Afscheid van Berlijn
Sommige boeken over het interbellum doen alsof iedereen in 1932 al wist wat er ging komen. Alsof de mensen in cafés tussen twee glazen schnaps door bespraken dat Europa weldra in brand zou staan. Afscheid van Berlijn van Christopher Isherwood is veel verontrustender omdat bijna niemand hier dat historische overzicht bezit. Mensen flirten, liegen, huren kamers die ze niet kunnen betalen, drinken te veel, hopen op een rijke minnaar of een beter appartement. Ondertussen schuift het nazisme langzaam de straat binnen, bijna achteloos.
Dat is misschien het meest ontregelende aan Isherwoods boek: Hitler verschijnt hier niet als een dramatische donderwolk aan de horizon, maar als achtergrondruis. Een politieke besmetting die zich ongemerkt mengt met het dagelijkse leven van pensionkamers, nachtclubs en kleine vernederingen.
De roman — eigenlijk een losse constructie van verhalen en dagboekachtige observaties — volgt een verteller die simpelweg “Christopher” heet. Hij beweegt zich door het Berlijn van 1929 tot 1932 als een stille getuige. Hij observeert Sally Bowles, de zelfverklaarde Engelse chanteuse die leeft op cocktails, illusies en onafgewerkte plannen. Hij logeert bij Fräulein Schröder, wier burgerlijke fatsoen langzaam barsten vertoont. Hij kijkt binnen in de benauwde kamers van de familie Nowak en in de decadente salons van de steenrijke joodse familie Landauer. Iedereen probeert zich staande te houden in een stad die tegelijk feestviert en ontbindt.
Veel hedendaagse lezers verwachten van historische romans psychologische uitleg, morele richtingaanwijzers of grote emotionele ontploffingen. Isherwood weigert dat allemaal. Zijn beroemde openingszin — “Ik ben een fototoestel, waarvan de sluiter openstaat” — is geen literaire pose maar een methode. Hij registreert. Meer niet. Juist daardoor krijgen de scènes hun vreemde kracht. De schrijver dringt zich nergens op met wijsheden achteraf. Hij laat mensen zichzelf verraden in dialogen, blikken en half beschonken uitspraken.
En nee, dit is niet het romantische Cabaret-Berlijn dat toeristische verbeelding ervan gemaakt heeft. Achter de glamour van rook, jazz en seksuele vrijheid hangt voortdurend financiële paniek. Seks is hier zelden bevrijdend; meestal is het een transactie, een vluchtpoging of een vorm van eenzaamheid met make-up op. Isherwood begrijpt dat een samenleving vaak het luidst danst vlak voor ze instort.
Wat Afscheid van Berlijn onderscheidt van veel andere romans over deze periode, is de koele precisie. Geen grote historische verklaringen, geen pathetiek, geen zwaar aangezette symboliek. Isherwood schrijft alsof hij mensen stiekem afluistert aan het tafeltje naast hem. Daardoor voelt het boek vandaag nog verrassend modern aan. Je leest niet alleen over de ondergang van de Weimarrepubliek; je leest over een stad waarin amusement langzaam belangrijker wordt dan waarheid, en waarin politieke radicalisering zich vermomt als dagelijkse normaliteit.
Dit is geen roman voor lezers die houden van afgeronde verhalen of heldhaftige personages met morele helderheid. Afscheid van Berlijn is voor mensen die geïnteresseerd zijn in de momenten vlak vóór een samenleving kantelt — wanneer iedereen nog denkt dat het leven gewoon doorgaat.
Recensie: Kaat Deflandre

