No Image Available

De hoed van tante Jeannot

taferelen uit de kinderjaren in Brussel.
 Formaat: Paperback  Auteur: Eric de Kuyper  Genre: fictie  Uitgeverij: Vantilt Uitgeverij  Gepubliceerd: 2015  Pagina's: 200  Taal: nederlands  ISBN: 9789460042331  Gewicht: 364  Grootte: 143mm x 221mm  Tags: Eric de Kuyper | fictie | roman | Vantilt
 Recensie:

Sommige boeken lijken niet zozeer geschreven, maar teruggevonden. De hoed van tante Jeannot van Eric de Kuyper is zo’n boek: een bundeling herinneringen die zich niet aandient als een chronologisch verslag, maar als een mentale ruimte waarin tijd, plaats en gevoel voortdurend in elkaar overlopen. De titel alleen al wekt de belofte van elegantie en eigenzinnigheid — een object dat meer is dan een accessoire, een symbool van een levenshouding.

De Kuyper, geboren in 1942, keert terug naar het Brussel van vlak na de oorlog, een stad die in zijn herinnering zowel herkenbaar als licht vervreemd is. Geen grootstedelijke chaos, maar een netwerk van straten dat functioneert als een besloten universum. De bewegingen van het gezin beperken zich tot een paar vaste trajecten, alsof het leven zich afspeelt binnen zorgvuldig afgebakende lijnen. Het is Brussel als miniatuur, bijna Parijs in zakformaat, bevolkt door familieleden die samen een warm, rumoerig decor vormen: tantes en nonkels, logés en kinderen, altijd in gesprek, altijd in elkaars nabijheid. Het omslagbeeld — een illustratie van Yves Chaland — vat die sfeer perfect samen: licht ironisch, nostalgisch, maar nooit sentimenteel.

Centraal in dit universum staat tante Jeannot, een figuur die groter lijkt dan het leven zelf. Zij belichaamt vrijheid, smaak en een zekere flamboyantie. Ze houdt van uitgaan, van muziek en opera, en bovenal van hoeden — objecten die haar individualiteit onderstrepen. Voor de jonge Eric is zij een mythische aanwezigheid, een alternatief rolmodel naast zijn moeder Julienne, die het gezin met praktische vastberadenheid overeind houdt. Over zijn vader wordt nauwelijks gesproken; hij is een afwezige figuur, gereduceerd tot een zucht of een halve zin. Die leegte wordt ruimschoots gevuld door het ritme van wekelijkse bezoeken, waarin verhalen circuleren en herinneringen aan Londen tijdens de oorlog opnieuw worden opgevoerd, met details die tegelijk lichtvoetig en pijnlijk zijn.

De Kuyper toont zichzelf als een kind dat observeert, eerder dan participeert. Hij is kwetsbaar, lichamelijk niet sterk, maar gevoelig voor schoonheid en beweging. Ballet is zijn grote liefde — niet alleen als discipline, maar als belofte: beweging die emotie wordt. Wanneer hem duidelijk wordt gemaakt dat bepaalde dromen simpelweg niet voor hem zijn weggelegd, is de teleurstelling diep, maar ook vormend. Hij blijft kijken, blijft waarnemen. In die blik schuilt al de latere kunstenaar.

Vriendschappen krijgen in het boek dezelfde aandacht als familiebanden. De relatie met George, een schoolkameraad die in veel opzichten zijn tegenpool is, wordt met een ingehouden tederheid beschreven. Hun gezamenlijke jeugd — de pleintjes, de stripbladen, het spelen — krijgt achteraf een emotionele lading die pas later volledig wordt begrepen. De ontdekking dat liefde zich soms pas toont wanneer zij al voorbij is, behoort tot de stille inzichten van het boek.

Een opvallende rol is weggelegd voor Balloo, een charismatische welpenleider die bewondering oogst bij kinderen en volwassenen. De Kuyper beschrijft hem zonder sensatiezucht, maar ook zonder naïviteit. Pas achteraf krijgt deze figuur een andere betekenis, wanneer kennis en tijd hun werk hebben gedaan. De passage waarin Balloo’s begrafenis wordt beschreven, behoort tot de meest ingetogen en moedige momenten van het boek: geen oordeel, geen vergoelijking, maar een poging tot begrijpen. Het is zeldzaam om zo’n beladen onderwerp met zoveel empathie en literaire beheersing behandeld te zien.

Onder al deze herinneringen stroomt een reflectie op tijd. School wordt ervaren als een vorm van opsluiting, een systeem dat het leven opdeelt in toegestane en verboden uren. De Kuyper verzet zich instinctief tegen dat keurslijf en voelt al vroeg dat hij een bestaan zoekt waarin spel en ernst samenvallen. Dat hij later als filmmaker en schrijver precies dat pad weet te volgen, geeft het boek een stille samenhang.

Opmerkelijk is de keuze om het verhaal niet in de ik-vorm te vertellen, maar vanuit een afstandelijk ‘hij’. De Kuyper suggereert dat eerlijkheid soms juist ontstaat door afstand te nemen van het zelf dat men ooit was. Die keuze kan vervreemden, maar past ook bij de thematiek: herinneringen zijn geen bezit, maar objecten waar je omheen cirkelt.

Misschien is de grootste kracht van De hoed van tante Jeannot wel dat het de lezer uitnodigt tot een eigen terugkeer. Niet naar Brussel, niet naar de jaren veertig of vijftig, maar naar de fragiele zones van de eigen kindertijd — plekken waar observatie belangrijker was dan begrip, en waar alles nog mogelijk leek, zelfs wanneer het dat niet was.

Recensie: Elif Aydin

overzicht De Hoofdstad – Brussel

Submit your review
1
2
3
4
5
Submit
     
Cancel

Create your own review

De hoed van tante Jeannot
Average rating:  
 0 reviews
Scroll naar boven
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.