Brieven uit Genua
Formaat: Hardcover Auteur: Ilja Leonard Pfeijffer Genre: fictie Uitgeverij: De Arbeiderspers Gepubliceerd: 2019 Pagina's: 664 Taal: nederlands ISBN: 9789029541039 Gewicht: 1111 Grootte: 163mm x 237mm Tags: De Arbeiderspers | fictie | Ilja Leonard Pfeijffer | romanBrieven uit Genua is een van de meest persoonlijke en tegelijk meest zelfbewuste boeken van Ilja Leonard Pfeijffer. Wat op het eerste gezicht een bundeling essays, overpeinzingen en autobiografische beschouwingen lijkt, groeit al snel uit tot een ongemakkelijke en vaak fascinerende reflectie over identiteit, schrijverschap en de vraag of een mens nog werkelijk leeft wanneer hij zijn bestaan voortdurend omzet in literatuur.
Dat thema wordt al expliciet in de centrale gedachte van het boek: de angst dat wie zijn eigen leven probeert te beschrijven, ontdekt dat hij nauwelijks een leven heeft buiten het schrijven zelf. Het is een existentiële paradox die Pfeijffer hier meedogenloos onderzoekt. De schrijver gebruikt de literatuur niet langer alleen als instrument om de werkelijkheid te begrijpen, maar ook als schuilplaats tegen die werkelijkheid. Schrijven wordt tegelijk redding en vervreemding.
Zoals vaker bij Pfeijffer speelt Genua een cruciale rol. De stad is meer dan een woonplaats of decor. Ze fungeert als een spiegel van de schrijver zelf: labyrintisch, verleidelijk, chaotisch en fundamenteel ongrijpbaar. Wie eerder La superba las, herkent onmiddellijk dezelfde fascinatie voor stegen, havens, cafés, schaduwrijke pleinen en migrantenwerelden. Maar waar La superba nog nadrukkelijk een roman was over collectieve verdwaling, voelt Brieven uit Genua intiemer en directer. De blik keert voortdurend terug naar de schrijver zelf.
Wat het boek bijzonder maakt, is de radicale ambiguïteit ervan. Pfeijffer presenteert zich tegelijk openhartig en maskerend. De lezer krijgt de indruk dicht bij de auteur te komen, maar beseft tegelijk voortdurend dat ook deze bekentenissen literaire constructies zijn. Dat spel tussen authenticiteit en pose vormt de ware motor van het boek. Pfeijffer lijkt zichzelf voortdurend te ondervragen: bestaat er nog zoiets als een “echt” leven wanneer men alles onmiddellijk vertaalt naar taal en narratief?
Stilistisch behoort Brieven uit Genua tot zijn meest elegante werk. De zinnen zijn rijk, ironisch, ritmisch en vaak essayistisch uitwaaierend, maar onder die stilistische controle schuilt een opvallende kwetsbaarheid. Pfeijffer schrijft hier minder exuberant dan in sommige van zijn grote romans. De bravoure blijft aanwezig, maar krijgt een melancholischer ondertoon. Achter de intellectuele scherpte sluimert een duidelijke angst voor leegte en vervreemding.
Opvallend is ook hoe sterk het boek aansluit bij bredere vragen over moderne identiteit. Pfeijffer beschrijft een wereld waarin mensen zichzelf voortdurend vormgeven via verhalen, beelden en zelfpresentaties. De schrijver wordt daarin bijna een extreme versie van de hedendaagse mens: iemand die zo intens bezig is met het construeren van betekenis dat het spontane leven dreigt te verdwijnen. De literatuur wordt een gecontroleerde ruimte waarin alles beheersbaar lijkt, terwijl de echte chaos van het bestaan buiten beeld blijft.
Tegelijk bezit Brieven uit Genua een opmerkelijke eerlijkheid. Niet omdat Pfeijffer eenvoudigweg “de waarheid” vertelt, maar omdat hij de instabiliteit van waarheid zelf centraal stelt. Hij toont hoe identiteit voortdurend verschuift tussen ervaring, herinnering, fictie en stilering. Dat maakt het boek intellectueel interessant zonder koud te worden. De existentiële twijfel blijft tastbaar.
Binnen Pfeijffers oeuvre vormt Brieven uit Genua een belangrijke schakel. Het boek verdiept thema’s die later in La superba en Grand Hotel Europa verder zouden uitgroeien: migratie, zelfverlies, culturele decadentie en de spanning tussen werkelijkheid en representatie. Maar tegelijk voelt het persoonlijker dan die grote romans, alsof de schrijver hier tijdelijk zijn publieke rol laat scheuren om iets onderliggends zichtbaar te maken.
Wat uiteindelijk blijft hangen, is de fundamentele melancholie van het boek. Pfeijffer suggereert dat schrijven tegelijk een manier is om het leven vast te houden én een manier om ernaast te gaan staan. De schrijver observeert, analyseert en noteert — maar precies daardoor dreigt hij soms afwezig te raken in zijn eigen bestaan.
Dat maakt Brieven uit Genua meer dan een bundel literaire overpeinzingen. Het is een boek over de prijs van bewustzijn, over de verleiding van controle en over de angst dat men zichzelf misschien pas volledig verliest op het moment dat men zichzelf probeert vast te leggen in woorden.
Recensie: Geert Capiau

