Na het enorme succes van De hulp was een vervolg bijna onvermijdelijk. Met Wat de hulp weet keert Freida McFadden terug naar Millie, de huishoudster die al eerder verstrikt raakte in de geheimen van haar werkgevers. Opnieuw krijgt ze een baan in een luxueuze woning. Opnieuw lijkt er iets niet te kloppen. En opnieuw blijkt achter de gesloten deuren van een perfect leven een veel duisterder werkelijkheid schuil te gaan.
Millie probeert haar leven op orde te krijgen en vooral haar verleden achter zich te laten. Wanneer ze wordt aangenomen door Douglas Garrick lijkt dat een gelukstreffer. Het appartement is indrukwekkend, de arbeidsvoorwaarden zijn uitstekend en haar nieuwe werkgever stelt weinig vragen. Toch hangt er vanaf het begin een ongemakkelijke sfeer in het penthouse. Vooral de geheimzinnigheid rond mevrouw Garrick roept vragen op.
Niemand mag de logeerkamer betreden waar de vrouw van Douglas verblijft. Volgens haar echtgenoot is ze ernstig ziek en heeft ze rust nodig. Maar Millie hoort geluiden achter de gesloten deur, ontdekt bloedvlekken op kledingstukken en merkt steeds meer signalen op die niet passen binnen het verhaal dat haar wordt verteld. Wanneer haar nieuwsgierigheid uiteindelijk de overhand krijgt, belandt ze opnieuw in een situatie die veel gevaarlijker blijkt dan ze ooit had kunnen vermoeden.
Net als in De hulp kiest McFadden voor een eenvoudige maar bijzonder effectieve thrillerstructuur. De auteur bouwt het verhaal rond geheimen, wantrouwen en voortdurende onzekerheid. De lezer krijgt net voldoende informatie om theorieën te vormen, maar zelden genoeg om zeker te zijn van zijn zaak. Daardoor blijft de spanning vrijwel voortdurend aanwezig.
Een van de sterke punten van de roman is dat Millie inmiddels een bekender en sterker personage is geworden. Ze heeft ervaring opgedaan en laat zich minder gemakkelijk misleiden dan in het eerste boek. Toch blijft ze kwetsbaar genoeg om geloofwaardig te blijven. Haar combinatie van nieuwsgierigheid, koppigheid en overlevingsinstinct zorgt ervoor dat ze opnieuw een aantrekkelijke hoofdpersoon vormt.
McFadden weet bovendien uitstekend hoe ze een hoofdstuk moet beëindigen. Vrijwel elke scène bevat een nieuwe onthulling, een onverwachte wending of een detail dat eerdere gebeurtenissen in een ander licht plaatst. Het resultaat is een thriller die zich bijzonder vlot laat lezen en die moeilijk weg te leggen is.
Tegelijk blijven ook de beperkingen van haar schrijfstijl zichtbaar. De personages zijn vooral ontworpen om de plot te ondersteunen en missen soms de psychologische diepgang die de beste thrillers onderscheidt. Ook vraagt het verhaal af en toe een flinke dosis bereidwilligheid van de lezer om bepaalde ontwikkelingen te accepteren.
Daarnaast leunt de roman sterk op verrassingen. Dat werkt uitstekend tijdens het lezen, maar sommige onthullingen verliezen achteraf een deel van hun overtuigingskracht wanneer men er langer over nadenkt. McFadden kiest duidelijk voor maximale spanning boven volledige realistische geloofwaardigheid.
Toch doet dat weinig af aan het leesplezier. De auteur begrijpt perfect wat haar publiek verwacht en levert opnieuw een thriller af die volledig draait om suspense, geheimen en onverwachte onthullingen. Wie genoten heeft van De hulp zal zich ook hier moeiteloos laten meeslepen.
Wat de hulp weet is een waardig vervolg dat voortbouwt op de kwaliteiten van zijn voorganger. Het boek biedt geen grote literaire ambities, maar wel precies wat een goede thriller moet bieden: spanning, tempo en voldoende verrassingen om de lezer tot de laatste pagina nieuwsgierig te houden.
Grand-hotel Europa
Het gebeurt, het gebeurt elke dag
Feesten als wilde beesten
Hôtel du Lac
Het station
Over grenzen
Oscar Wilde’s crucifix
Ierland
De oratoria van Alessandro Scarlatti (1660–1725)
Alice in Wonderland & in Spiegelland
De tijden
De herinnerde soldaat
Debet
Wolvenziel
Lord M.
De camino
Ik ook van jou
Godverdomse dagen op een godverdomse bol
Brutopia
Björn Soenens
Veel mensen dromen niet van schrijven, ze dromen van auteur zijn
Geen vrede zonder wapens