Met Winst schreef Jeroen Olyslaegers een roman die zich moeilijk laat samenvatten. Het boek is tegelijk een satire op de kunstwereld, een toekomstvisioen, een psychologisch portret van een man in verval en een onderzoek naar de manier waarop sociale relaties steeds vaker worden herleid tot transacties. Die veelheid aan invalshoeken maakt van Winst een uitdagende, soms overrompelende leeservaring.
Centraal staat Donald, een kunsthandelaar die betere tijden heeft gekend. Ooit gold hij als een invloedrijke figuur binnen de hedendaagse kunstwereld. Kunstenaars zochten zijn steun, verzamelaars luisterden naar zijn oordeel en online leek hij voortdurend omringd door bewonderaars. Maar wanneer de roman begint, zijn die gloriedagen voorbij. Zijn huwelijk is gestrand, zijn relatie met zijn zoon is moeizaam en zijn positie binnen het kunstcircuit blijkt veel minder stevig dan hij zichzelf graag voorhoudt.
Een onverwachte opdracht lijkt zijn redding te kunnen worden. Een steenrijke zakenman vraagt hem een prestigieuze tentoonstelling in Berlijn op poten te zetten. Wat aanvankelijk oogt als een laatste kans om zichzelf opnieuw uit te vinden, verandert echter langzaam in een nachtmerrie. Hoe verder Donald vordert, hoe meer hij het gevoel krijgt dat anderen hem telkens een stap voor zijn. Kunstenaars blijken al benaderd, beslissingen zijn genomen zonder zijn medeweten en online verschijnen berichten die zijn reputatie verder ondermijnen.
Vanaf dat punt ontwikkelt Winst zich tot een roman over controleverlies.
Donald probeert grip te houden op zijn project, maar ontdekt dat hij steeds minder vat heeft op de wereld rondom hem. Zijn identiteit, zijn professionele reputatie en zelfs zijn online aanwezigheid lijken zich aan hem te onttrekken. Olyslaegers beschrijft overtuigend hoe iemand langzaam het gevoel kan krijgen dat hij niet langer de hoofdpersoon van zijn eigen leven is.
Wat de roman bijzonder maakt, is dat dit persoonlijke verval voortdurend wordt verbonden met bredere maatschappelijke ontwikkelingen. De toekomstwereld waarin het verhaal zich afspeelt, verschilt slechts in details van de onze, maar die verschillen zijn betekenisvol. Sociale netwerken, reputatiemechanismen en economische belangen hebben een bijna allesomvattende invloed gekregen. Mensen presenteren zichzelf voortdurend als merk, product of project.
Daarmee raakt Olyslaegers aan een vraag die vandaag misschien nog relevanter is dan bij het verschijnen van het boek: wat blijft er over van vriendschap, kunst of idealisme wanneer alles wordt beoordeeld volgens zichtbaarheid, rendement en succes?
De titel van de roman verwijst niet toevallig naar die spanning. Vrijwel alle personages spreken over samenwerking, gemeenschap en collectiviteit, maar achter die woorden schuilt vaak een hard economisch denken. Iedereen lijkt op zoek naar verbinding, terwijl tegelijk voortdurend wordt berekend wie er voordeel haalt uit een relatie of een project. De roman toont hoe gemakkelijk het woord “wij” kan worden gebruikt wanneer eigenlijk “ik” wordt bedoeld.
In de tweede helft verplaatst het verhaal zich naar Berlijn, waar de werkelijkheid steeds instabieler wordt. De stad verschijnt als een ontwrichte ruimte waarin maatschappelijke orde, kunstprojecten en persoonlijke levens tegelijk beginnen af te brokkelen. Olyslaegers verhoogt het tempo en laat gebeurtenissen, herinneringen, dromen en ideeën steeds sneller door elkaar lopen. Daardoor krijgt de roman soms een hallucinante kwaliteit.
Dat is tegelijk een van de grootste sterktes én een van de zwakkere punten van het boek.
De overvloed aan stemmen, ideeën en verhaallijnen zorgt voor een indrukwekkende energie. Tegelijk dreigt de roman soms onder zijn eigen ambitie te bezwijken. Niet iedere uitweiding draagt evenveel bij aan het geheel en sommige passages lijken vooral bedoeld om een idee te exploreren eerder dan het verhaal vooruit te helpen. Voor bepaalde lezers zal dat deel van het boek eerder fascinerend dan vermoeiend zijn; anderen zullen verlangen naar iets meer narratieve houvast.
Toch blijft Winst boeien door de kracht van zijn visie. Olyslaegers schetst een wereld waarin kunst, technologie, economie en menselijke relaties steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn. Zijn personages zijn zelden sympathiek, maar wel herkenbaar in hun ambities, onzekerheden en zelfbedrog.
Stilistisch behoort de roman tot het meest experimentele werk van Olyslaegers. Hij schrijft energiek, associatief en zonder veel respect voor traditionele grenzen tussen realiteit, herinnering en gedachte. Dat levert een boek op dat niet altijd gemakkelijk is, maar wel een sterke eigen stem bezit.
Winst is uiteindelijk een roman over mensen die zichzelf proberen te verkopen en onderweg dreigen te vergeten wie zij werkelijk zijn. Achter de satire op de kunstwereld schuilt een bredere analyse van een samenleving waarin bijna alles een markt is geworden. Het resultaat is een ambitieuze, soms chaotische, maar vaak indrukwekkende roman die vragen stelt over succes, identiteit en de prijs die betaald wordt wanneer winst het belangrijkste criterium wordt.
Zoals de wereld die Olyslaegers beschrijft, laat ook deze roman zich niet volledig ordenen. Misschien is dat precies de bedoeling.
Boudewijn
De gelukkige huisvrouw
Voor wie de klok luidt
Dagboek 1933
Ola en de dingen
Rouwdouwers
Hofdames
Over grenzen
Yoshuku
Spel
Ik denk dat het zal regenen als ik doodga
Een mooie dood
Brandende liefde
De Parijsboeken
Bittere bloemen
Norwegian Wood
Schuin geschreven
De trein der traagheid
Gevangene 17683
Marjolijn Uitzinger
Ik denk dat het zal regenen als ik doodga
Het onmogelijke verlangen van de poëzie