De Hoofdstad
Formaat: Paperback Auteur: Robert Menasse Genre: fictie Uitgeverij: De Arbeiderspers Gepubliceerd: 2018 Pagina's: 432 Taal: nederlands ISBN: 9789029523677 Gewicht: 525 Vertaler: Paul Beers Grootte: 134mm x 215mm Tags: De Arbeiderspers | fictie | Robert MenasseEuropa is nooit een rustig idee geweest. Het continent heeft schrijvers altijd gedwongen tot stellingname, juist wanneer zijn samenhang wankelde. In het interbellum zagen Stefan Zweig en Joseph Roth hoe een beschaving uit elkaar viel; na 1989 onderzochten denkers en auteurs als Kundera, Konrád, Grass en Enzensberger wat er na de ideologische breuklijnen nog van ‘Europa’ te redden viel. Dat de Europese Unie zelf inmiddels onderwerp is geworden van de roman, voelt dan ook onvermijdelijk. Met De hoofdstad levert Robert Menasse wat men gerust de eerste grote EU-roman mag noemen — een boek dat onmiddellijk erkenning kreeg met de Deutsche Buchpreis en inmiddels een internationale omloop kent.
Menasse is geen buitenstaander die zijn pijlen richt op Brussel, hij schrijft vanuit betrokkenheid. In eerdere essays verdedigde hij de vaak verguisde EU-ambtenaar en legde hij de verantwoordelijkheid voor veel crises juist bij de nationale regeringen, die volgens hem structureel tekortschieten in langetermijndenken. Zijn publieke pleidooien voor een Europese republiek, zelfs uitgesproken in het Europees Parlement, vormen de ideologische onderstroom van deze roman. De hoofdstad is het literaire vervolg op dat engagement.
Het verhaal speelt zich grotendeels af in Brussel en volgt een mozaïek van personages die werkzaam zijn in en rond de Europese Commissie: beleidsmakers, lobbyisten, carrièrejagers. Grote thema’s — van financiële ontwrichting en migratie tot terrorisme en Brexit — doemen voortdurend op, maar Menasse kiest niet voor de zwaarte van het pamflet. Hij hanteert satire, ironie en absurdisme als ontregelende instrumenten. Een onhandige politiecommissaris met een overbodig geacht orgaan (de milt) loopt door het verhaal als een bijna allegorisch figuur; aanslagen met totaal verschillende motieven verbinden begin en einde van de roman.
Een van de scherpste portretten is dat van Fenia Xenopoulou, tegen haar zin verantwoordelijk voor het departement Cultuur — een afdeling die binnen de Commissie nauwelijks serieus wordt genomen. Menasse beschrijft haar positie met bijtende humor: Cultuur is geen alibi, zelfs geen façade, maar een blinde vlek. Waar andere commissarissen de vergadering stilleggen door simpelweg naar het toilet te gaan, verdwijnt de cultuurcommissaris geruisloos uit beeld. De scène is exemplarisch voor Menasses talent om bureaucratische verhoudingen zichtbaar te maken zonder ze dood te analyseren.
Toch blijft de roman niet steken in spot. Onder de lichtheid schuilt een hardnekkige teleurstelling over hoe idealen verdampen zodra belangen botsen. In een terloopse verhaallijn volgt Menasse een communicatiemedewerker die wanhopig probeert aandacht te krijgen voor een wetenschappelijk rapport over de relatie tussen bezuinigingen en zelfmoordcijfers in Zuid-Europa. Het rapport belandt in een la. Dat het onderzoek werkelijk bestaat, maakt de scène des te schrijnender.
De grootste provocatie van De hoofdstad ligt echter elders. In een denktank poneert een excentrieke professor het idee dat Auschwitz de ware hoofdstad van Europa zou moeten zijn — niet geografisch, maar moreel. Alleen daar, stelt hij, kan de Europese eenwording haar oorsprong erkennen: in de absolute catastrofe van de Holocaust. Vanuit die gedachte ontstaat een plan om bij een jubileum van de Commissie de laatste overlevenden van het vernietigingskamp te laten spreken. Het initiatief is bij voorbaat kansloos, en juist daarin toont Menasse zijn scherpte: hij ontleedt hoe nationale gevoeligheden, politieke angst en institutionele inertie elk ongemakkelijk idee vermorzelen. Zelfs herdenken blijkt onderhevig aan diplomatieke frictie.
Wie Musils De man zonder eigenschappen kent, herkent de echo’s. Ook daar ontspoort een groots jubileum in eindeloze voorbereiding en rivaliteit. Menasse actualiseert die ‘Parallelaktion’ tot een Europese context waarin eenheid voortdurend wordt beleden maar zelden gerealiseerd.
Door de levensgeschiedenissen van zijn vele personages ontvouwt Menasse een breed panorama van de twintigste eeuw. In het verhaal van twee broers — de een EU-functionaris, de ander lobbyist voor de varkensindustrie — botsen idealisme en pragmatisme, beleid en commercie. Zelfs de Europese varkensmarkt blijkt een spiegel van het grotere project: verdeeldheid leidt tot zelfondermijning, ditmaal ten gunste van China. Dat de roman opent met een loslopend varken in Brussel is geen toeval; het dier fungeert als absurd symbool voor een systeem dat zichzelf steeds weer in de weg loopt.
Tegenover de hectiek van dossiers en vergaderingen staat het sobere levensverhaal van een oude joodse man, overlevende van een deportatietrein en lid van een verzetsgroep die niet streed voor een vrij België, maar voor een vrij Europa. Zijn overtuiging — dat echte vrede alleen mogelijk is voorbij de natiestaat — geeft de roman een moreel zwaartepunt dat zich niet laat wegrelativeren.
Menasses boodschap is uiteindelijk helder zonder belerend te worden: de Europese Unie hoeft haar bestaansrecht niet uit te vinden of te herverpakken. Het ligt besloten in de puinhopen van de vorige eeuw. In die zin is De hoofdstad meer dan een tijdroman; het is een herinneringsmachine. De vertaling van Paul Beers is soepel en precies, en de toevoeging van een nawoord en personagelijst helpt de lezer door het rijk vertakte verhaal. Maar ook zonder die hulpmiddelen staat de roman stevig overeind. Dit is literatuur die zich mengt in het debat — en daar voorlopig niet meer uit weg te denken is.
Recensie: A. H. Van Doorselaer
← overzicht – De Hoofdstad – Brussel

Submit your review | |
