Alleen in Berlijn
Formaat: Paperback Auteur: Hans Fallada Genre: fictie Uitgeverij: Uitgeverij Cossee Gepubliceerd: 2011 Pagina's: 510 Taal: nederlands ISBN: 9789059363335 Gewicht: 837 Grootte: 150mm x 230mm Tags: fictie | geschiedenis | Hans Fallada | roman | Uitgeverij CosseeEr bestaan weinig romans die zo hardnekkig verkeerd gelezen worden als Alleen in Berlijn. Veel lezers behandelen het boek als een geruststellend monument van “de goede Duitser”: kijk eens, zelfs onder Hitler waren er moedige mensen. Maar de ongekuiste versie van Hans Fallada’s roman maakt korte metten met dat comfortabele idee. Hier geen opgepoetst verzet, geen nobele helden die boven de geschiedenis zweven. Wat overblijft is iets veel ongemakkelijkers: gewone mensen die te laat wakker worden.
De roman volgt Otto en Anna Quangel, een Berlijns arbeiderskoppel dat na de dood van hun zoon aan het front besluit om anonieme protestkaartjes tegen het naziregime achter te laten in traphallen en appartementsgebouwen. Geen spectaculaire sabotageacties, geen geheime netwerken, geen heroïek met filmmuziek eronder. Gewoon twee mensen die ineens beseffen dat zwijgen ook een vorm van medeplichtigheid is. Fallada baseerde zich op het echte verhaal van Otto en Elise Hampel, maar wat het boek zo ontregelend maakt, is dat hij van die geschiedenis geen moreel sprookje maakt.
En precies daarom is die herontdekte versie zo interessant. De oorspronkelijke uitgever, Aufbau, had in 1947 duidelijk andere plannen met het manuscript. Duitsland moest heropgevoed worden onder Sovjettoezicht; literatuur diende nuttig te zijn. Dus verdwenen vloeken, seksuele toespelingen en — veel belangrijker — passages waaruit blijkt dat Anna Quangel ooit zelf sympathieën had voor het nazisme. Dat laatste verandert alles. Plots gaat dit boek niet meer over “goede mensen tegenover slechte nazi’s”, maar over mensen die zelf besmet waren door de tijd waarin ze leefden. Dat maakt de roman actueler dan veel hedendaagse antifascistische fictie, die vaak zo proper en moreel zelfverzekerd oogt dat ze bijna steriel wordt.
Fallada schrijft bovendien alsof hij geen tijd had voor literaire ijdelheid. Zijn stijl is nerveus, direct, soms bijna journalistiek. Personages worden niet psychologisch uitgebeend; ze botsen tegen elkaar op in rokerige cafés, politiebureaus en muffe appartementsblokken waar iedereen elkaar bespioneert. Berlijn hangt hier niet vol historische grandeur maar ruikt naar angst, koolsoep en natte jassen. Het knappe is dat Fallada nergens probeert “diep” te klinken.
Het boek gaat uiteindelijk minder over verzet dan over lafheid. Over hoe snel mensen zich aanpassen aan geweld zodra het hun eigen huurcontract, carrière of veiligheid beschermt. En ook over de wrange vaststelling dat kleine daden misschien historisch zinloos lijken, maar moreel noodzakelijk kunnen zijn. De kaartjes van de Quangels veranderen Duitsland niet. Ze veranderen hoogstens de Quangels zelf.
Wie een elegante historische roman zoekt om gezellig bij weg te dromen, kan beter iets anders nemen. Alleen in Berlijn is een boek voor lezers die willen voelen hoe een samenleving langzaam rot van binnen — en hoe weinig heldhaftigheid daarvoor eigenlijk nodig is.
Recensie: Lieve Vervoort

