Er zijn boeken waarin een schrijver zijn jeugd probeert te herinneren, en er zijn boeken waarin hij laat zien hoe onbetrouwbaar herinneringen eigenlijk zijn. Verwoest Arcadië behoort tot die tweede categorie. Gerrit Komrij grijpt terug op zijn jeugd in Winterswijk en zijn eerste jaren in Amsterdam, maar maakt van die herinneringen geen rechtlijnige autobiografie. Hij vermengt herinneringen, literatuur en verbeelding tot een roman waarin de vraag wat werkelijk is gebeurd voortdurend op de achtergrond aanwezig blijft.
De hoofdpersoon Jacob groeit op in Winterswijk, in een omgeving waarin de wereld nog overzichtelijk lijkt. Maar onder die oppervlakte ontwikkelt zich een sterk verlangen naar iets wat buiten zijn vertrouwde omgeving ligt. Dat verlangen krijgt twee belangrijke vormen: boeken en jongens. Literatuur opent voor Jacob een andere wereld, terwijl zijn aantrekkingskracht tot jongens hem confronteert met een verlangen waarvoor hij in zijn omgeving nauwelijks mogelijkheden vindt.
Komrij verbindt die twee werelden op een opmerkelijke manier. Jacob benadert zowel boeken als jongens vanuit verlangen en nieuwsgierigheid. Hij zoekt schoonheid, spanning en ontsnapping aan de werkelijkheid waarin hij is opgegroeid. De ontdekking van literatuur is daardoor niet zomaar een intellectuele ontwikkeling; boeken worden een manier om een andere wereld binnen te stappen.
Amsterdam verschijnt vervolgens als een plaats waar die andere wereld mogelijk lijkt. Voor Jacob is de stad een verre bestemming die tegelijk vrijheid en gevaar belooft. Zijn vertrek uit Winterswijk betekent dan ook meer dan een geografische verplaatsing. Het is de overgang van een beschermde jeugd naar een bestaan waarin hij zijn eigen verlangens onder ogen moet zien.
De homoseksualiteit van de jonge Jacob wordt door Komrij niet als een losstaand thema behandeld. Ze is verweven met zijn ontwikkeling als persoon en schrijver. De aantrekkingskracht tot jongens, de schaamte en de nieuwsgierigheid maken deel uit van een bredere zoektocht naar identiteit. Juist omdat Jacob nog jong is, krijgt die zoektocht iets tastends: hij weet wat hem aantrekt, maar beschikt nog niet over de taal en de maatschappelijke vrijheid om daar eenvoudig mee om te gaan.
Daarbij is Verwoest Arcadië geen nostalgische jeugdroman. De titel maakt al duidelijk dat het paradijs van de jeugd niet intact blijft. Het Arcadië waarnaar wordt verwezen is een geïdealiseerde wereld van schoonheid en harmonie, maar Komrij laat zien dat zo’n paradijs vooral bestaat zolang je er nog naar kunt verlangen. Zodra de werkelijkheid zich aandient, raakt het beeld onvermijdelijk beschadigd.
Een belangrijk aspect van het boek is de manier waarop Komrij met autobiografie speelt. Hoewel het verhaal duidelijk elementen uit zijn eigen jeugd bevat, presenteert hij het verleden niet als een exacte reconstructie. Jacob heeft herinneringen van anderen bij zijn eigen herinneringen gevoegd. Daarmee wordt het boek tegelijk een roman over herinneren zelf.
Dat maakt de verhouding tussen waarheid en fictie bijzonder interessant. De lezer hoeft niet voortdurend te weten welke gebeurtenis letterlijk is gebeurd. Belangrijker is wat de herinnering betekent voor degene die zich haar probeert toe te eigenen. Het verleden wordt in Verwoest Arcadië geen vaststaand archief, maar materiaal waarmee een schrijver zichzelf en zijn afkomst opnieuw vormgeeft.
Die literaire aanpak sluit nauw aan bij Komrijs bredere opvatting over schrijven. Voor hem hoefde literatuur niet simpelweg de werkelijkheid te kopiëren. Een gedicht of verhaal mocht een eigen werkelijkheid creëren. Verwoest Arcadië doet precies dat: het neemt herkenbare elementen uit Komrijs leven en vormt ze om tot literatuur.
Ook de rol van boeken binnen het verhaal is veelzeggend. Jacob ontwikkelt een intense verhouding tot literatuur en verzamelt boeken op een bijna obsessieve manier. Boeken zijn voor hem niet alleen verhalen om te lezen, maar objecten die toegang geven tot een andere wereld. Zijn omgang met literatuur zegt daardoor evenveel over zijn verlangen als zijn ontmoetingen met jongens.
Komrij schrijft daarbij met zijn kenmerkende gevoel voor taal. Zijn stijl kan scherp en ironisch zijn, maar in Verwoest Arcadië is er ook ruimte voor melancholie. De schrijver kijkt terug op een periode waarin verlangens nog niet volledig waren uitgekristalliseerd en waarin de wereld tegelijk groter en beperkter leek dan later.
Bijzonder is dat Verwoest Arcadië zich bevindt op het grensgebied tussen roman en autobiografie. DBNL classificeert het werk zowel als roman als als non-fictie/autobiografie-memoires. Dat is veelzeggend: Komrij maakt het onderscheid tussen die categorieën juist bewust moeilijk.
De jeugd van Jacob wordt daardoor niet alleen een verhaal over homoseksuele ontluiking, maar ook over de vorming van een schrijver. Literatuur en verlangen zijn twee manieren om aan de bestaande werkelijkheid te ontsnappen en tegelijk een eigen werkelijkheid te ontdekken. De jongen uit Winterswijk die naar boeken en jongens verlangt, is daarmee al bezig de schrijver te worden die later zo nadrukkelijk zijn eigen wereld met taal zou construeren.
Er zit ook een zekere wreedheid in Komrijs terugblik. Het verleden wordt niet mooier gemaakt omdat het voorbij is. De eenzaamheid, de schaamte en de beperkingen van de jeugd blijven zichtbaar. Juist daardoor krijgt het boek meer diepte dan een nostalgische herinnering aan een verloren jeugd.
Verwoest Arcadië is een roman over de overgang van kindertijd naar volwassenheid, maar ook over de ontdekking dat verlangen nooit volledig samenvalt met werkelijkheid. Jacob zoekt een paradijs in boeken, in jongens en in de belofte van Amsterdam. Maar ieder paradijs blijkt kwetsbaar zodra het wordt betreden.
Rome en de Lage Landen
Konvooi
Een koffer vol citroenen
Occo
Je hebt het niet van mij, maar
De Hit Encyclopedie
Open hemel
Onvoltooid verleden
Normaliteit
Zuiver
Sprokkelaars
Al het blauw van de hemel
Junkieverdriet
De camino
Zonder vlagvertoon
Ongehoorzaamheid zal u redden
George Orwell
Soap
De brief
Voornamelijk vrouwen
Grondwerk
Het citaat als intellectuele rollator