Zeer Fijne Boy is veel meer dan een bundeling curiositeiten uit het leven van Gerard Reve. Het boek biedt een zeldzame inkijk in de laatste decennia van een schrijver die tegelijk publieke figuur, literaire legende en tragikomische eenzaat was geworden. De correspondentie tussen Reve en Jef Rademakers laat niet alleen de schrijver zien zoals hij zich aan vrienden toonde, maar onthult ook hoe sterk zijn literaire stem en zijn dagelijkse persoonlijkheid in elkaar overvloeiden.
Wat onmiddellijk opvalt, is hoe herkenbaar Reve klinkt. Zelfs in persoonlijke brieven blijft hij volledig Reve: plechtig en platvloers tegelijk, geestig, venijnig, melodramatisch, katholiek, erotisch en voortdurend balancerend tussen ernst en zelfparodie. Dat maakt het boek literair interessanter dan veel postuum gepubliceerde correspondenties. Deze brieven voelen zelden als droge documenten, ze bezitten vaak dezelfde cadans en ironische spanning als zijn literaire werk.
De vriendschap met Rademakers vormt daarbij een intrigerend uitgangspunt. Hun samenwerking in televisieprogramma’s tijdens de jaren tachtig en negentig bracht Reve in een medium dat eigenlijk slecht bij hem paste. Televisie verlangt snelheid, zichtbaarheid en permanente aanwezigheid, terwijl Reve fundamenteel een schrijver van traagheid, ritueel en stilering was. Toch begreep Rademakers blijkbaar iets essentieels: dat Reve’s publieke optredens alleen werkten wanneer men hem ruimte gaf om zichzelf als personage te construeren.
In de brieven wordt duidelijk hoe ambivalent Reve stond tegenover roem en publieke aandacht. Hij genoot van erkenning, maar verachtte tegelijk de culturele wereld waarin die erkenning functioneerde. Vooral zijn uitvallen naar kunstenaars, intellectuelen en maatschappelijke ontwikkelingen zijn soms hilarisch scherp, soms reactionair en soms ronduit ongemakkelijk. Reve provoceert voortdurend, maar achter die provocaties schuilt meestal angst: angst voor betekenisverlies, voor banaliteit, voor lichamelijk verval en uiteindelijk voor de dood.
Precies daarin schuilt de werkelijke waarde van Zeer Fijne Boy. Het boek toont Reve niet als monument, maar als kwetsbare en vaak onrustige mens. De grote thema’s van zijn oeuvre keren voortdurend terug:
- religie als verlangen naar orde en troost,
- erotiek als vorm van overgave,
- ironie als verdedigingsmechanisme,
- en doodsbesef als constante onderstroom.
Interessant is ook hoe katholiek Reve blijft denken, zelfs wanneer hij tegelijk spot met geloof en kerk. Zijn katholicisme is nooit louter doctrinair geweest, het functioneert eerder als een theatrale taal voor schuld, verlangen en verlossing. In de correspondentie wordt duidelijk hoe diep dat rituele denken in hem verankerd zat. Zelfs zijn humor krijgt vaak iets liturgisch.
Het boek roept daarnaast vragen op over de verhouding tussen schrijver en publieke figuur. Tegen de jaren negentig was Reve niet langer alleen auteur van De Avonden of Op weg naar het einde, maar ook televisiepersoonlijkheid, polemist en cultureel fenomeen geworden. Zeer Fijne Boy toont hoe moeilijk die rollen soms te scheiden waren. Reve schreef niet alleen literatuur; hij leefde ook voortdurend binnen een zelfgecreëerde mythe.
Toch bezit het boek opvallend veel melancholie. Naarmate de correspondentie vordert, sluipt het ouder worden steeds nadrukkelijker binnen. De bravoure blijft aanwezig, maar krijgt barsten. Achter de ironie verschijnt steeds vaker lichamelijke aftakeling en existentiële vermoeidheid. Dat geeft sommige passages een onverwachte ontroering.
De toevoeging van foto’s, handschriften en de teksten van Rademakers en Christophe Vekeman versterkt het gevoel dat men niet alleen een correspondentie leest, maar een stukje literaire geschiedenis observeert. Tegelijk schuilt daar ook een gevaar in: de neiging om Reve louter als cultureel relikwie te behandelen. Gelukkig blijft de kracht van zijn taal groot genoeg om dat te overstijgen.
Want uiteindelijk maakt Zeer Fijne Boy vooral duidelijk waarom Gerard Reve nog altijd gelezen wordt. Niet omdat hij moreel voorbeeldig was of omdat al zijn opvattingen de tand des tijds doorstaan hebben, maar omdat hij als weinig andere schrijvers de menselijke behoefte aan liefde, ritueel, ironie en troost wist te verwoorden. Zelfs in losse brieven blijft die unieke mengeling van ernst en spot onmiddellijk herkenbaar.
Misschien is dat wel de meest opvallende conclusie van dit boek: dat Reve zelfs in correspondentie nooit helemaal ophoudt literatuur te bedrijven. Iedere brief lijkt tegelijk bekentenis, performance en laatste preek van een schrijver die zijn eigen stem tot kunstvorm had gemaakt.
Epstein
De duizelingwekkende jaren
Woesten
Zuiver
Wunderland
Rik Wouters. Een biografie
Het was mijn verdomde plicht
Transit
Alles komt goed
Spel
Ik denk dat het zal regenen als ik doodga
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Trouwlust
Jean-Paul Sartre. Zijn biografie
Roundhay, tuinscène
Laatste lente aan de Seine
De strijd tegen fascisme
Oroppa
Spion van de Mossad
Sommige boeken wachten
Schiereiland
Daar waar de rivierkreeften zingen
Alles heeft een reden