Au pair
Formaat: Paperback Auteur: Willem Frederik Hermans Genre: fictie Uitgeverij: De Bezige Bij Gepubliceerd: 2022 Taal: nederlands ISBN: 9789403187716 Gewicht: 522 Grootte: 138mm x 215mm Tags: De bezige bij | fictie | roman | Willem Frederik HermansDe aanloop van Au pair kan de lezer op het verkeerde been zetten. Wie Willem Frederik Hermans kent van de dwingende helderheid van zijn beroemdste romans, verwacht vuurwerk vanaf de eerste bladzijde. Dat vuurwerk blijft aanvankelijk uit. De opening beweegt zich stroef, met brede oordelen over Nederland, over bekrompenheid, provincialisme en moreel verval, en met een toon die doet denken aan de polemische Hermans van de krantenkolommen. Het is proza dat vooral wil afrekenen, nog niet verleiden. De zinnen zijn zwaar aangezet, soms omslachtig, en lijken meer te willen overtuigen dan te dragen. Even kan de twijfel toeslaan: is dit dezelfde schrijver die ooit met één alinea een hele wereld openbrak?
Die twijfel houdt echter geen stand. Wie doorleest, merkt dat het boek zichzelf herneemt, alsof het pas na enige aarzeling besluit wat het werkelijk wil zijn. Vanaf het moment dat de roman zich losmaakt van zijn pamflettistische begin en zich hecht aan één bewustzijn, verandert alles. Au pair wordt dan een boek dat ademt, dat ruimte laat, dat nieuwsgierig kijkt.
Dat bewustzijn is dat van Paulina: negentien, afkomstig uit Vlissingen, onderweg naar Parijs. Ze reist niet om te vluchten, maar om te groeien. Amsterdam, met zijn grauwe studentenbestaan en ideologische verstikkingen, laat ze achter zich; Parijs belooft taal, kunst, en een zekere lichtheid van bestaan. Hermans laat haar niet optreden als spreekbuis van zijn eigen rancunes, maar als een open, ontvankelijke figuur, iemand die de wereld nog niet heeft dichtgetimmerd met oordelen.
Met Paulina krijgt de roman een ander ritme. Haar blik is niet agressief, maar onderzoekend. Ze hoeft zich niet te bewijzen, niet te vechten om gehoord te worden. Ze is aanwezig, letterlijk en figuurlijk, en dat volstaat. Wat ze ziet, registreert ze zonder haast. Wat ze niet begrijpt, laat ze voorlopig bestaan. In die terughoudendheid schuilt de frisheid van het boek. Het is alsof Hermans zichzelf hier een ander instrument heeft aangereikt: geen mes, maar een antenne.
Parijs verschijnt door haar ogen als een raadselachtig decor, half stad, half droom. De huizen waarin ze terechtkomt zijn geen neutrale ruimtes, maar labyrinten: trappen die nergens lijken te eindigen, gangen die zich uitstrekken als herinneringen, liften die meer verbergen dan vervoeren. De gebouwen hebben een eigen logica, een bijna lichamelijke aanwezigheid. Hermans beschrijft ze met een zichtbaar genoegen, als ingenieuze constructies waarin mensen, dienstboden, water en rook ooit volgens een strak systeem circuleerden. Architectuur wordt hier geschiedenis in beweging.
Ook de mensen die Paulina ontmoet, voegen zich naar dat licht surrealistische patroon. Ze spreken veel, denken ingewikkeld, redeneren langs elkaar heen. Omdat Paulina hen niet onderbreekt met scherpe tegenwerpingen, krijgen ze alle ruimte om zichzelf bloot te geven. Ze fungeert als katalysator: door haar aandacht worden hun eigenaardigheden zichtbaar. Kunstenaars, denkers, verzamelaars – ze bevolken het boek als stemmen in een koor dat zelden harmonieus klinkt, maar des te interessanter is om naar te luisteren.
Een centrale plek in dit alles wordt ingenomen door een oude generaal, omringd door familie en door zijn obsessie voor de negentiende eeuw. Zijn liefde voor de tekenaar Constantin Guys biedt Hermans de gelegenheid om uit te weiden over kunst, reproductie en waarneming, over een tijdperk waarin beelden langzaam hun vanzelfsprekendheid verloren. Rondom hem cirkelen zonen die worstelen met artistieke ambities en een kleinzoon die elke vorm van cultuur wantrouwt en alleen in geld gelooft. Zo wordt het huis een miniatuurmaatschappij, waarin opvattingen over kunst, nut en zin met elkaar botsen.
Wat Au pair bijzonder maakt, is niet dat het één duidelijke boodschap uitdraagt, maar dat het zoveel registers tegelijk bespeelt. Het is een roman over een stad, maar evenzeer over haar verleden. Over kunst en haar pretenties, over filosofische twijfel, over morele keuzes die zich niet laten samenvatten in slogans. En steeds weer is er die aandacht voor dingen: voertuigen, kleding, interieurs, machines. Door mensen gemaakte objecten krijgen bij Hermans een bijna troostende schoonheid, alsof ze betrouwbaarder zijn dan ideeën.
Te midden van al deze stemmen verschijnt een figuur die zich moeilijk laat missen: een oudere Nederlander, kleurloos en scherp tegelijk, die Paulina vroeg in het verhaal ontmoet. Hij draagt alle trekken van een alter ego: de blik, de afstandelijkheid, de ironie. Hij presenteert zich als iemand die meer ziet dan anderen, als een manipulator van mogelijkheden. En merkwaardig genoeg lijkt hij gelijk te krijgen. Wat hij belooft, komt uit.
Pas tegen het einde kruist Paulina zijn pad opnieuw, zonder hem te herkennen. In die scène spreekt hij hardop uit wat elders impliciet bleef: dat een schrijver soms zijn eigen verhaal moet binnengaan, niet om te heersen, maar om nabij te zijn. Niet omdat hij almachtig is, maar omdat ook hij niet onverschillig kan blijven tegenover wat hij heeft verzonnen.
Daar, in die ontroerende omweg, openbaart zich misschien de kern van Au pair. Achter de ironie, achter de polemiek, achter de intellectuele spelletjes, schuilt een onverwachte tederheid. Hermans, vaak gezien als de grote ontmaskeraar, blijkt hier ook iemand die zich hecht. Aan een personage. Aan een stad. Aan een mogelijkheid van geluk, hoe voorlopig en broos ook. Dat maakt Au pair niet alleen tot een rijke roman, maar tot een mild boek – en dat is misschien wel zijn grootste verrassing.
Recensie: Maartje van Culemburg

Submit your review | |
Hermans was een verdomd moeilijke man maar schrijven kon hij...
