historische precisie én psychologische scherpte. Zijn zinnen ademen kennis, maar ook mededogen. Dit is geen roman die de lezer bij de hand neemt, het is een boek dat uitnodigt om mee te denken, mee te reizen, mee te verdwalen.
Tussen de dagen is uiteindelijk een roman over mensen op breuklijnen. Over samenlevingen en individuen die leven in overgangstijden, waarin zekerheden wegvallen en nieuwe waarheden nog geen houvast bieden.
Luc Vandromme heeft een boek geschreven dat de geschiedenis laat spreken en het heden ondervraagt. Een roman die laat zien dat tijd geen decor is, maar een speler. Een roes, inderdaad — maar wel een die ons wakker schudt.
Schooljaren
Hakenkruis in het knoopsgat
Residu
Theater van de schoonheid
Mim
Alice in Wonderland & in Spiegelland
Het gebeurt, het gebeurt elke dag
Teflonbaby
De ketter en de kerkvorst
Revolusi
Beduveld
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Wiggert
Filips en Johanna
Brussel Noir
De onschuldigen
Valse goden
Willy & Romain
Oscar Wilde’s crucifix
Pompeii
Onder vrienden
Billy Summers
Waarom behandelen we poëzie alsof niemand ze echt hoeft te lezen?