Dit is geen historische roman. Dit is een vuistslag met modder aan.
In Wildevrouw zet Jeroen Olyslaegers zijn verteller Beer aan tafel met God, maar verwacht geen vroom gefluister. Beer praat zoals hij leeft: rauw, driftig, zonder schroom. Tien jaar na zijn vlucht uit Antwerpen blikt hij terug op een stad die zichzelf verscheurt. Daar runde hij een herberg, raakte verstrikt in obscure genootschappen, en zag hoe een “wildevrouw” — half mythe, half mens — als curiositeit werd opgesloten. Wat begint als folklore, eindigt als schuld.
Wat dit boek onderscheidt, is niet de geschiedenis, maar de stem. Olyslaegers schrijft geen reconstructie, hij laat een lijf spreken. Zinnen sleuren, schuren, botsen. Geen afstandelijke duiding, wel een directe, soms ongemakkelijke nabijheid. Je ruikt de kelder, hoort het geschreeuw, voelt hoe snel beschaving afbrokkelt zodra angst het overneemt. De zestiende eeuw wordt hier geen decorstuk, maar een spiegel die net iets te dicht bij komt.
Onder de oppervlakte spelen grotere vragen zonder dat ze zich opdringen. Wat maakt een mens tot beest — en wie beslist dat? Hoe dun is de grens tussen geloof en geweld? En vooral: wat doe je als je merkt dat je zelf al lang onderdeel bent van het probleem? Beer is geen held, eerder een man die te laat begrijpt waar hij in is meegezogen.
Wildevrouw is niet voor lezers die hun verleden graag netjes gerangschikt zien. Wel voor wie wil voelen hoe geschiedenis kraakt.
Dit boek leest niet. Het bijt.
Rome en Perzië
Gebonden aan de waarheid
Congo
Fake profiel
Reddend zwemmen
Schaduw van verlangen
Het Gore Lef
Dark Enlightenment
De dood in Venetië
Retour Pretoria
Dood in Berlijn
De strijd tegen fascisme
De acht bergen
Ijskoud gedumpt
Sprakeloos
De laatste eilanders
Later
Panic Room
Wie mag een boek lezen?
Alain Grootaers
Beroerd
Godverdomse dagen op een godverdomse bol