Met Wat loopt daar? onderzoekt Midas Dekkers een onderwerp dat tegelijk biologisch, historisch en maatschappelijk beladen is: het begrip ‘ras’ bij de mens. Hij kijkt naar de mens zoals een bioloog naar andere levende wezens kijkt, maar loopt daarbij al snel tegen een fundamenteel probleem aan. Bij honden, paarden of aardappelen spreken we zonder veel moeite over rassen; zodra het over mensen gaat, raakt het begrip onmiddellijk verbonden met discriminatie en racisme.
Dekkers probeert die verschillende betekenissen uit elkaar te halen. Hij begint bij de biologische oorsprong van het begrip en volgt vervolgens de manier waarop mensen zichzelf en anderen door de eeuwen heen zijn gaan indelen. Evolutie, afstamming, natuurlijke selectie en de geschiedenis van de classificatie komen daarbij uitgebreid aan bod. Ook wetenschappers als Linnaeus en Blumenbach krijgen veel aandacht.
Een belangrijk thema is de menselijke behoefte aan hokjes. Mensen zijn geneigd de enorme variatie om zich heen te ordenen en van namen en categorieën te voorzien. Dekkers laat zien dat daar op zichzelf niets vreemds aan is. Het probleem ontstaat wanneer zulke categorieën niet langer beschrijvend zijn, maar worden gebruikt om mensen een bepaalde waarde toe te kennen.
Daarmee komt het boek onvermijdelijk bij racisme uit. Dekkers maakt onderscheid tussen biologische verschillen en de maatschappelijke betekenissen die mensen daaraan hebben gegeven. Het feit dat mensen uiterlijk van elkaar verschillen, betekent volgens de gedachtegang van het boek niet dat die verschillen een rechtvaardiging vormen voor een rangorde tussen groepen. Juist de menselijke neiging om verschillen te vertalen naar ‘beter’ en ‘slechter’ vormt het probleem.
Interessant is dat Dekkers het onderwerp niet uitsluitend vanuit de hedendaagse discussie benadert. Hij gaat terug naar de geschiedenis van de rassenleer en naar de wetenschappers die probeerden de menselijke variatie systematisch te classificeren. Daardoor wordt zichtbaar hoe een op zichzelf wetenschappelijke belangstelling voor verschillen kon worden verbonden met nationalistische en racistische denkbeelden.
Dat historische gedeelte is ook een van de sterkste kanten van het boek. Dekkers beperkt zich niet tot abstracte biologische begrippen, maar voert de lezer langs uiteenlopende onderwerpen: wereldtentoonstellingen, schilderkunst, vogels kijken, nationalistische mythes, het tentoonstellen van mensen, volksaard, huid en haartypes.
Die brede aanpak is typisch voor Dekkers. Hij schrijft niet als iemand die één wetenschappelijk probleem systematisch wil oplossen, maar als een bioloog met een enorme nieuwsgierigheid naar de wereld. Een onderwerp brengt hem gemakkelijk bij een ander onderwerp en juist die associatieve beweging maakt het boek levendig.
Zijn humor helpt daarbij. Een ingewikkeld biologisch of historisch vraagstuk wordt geregeld teruggebracht tot iets alledaags of absurds. Dekkers heeft bovendien de gewoonte om de mens voortdurend vanuit zijn positie als diersoort te bekijken. Daardoor wordt menselijke zelfoverschatting regelmatig gerelativeerd.
Tegelijkertijd is Wat loopt daar? geen vrijblijvende humoristische verhandeling. Het onderwerp heeft een serieuze kern. Dekkers wil laten zien hoe problematisch het is wanneer menselijke verschillen worden omgezet in waardeoordelen. Zijn biologische perspectief is juist bedoeld om de vanzelfsprekendheid van dergelijke rangordes ter discussie te stellen.
Het boek is niet overal even overtuigend. Een kritische bespreking wees erop dat Dekkers relatief weinig aandacht besteedt aan de bredere geschiedenis van racistische ideeën en aan de manieren waarop wetenschap zelf een rol heeft gespeeld bij het legitimeren van racisme. Dat is een relevante kanttekening, zeker omdat juist de historische ontwikkeling van rassenleer en racisme zo’n belangrijk onderdeel van het onderwerp vormt.
Daar staat tegenover dat Dekkers veel andere kanten van het onderwerp zichtbaar maakt. Hij laat bijvoorbeeld zien dat het begrip ‘ras’ niet alleen een wetenschappelijke categorie is, maar ook een product van menselijke behoefte aan ordening. De manier waarop mensen zichzelf classificeren zegt daardoor minstens zoveel over de mens als over de biologische werkelijkheid die hij probeert te beschrijven.
De tien hoofdstukken hebben ieder een eigen invalshoek, maar vormen samen een brede rondgang door evolutie, classificatie en menselijke variatie. De inhoudsopgave loopt van Anders dan anders en Ha, hokjesgeest via Soort en ras en Kiezen en kruisen naar onder meer Skin deep, Ras boven ras, De bastaard en De nieuwe mens.
Voor de lezer is vooral de combinatie van kennis en toegankelijkheid aantrekkelijk. Dekkers schrijft populairwetenschappelijk zonder dat zijn tekst een schoolboek wordt. Hij wil informeren, maar ook verwonderen. Daardoor blijft er ruimte voor humor, zijpaden en merkwaardige voorbeelden.
Wat loopt daar? is een boek over de menselijke behoefte om verschillen te benoemen en te ordenen. Dekkers laat zien dat variatie in de natuur vanzelfsprekend is, maar dat de mens er iets anders van maakt zodra hij aan die variatie een sociale rangorde koppelt. Daarmee raakt het boek aan een onderwerp dat veel verder gaat dan biologie.
Eigen aan mensen
Bach dag na dag
Hangmatbelegger voor het leven
Odyssee
Regime change
De man die quizvraag wilde worden
Normaliteit
Een koffer vol citroenen
Bres
Oscar Wilde’s crucifix
Flaneren kun je leren
Cruise
Ik werd kamer 235
De ijdelheid van de kanunnik
Iida Turpeinen
Flemings!
Vrouwen in duistere tijden
Sommige auteurs bouwen vooral aan hun imago
De verdronkene
Het puttertje
Sta bij
Harry Potter en de Steen der Wijzen