Wie was ik

De Bezige Bij 2020 96 pagina's 9789403183107 Paperback

Met Wie was ik. Strafregels probeert Alfred Schaffer een verleden te bereiken dat zich voortdurend aan hem onttrekt. De bundel vertrekt vanuit een persoonlijke geschiedenis: een Arubaanse moeder die naar Nederland komt, trouwt met een Nederlandse man en samen met hem een gezin vormt. De dochter sterft jong, de moeder eveneens, en de zoon blijft achter met herinneringen die ontoereikend en onbetrouwbaar zijn. Hij probeert niet zozeer zijn moeder te herinneren als wel haar opnieuw te verbeelden. Daarmee wordt de vraag uit de titel meteen ingewikkelder: wie was zij, maar ook wie was hijzelf in verhouding tot haar, tot zijn afkomst en tot het verleden dat hij slechts gedeeltelijk bezit?

Schaffer kiest voor een opvallende vorm om die onmogelijkheid zichtbaar te maken. De bundel is geen lineair familieverhaal, maar een voortdurend verschuivende verzameling stemmen, herinneringen, dromen en fragmenten. De dichter kruipt als het ware in de huid van de moeder zonder ooit te kunnen beweren dat hij werkelijk weet wat zij dacht of voelde. Juist daardoor weigert de bundel de geruststelling van een authentieke reconstructie. Het verleden wordt niet teruggevonden, maar steeds opnieuw gemaakt. De Reactor wijst erop dat de gedichten daarbij geregeld de grens tussen droom en werkelijkheid laten vervagen.

Die droomwereld is niet idyllisch. In het openingsgedicht verschijnen de overleden ouders even opnieuw, maar hun aanwezigheid is onmiddellijk verbonden met dood en verlies. De droom brengt het verleden niet terug zoals het was; hij maakt vooral voelbaar wat niet meer kan worden teruggebracht. Dat is een sterke keuze, omdat Schaffer daarmee voorkomt dat poëzie hier een vorm van nostalgie wordt. De verbeelding biedt geen herstel, maar confronteert de ik-figuur juist met het ontbreken van wat hij probeert te vinden.

Tegelijk gaat Wie was ik nadrukkelijk verder dan het persoonlijke familieverhaal. Migratie, huidskleur, koloniale verhoudingen en racisme dringen de gedichten binnen. De verhouding tussen de zwarte moeder en haar witte Nederlandse omgeving wordt daardoor ook een geschiedenis van culturele verschillen en machtsverhoudingen. Schaffer maakt van zijn afkomst echter geen afgerond identiteitsverhaal. Integendeel: de gedichten laten juist zien hoe moeilijk het is om een identiteit achteraf helder vast te leggen. Wat overblijft zijn stemmen, beelden, aangeleerde houdingen en taal.

Daarin ligt een van de interessantste aspecten van de bundel. Schaffer schrijft niet alsof er ergens achter de herinneringen een zuivere waarheid verborgen ligt die de dichter alleen maar hoeft bloot te leggen. Hij maakt juist zichtbaar dat herinnering altijd al interpretatie is. De moeder wordt daardoor een literaire constructie, een figuur die uit schaarse gegevens en verbeelding ontstaat. De uitgever spreekt terecht over een poging om het persoonlijke verleden te belichamen; de prijs daarvan is dat de dichter voortdurend moet erkennen dat taal tekortschiet.

Die taal is bovendien niet altijd gemakkelijk. Schaffer gebruikt verschuivende perspectieven, onverwachte associaties en soms vervreemdende beelden. De gedichten lijken geregeld hun eigen vaste grond onder zich vandaan te trekken. Dat past bij het onderwerp, maar kan ook afstand scheppen. Wie op zoek is naar een helder familieverhaal of een eenduidige uitspraak over afkomst, krijgt die niet. De lezer moet zich bewegen door een poëtische ruimte waarin betekenis eerder ontstaat uit herhaling, botsing en verschuiving dan uit een afgeronde vertelling.

Juist daarom is de titel Strafregels zo veelzeggend. Het schrijven lijkt een opdracht die de dichter zichzelf oplegt: blijven schrijven over iets wat niet meer volledig gekend kan worden. Maar strafregels zijn ook herhaling, discipline en poging tot correctie. De dichter probeert met taal een tekort te herstellen dat zich niet laat herstellen. De poëzie wordt daarmee tegelijk onderzoek en bekentenis van mislukking.

Wie was ik. Strafregels is een bundel over herinneren zonder zekerheid. Schaffer maakt van zijn persoonlijke geschiedenis geen gesloten autobiografisch verhaal, maar een onderzoek naar wat er gebeurt wanneer afkomst, migratie, familie en verlies alleen nog via fragmenten bereikbaar zijn. Dat maakt de bundel soms duister en veeleisend, maar ook overtuigend: juist doordat Schaffer geen definitief antwoord geeft op de vraag wie de mensen uit zijn verleden waren, laat hij zien hoe weinig er soms nodig is om een verdwenen leven opnieuw hoorbaar te maken.

Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.