BDW
Wat Tom De Smet ons met zijn biografie BDW aanreikt, is geen keurige levenslijn van geboorte tot heden, geen braaf afgemeten biografie met jaartallen als weinigzeggende bakens. Het is veeleer een kronkelend betoog, soms tastend, soms snijdend helder, over macht en lotsbestemming, over identiteit en de traag voortschuivende schaduw van de geschiedenis. Onder alles sluimert één vraag, tegelijk kinderlijk eenvoudig en politiek explosief: hoe kan een man die zijn denken heeft gebouwd op wantrouwen tegenover België, uitgroeien tot een van de machtigste spelers binnen precies datzelfde bestel? Het antwoord wordt niet uitgesproken. De Smet verkiest de omweg. Hij stapelt lagen, zet spiegels tegenover elkaar, en toont Bart De Wever tegelijk als product van de geschiedenis én als iemand die haar met vaste hand wil herschrijven.
De Wever is een politicus met het verleden in de vingers én het hoofd. Niet alleen via familiale echo’s, maar vooral via zijn vorming als historicus, als lezer van mythen, tragedies en onafgewerkte conflicten. De Smet laat zien hoe De Wevers taal voortdurend heen en weer beweegt tussen analyse en oordeel, tussen koele dissectie en morele, al dan niet geacteerde, verontwaardiging. Het verleden fungeert daarbij als getuige à charge: het wordt opgeroepen om het heden te verklaren, om conflicten te legitimeren, om het gevoel van historisch onrecht levend te houden als een smeulend vuur. Dit Vlaams-nationalisme is geen nostalgisch verlangen naar een verdwenen vendelzwaaiend vaderland, maar een bruisend, beloftevol toekomstproject dat zich hult in de mantel van een zorgvuldig uitgekozen geschiedenis.
Wat hier verschijnt, is niet de bestuurder die ongeduldig naar de macht grijpt, maar de strateeg die eerst het schaakbord herschikt. Voor De Wever is macht geen kwestie van snelle ondoordachte beslissingen, maar van rustige positionering, van het bepalen van de spelregels nog vóór de eerste zet wordt gedaan. Zijn lange jaren in de oppositie krijgen zo bijna iets monastieks: geen vlucht voor verantwoordelijkheid, maar een principieel wantrouwen tegenover compromissen die het verhaal zouden kunnen verdunnen. De Smet beschrijft hoe De Wever politiek ziet als een strijd om hegemonie, waarin woorden, symbolen en historische kaders minstens zo beslissend zijn als wetten, begrotingen of regeringsakkoorden.
Maar macht, zo leert de geschiedenis ons keer op keer, duldt geen dictatoriale regenten. Hoe hoger De Wever klom binnen het Belgische, verfoeide, staatsbestel, hoe meer hij deel werd van wat hij ooit had bestreden. De gedaanteverwisseling van de N-VA — van scherp omlijnde nationalistische strijdbeweging tot brede rechts-conservatieve volkspartij — weerspiegelt die onuitgesproken spanning. Men blijft spreken over confederalisme en Vlaamse autonomie, maar intussen beweegt de partij zich steeds nadrukkelijker binnen de logica van bestuur, verantwoordelijkheid en het onvermijdelijke compromis. De Smet suggereert dat dit geen ideologische capitulatie is, maar een nuchtere erkenning van de grenzen van het mogelijke. Toch blijft de vraag hangen: hoeveel zelfverloochening kan macht verdragen?
Ook De Wevers stijl — zijn ironie, zijn polemische scherpte, zijn soms misantropische blik op mens en maatschappij — wordt hier niet herleid tot temperament. Ze functioneren als instrumenten, zorgvuldig ingezet. Zelfs wanneer hij zich in het centrum van de macht bevindt, cultiveert De Wever het beeld van de buitenstaander. De Smet leest dit tegelijk als zelfbescherming en als strategie: een manier om blijvend wrijving te veroorzaken in een politieke cultuur die van nature naar consensus glijdt. Polarisatie is hier geen ontsporing, maar methode; geen bijwerking, maar een doelbewust gekozen werktuig.
Wanneer De Smet De Wevers parcours inschrijft in de lange, vaak moeizame geschiedenis van het Vlaams-nationalisme, wordt pas echt duidelijk hoe uitzonderlijk zijn positie is. Waar eerdere generaties vastliepen in ideologische zuiverheid of politieke marginaliteit, wist De Wever het nationalisme te verzoenen met electorale massasteun. Maar zoals altijd eist succes zijn tol. Kan een beweging die haar identiteit ontleent aan verzet tegen de staat, duurzaam overleven wanneer zij zelf het hart van die staat begint te vormen? Het is een vraag waarop De Smet geen antwoord geeft — en misschien is dat precies zijn punt.
Recensie: Jos Vermeeren
← overzicht – De verovering van Belgiê – De strijd om de macht

Submit your review | |
1 2 3 4 5 | |
Submit Cancel | |
Lieve, neen er zullen nog wel mensen zijn die in jou plaats zijn maar toch zijn er méér die van hem houden want anders kun je geen premier worden in ons land...
Ben ik de enige die een beetje bang is van deze man?
