Met Wat alleen wij weten laat Elvis Peeters een opvallend andere kant van hun schrijverschap zien. Waar veel van hun romans een beklemmende en vaak dystopische wereld oproepen, kiezen ze hier voor een verstilde, bijna poëtische vertelling over een broer en een zus die zich met behulp van verhalen proberen te verzetten tegen een onafwendbaar verlies. Het resultaat is een kleine novelle die een grote emotionele kracht ontwikkelt.
De zevenjarige Nour is ongeneeslijk ziek. Zij weet dat haar leven kort zal zijn, net als haar oudere broer. Terwijl hun ouders volledig worden opgeslokt door de ziekte, bouwen broer en zus een eigen universum waarin de werkelijkheid plaatsmaakt voor verbeelding. Ze vertellen elkaar verhalen over zeemeerminnen, vossen en een mysterieuze vogel die alleen zij kennen. In die gedeelde fantasiewereld vinden zij troost en een taal voor wat nauwelijks onder woorden te brengen is.
Peeters neemt bewust afstand van sentiment. De ziekte van Nour wordt niet gebruikt om de lezer te ontroeren met grote dramatische scènes. Juist de eenvoud van de taal en de vanzelfsprekendheid waarmee de kinderen hun eigen werkelijkheid scheppen, maken het verhaal aangrijpend. De verbeelding wordt geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een manier om haar draaglijk te maken.
Een bijzonder element van de novelle zijn de zwart-wittekeningen van Charlotte Peys. Wanneer woorden tekortschieten, nemen de beelden het verhaal over. Daarmee ontstaat een wisselwerking tussen tekst en illustratie die de thematiek van het boek versterkt. Niet alles hoeft uitgesproken te worden; sommige gevoelens laten zich beter vangen in een beeld dan in een zin.
De band tussen broer en zus vormt het emotionele hart van het verhaal. Hun verbondenheid is vanzelfsprekend, speels en tegelijkertijd doordrongen van het besef dat hun tijd samen eindig is. Peeters lijkt daarmee vooral te willen laten zien hoe kinderen omgaan met verlies: niet door voortdurend over de dood te spreken, maar door ruimte te maken voor fantasie, spel en verhalen.
Zoals vaker in het werk van Elvis Peeters is de stijl uiterst sober. Elke zin lijkt zorgvuldig afgewogen, zonder overbodige uitleg of psychologische analyses. Daardoor krijgt de lezer veel ruimte om zelf betekenis te geven aan wat tussen de regels blijft hangen. De novelle wint juist aan kracht door wat niet wordt uitgesproken.
Met slechts tachtig pagina’s bewijst Wat alleen wij weten dat literaire intensiteit niet afhankelijk is van omvang. Het is een ingetogen verhaal waarin liefde, afscheid en verbeelding op een natuurlijke manier samenvloeien. De novelle laat zien dat verhalen niet alleen bedoeld zijn om de werkelijkheid te beschrijven, maar ook om mensen de moed te geven haar onder ogen te zien.
Gastvrijheid
Nazomer
Teflonbaby
De spooktreinmoorden
Een beetje gek
Een danser in de sneeuw
Jazzportretten
Snijpunt
Grand-hotel Europa
Deze wereld is geen ergernis waard
Het station
De druiven der gramschap
Gerda Dendooven
Ik ben Pelgrim
Moet literatuur nog verrassen of alleen bevestigen?
Trauma
Peter Gillis: massa is kassa
Dagelijks werk
Brussel
De boekendokter
De weduwe
Een koffer vol citroenen