Waarom wordt iemand psychiater? Op het eerste gezicht lijkt het een praktische vraag over beroepskeuze, maar bij Dirk De Wachter ligt daar vermoedelijk een veel groter verhaal onder. Wie zijn eerdere werk kent, weet dat hij psychiatrie zelden benadert als een verzameling diagnoses en behandelmethodes. Hij schrijft vooral over de mens achter het symptoom, over kwetsbaarheid, relaties, verlies, verlangen en de manier waarop mensen proberen overeind te blijven in een samenleving die voortdurend meer van hen vraagt. Waarom ik psychiater werd lijkt daarom niet zozeer een beroepsportret te worden als wel een zoektocht naar de oorsprong van een manier van kijken.
Die oorsprong ligt opvallend genoeg niet uitsluitend in de geneeskunde. De Wachter heeft eerder verteld dat een leraar Nederlands tijdens zijn middelbare schooltijd over Gerard Reve sprak en hem De Avonden aanraadde, met de toevoeging dat hij er eigenlijk nog te jong voor was. De jonge De Wachter ging het boek dezelfde avond in de bibliotheek halen. Zelf beschreef hij dat moment later als een soort ‘Paulusmoment’: een ervaring die zijn nieuwsgierigheid naar de binnenwereld van de mens versterkte en een belangrijke rol speelde in zijn keuze voor de psychiatrie. Dat detail is veelzeggend. Het suggereert dat zijn belangstelling voor de psychiatrie niet alleen uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid voortkwam, maar ook uit literatuur, taal en de behoefte om te begrijpen wat zich in een mens afspeelt.
Daarmee krijgt de titel een dubbele betekenis. ‘Waarom ik psychiater werd’ vraagt niet alleen waarom iemand voor een medische specialisatie kiest, maar ook waarom iemand zich zijn hele leven wil bezighouden met het innerlijke leven van anderen. Dat is een veel interessantere vraag. Een psychiater ziet mensen doorgaans op momenten waarop hun gewone verklaringen tekortschieten. Wat iemand vertelt, wat iemand verzwijgt en wat iemand zelf niet begrijpt, kan belangrijker zijn dan de keurige omschrijving die uiteindelijk in een dossier terechtkomt. De Wachter heeft zich in zijn publieke werk altijd geïnteresseerd getoond in precies dat gebied waar het medische en het menselijke elkaar raken.
Dat sluit aan bij zijn professionele achtergrond. De Wachter is psychiater-psychotherapeut en verbonden aan de psychiatrische zorg en de systeem- en gezinstherapie, daarnaast is hij opleider en supervisor. Zijn specialisatie in systeem- en gezinstherapie is daarbij niet onbelangrijk. Zij vertrekt immers vanuit het idee dat psychisch lijden nooit volledig los kan worden gezien van relaties en omgeving. Een mens bestaat niet geïsoleerd. Familie, partner, werk, cultuur en verwachtingen vormen mee de ruimte waarin iemand probeert te functioneren.
Juist daardoor kan dit boek een interessant contrapunt worden bij zijn bekendere werken. In Wachten, Liefde, Borderline Times en zijn andere essays sprak De Wachter vaak als psychiater die naar de samenleving kijkt. Hier lijkt de beweging omgekeerd te worden: niet de samenleving staat centraal, maar de jonge man die uiteindelijk psychiater werd. Dat kan een persoonlijker boek opleveren dan we van hem gewend zijn. De vraag is dan niet langer alleen wat er met onze samenleving misgaat, maar ook: welke ervaringen maken iemand gevoelig voor het leed van anderen?
Daarin schuilt een interessante paradox. Wie psychiater wordt, kiest ogenschijnlijk voor een vak dat probeert problemen te benoemen, te diagnosticeren en te behandelen. Maar de titel van dit boek suggereert juist nieuwsgierigheid naar het verhaal achter die keuze. Een beroep ontstaat immers zelden uit één rationele beslissing. Er zijn meestal toevallige ontmoetingen, boeken, leraren, voorbeeldfiguren en ervaringen die pas achteraf een richting krijgen. Wat op jonge leeftijd een losse gebeurtenis lijkt, kan later het begin van een levensloop blijken.
De rol van Gerard Reve is in dat opzicht bijzonder intrigerend. De keuze voor De Avonden lijkt op het eerste gezicht een vreemd vertrekpunt voor een medische carrière. Maar literatuur kan iets wat een handboek psychiatrie niet kan: ze brengt de lezer rechtstreeks in het bewustzijn van een personage. Angst, vervreemding, schaamte, verlangen en eenzaamheid worden niet als begrippen uitgelegd, maar als ervaringen voelbaar gemaakt. Voor iemand die later met psychisch lijden werkt, kan zo’n ervaring vormender zijn dan een eerste kennismaking met medische theorie.
Misschien ligt daar de kern van De Wachters beroepskeuze: niet het verlangen om de mens te repareren, maar het verlangen om hem te begrijpen.
Weekdier
De geur van hooi
Bijna altijd prijs
Céline
Hamnet
Hád ik maar een mening
Het gebeurt, het gebeurt elke dag
Dutch Americans
De Hit Encyclopedie
Operatie Gladio
Al onze gisterens
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Lieve mama
Déjà vu
Een Bijbel zonder ark
Knielen op een bed violen
Weerborstels
De stille kracht
Otmars zonen
In het wit
Lust
De staatsvijand
De prijs van zichtbaarheid