willy claes - wat ik nog kwijt wil

Wat ik nog kwijt wil

Manteau 2025 168 pagina's 9789022341988 Hardcover

Wat ik nog kwijt wil. is een uitdagend, meeslepend en soms confronterend boek dat de lezer een blik gunt op meer dan een halve eeuw politieke geschiedenis. Het werkt tegelijk als persoonlijke getuigenis, historisch overzicht en scherpe analyse van een tijdperk dat nog altijd nazindert in de wereldpolitiek van vandaag. De ontmoetingen tussen Willy Claes – voormalig Belgisch minister van Buitenlandse Zaken en voormalig secretaris-generaal van de NAVO – en Rik Van Cauwelaert – jarenlang het journalistieke geweten van Knack en vandaag gevierde columnist – vormen de ruggengraat van het boek. Hun gesprekken zijn openhartig, erudiet en vaak verrassend verhelderend.

Wat meteen opvalt, is de toon: niets van de formele diplomatieke afstand die men van een voormalige NAVO-topman zou verwachten, maar een ontspannen en toch doordachte dialoog tussen twee mannen die elkaar al decennia kennen en respecteren. Claes’ bereidheid om zonder omwegen terug te blikken op cruciale momenten uit zijn loopbaan, geeft de conversaties een bijzondere authenticiteit. Van Cauwelaert fungeert daarbij als een scherpzinnige, soms uitdagende gesprekspartner: iemand die niet enkel vragen stelt, maar doorprikt, nuanceert, en context biedt. Die dynamiek maakt het boek levendig – het leest nooit als een stenografisch verslag, maar als een intellectueel steekspel waarin beiden elkaar hoger tillen.

Inhoudelijk bestrijkt het boek een indrukwekkende waaier van historische gebeurtenissen: de val van de Berlijnse Muur, de implosie van de Sovjet-Unie, de bloedige oorlogen in ex-Joegoslavië, en natuurlijk de Agusta-affaire die Claes’ politieke carrière abrupt tot een einde bracht. Die thematische spreiding maakt het werk relevant voor iedereen die inzicht wil krijgen in de turbulentie van de late twintigste eeuw én de fundamenten van de geopolitiek die vandaag de krantenkoppen beheerst.

Het hoofdstuk over de val van de Muur en het einde van de Koude Oorlog behoort tot de sterkste passages. Claes, die vanop de eerste rij getuige was van deze geopolitieke herschikking, deelt observaties die je zelden in handboeken terugvindt. Hij beschrijft niet alleen de internationale diplomatie, maar ook de sfeer van euforie, onzekerheid en machtsvacuüm waarmee Europa worstelde. Van Cauwelaert weet die herinneringen telkens stevig te verankeren in het politieke en maatschappelijke klimaat van toen, waardoor de lezer een helder, gelaagd beeld krijgt van een cruciaal moment in de wereldgeschiedenis.

Ook de hoofdstukken over de oorlog in Joegoslavië zijn bijzonder beklijvend. Claes’ relaas over de traagheid van de internationale gemeenschap, de interne spanningen binnen de NAVO en de tragische menselijke tol van het conflict, maken duidelijk hoe complex en frustrerend internationale besluitvorming vaak is. Hier toont het boek zijn echte waarde: het biedt geen gladgestreken verhaal, maar een weergave van machtspolitiek die moeizaam, ambivalent en soms pijnlijk onvolmaakt is.

Onvermijdelijk komt ook de Agusta-affaire aan bod. Claes bespreekt het schandaal voorzichtig maar niet ontwijkend. Hij verdedigt zijn positie, plaatst de gebeurtenissen in hun politieke context en gaat de moeilijke vragen van Van Cauwelaert niet uit de weg. Voor wie de affaire enkel kent via krantenkoppen, biedt dit hoofdstuk een zeldzame inkijk in de complexiteit van politieke verantwoordelijkheid, perceptie en juridische realiteit.

Het meest actueel zijn de gesprekken over de opkomst van nieuwe wereldleiders zoals Poetin, Xi Jinping en Trump. Hier komen Claes’ internationale ervaring en Van Cauwelaerts analytische scherpte volledig tot hun recht. Hun analyse van de groeiende assertiviteit van autoritaire regimes, de uitholling van multilaterale instellingen en de fragiliteit van de democratie is zowel verontrustend als bijzonder relevant. Ze tonen aan hoe gebeurtenissen uit de jaren ’90 en begin jaren 2000 rechtstreeks doorwerken in de geopolitieke breuklijnen van vandaag.

Stilistisch weet het boek een mooie balans te vinden tussen toegankelijke vertelling en inhoudelijke diepgang. Het is geen droge historische reconstructie, maar een conversatie die intellectueel prikkelt zonder elitair te worden. De persoonlijke toon maakt het bovendien meeslepend: Claes’ bescheidenheid, soms melancholie, maar ook trots, zorgen voor een menselijke onderlaag die het geheel warmte geeft.

Toch is het geen hagiografie. Van Cauwelaert spaart zijn gesprekspartner niet wanneer dat nodig is, en het boek wordt sterker door die eerlijkheid. Het is precies die dubbelheid – sympathie zonder volgzaamheid, respect zonder idolatrie – die deze gesprekken geloofwaardig en boeiend maakt.

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.