Wierook en tranen uit 1958 is een korte maar aangrijpende oorlogsroman van Ward Ruyslinck. Het verhaal volgt de negenjarige Waldo, die samen met zijn ouders in mei 1940 op de vlucht slaat voor de Duitse inval. Wat begint als een vlucht van een gezin eindigt voor Waldo in een persoonlijke tragedie.
Ruyslinck kiest bewust voor het perspectief van een kind. Waldo begrijpt aanvankelijk weinig van de oorlog en voelt zich eerder aangetrokken tot de kleine dingen die hem vertrouwd zijn dan tot de grote gebeurtenissen om hem heen. Zijn bijzondere voorliefde voor de geur van wierook biedt hem een gevoel van rust en geborgenheid. Juist daardoor wordt de tegenstelling met de werkelijkheid van de oorlog steeds schrijnender.
De vlucht verandert geleidelijk in een tocht door een wereld waarin de gewone regels niet meer gelden. Waldo raakt zijn ouders kwijt en wordt vervolgens afhankelijk van volwassenen die hij nauwelijks kent. Later ontmoet hij Vera, een meisje met wie hij een nieuwe vorm van verbondenheid vindt. Hun ontmoeting brengt tijdelijk iets van de verloren kinderlijke wereld terug, maar ook die veiligheid blijkt slechts schijn.
De kracht van het boek zit vooral in het contrast tussen Waldo’s beleving en de werkelijkheid die de lezer wel kan overzien. Voor hem bestaan er momenten van schoonheid, natuur en verwondering, terwijl de oorlog steeds dichterbij komt. Ruyslinck maakt de oorlog daardoor niet groot en spectaculair, maar juist klein en persoonlijk. Het geweld wordt voelbaar doordat het binnendringt in het leven van een kind dat er geen vat op heeft.
De titel vat die tegenstelling bijzonder goed samen. Ruyslinck verklaarde zelf dat de wierook staat voor geborgenheid, vertrouwen, liefde en het verlangen naar God, terwijl de tranen verwijzen naar het menselijke lijden en de verschrikkingen van de oorlog. De twee elementen blijven gedurende het hele verhaal tegenover elkaar staan: de behoefte van Waldo aan bescherming tegenover een werkelijkheid die hem die bescherming steeds verder ontneemt.
Daarmee is Wierook en tranen ook een boek over het verlies van onschuld. Waldo wordt niet geleidelijk volwassen doordat hij daar zelf voor kiest; de oorlog dwingt hem ertoe. Zijn ervaringen maken het steeds moeilijker om nog te geloven in de veilige en overzichtelijke wereld van vóór de oorlog. Vooral zijn verhouding tot God komt onder druk te staan. De vraag hoe een goede God zoveel menselijk leed kan toestaan, wordt uiteindelijk een wezenlijk onderdeel van het verhaal.
De stijl van Ruyslinck is helder en sterk beeldend. De natuur vormt geregeld een opvallend contrast met het oorlogsgeweld. Mooie landschappen en momenten van rust krijgen daardoor iets kwetsbaars: de lezer weet dat ze ieder moment kunnen worden verstoord. Die tegenstelling versterkt de emotionele werking van het verhaal.
Een lichte kritiek is dat het perspectief van de negenjarige Waldo niet altijd volledig natuurlijk aandoet. Sommige formuleringen en gedachten zijn duidelijk literairder en beschouwender dan je van zo’n jong kind zou verwachten. Die keuze maakt het mogelijk om de gebeurtenissen filosofisch te verdiepen, maar haalt de lezer soms ook iets uit de directe kinderbeleving.
Daarnaast is de roman sterk symbolisch opgebouwd. Wierook, tranen, religie, dood en natuur krijgen allemaal een duidelijke betekenis. Dat maakt het verhaal gelaagd, maar soms ook wat nadrukkelijk. Toch blijft de kern eenvoudig en overtuigend: een kind probeert in een gewelddadige wereld iets van vertrouwen en menselijkheid vast te houden.
De spooktreinmoorden
Wie was ik
Stille geheimen
De bewaker
Charley Toorop
Deze wereld is geen ergernis waard
Daar zit een boek in!
Een ijzige stilte
De dood in Venetië
Voornamelijk vrouwen
Baltische zielen
Houtekiet
Nacht in Parijs
Geld als water
Vloed
Mazzel tov
Welke kunst verdient belastinggeld?
Polsslag
De tijdloze – scheurkalender
Kees van Kooten
Mystiek lichaam
Wildevrouw