De huisvriend
Formaat: Paperback Auteur: Heleen Debruyne Genre: fictie Uitgeverij: De Bezige Bij Gepubliceerd: 2021 Pagina's: 208 Taal: nederlands ISBN: 9789403134710 Gewicht: 225 Grootte: 125mm x 200mm Tags: De bezige bij | fictie | Heleen Debruyne | romanZwangerschap fungeert in De huisvriend niet als louter biografisch gegeven, maar als katalysator voor een onderzoek naar herinnering, verantwoordelijkheid en moreel falen. Terwijl Heleen Debruyne zich voorbereidt op het moederschap, keert ze terug naar een verzwegen episode uit haar familiegeschiedenis: de jeugd van haar vader, die door zijn ouders bewust werd toevertrouwd aan een man die kinderen misbruikte. Het is een geschiedenis waarin niet zozeer het kwaad zelf centraal staat, maar het structurele wegkijken dat dat kwaad mogelijk maakte.
Debruyne reconstrueert het verleden via het dagboek van haar grootvader, een man die zich liever bezighield met zijn werk, een buitenechtelijke relatie en zijn liefhebberij voor lokale geschiedschrijving dan met zijn gezin. Zijn notities getuigen van een opmerkelijke emotionele afwezigheid. De grootmoeder verschijnt als zijn tegenpool: een vrouw met opleiding en mogelijkheden, die kiest voor het huiselijke leven, maar dat leven invult als een aaneenschakeling van luxeconsumptie, sociale status en uiterlijk vertoon. In die context duiken randfiguren op die allesbehalve marginaal blijken: een uitgetreden non die financiële steun verleent, en vooral Albert — Bertie — de vermogende huisvriend, over wie gefluisterd wordt, maar aan wie het kind zonder scrupules wordt overgeleverd.
Het is veelzeggend dat Debruyne haar morele verontwaardiging niet primair richt op de dader, maar op de grootmoeder. Niet uit naïviteit, maar uit een scherp besef van verantwoordelijkheid. De misbruiker handelde binnen zijn drijfveren; de moeder handelde met kennis van zaken. In een van de hardste passages van het boek benoemt Debruyne haar vader als onderdeel van een transactie: een kind als betaalmiddel voor een levensstandaard die anders onhaalbaar was. Die formulering is choquerend precies omdat ze het familiale sentiment doorbreekt en het gebeuren plaatst binnen een logica van ruil, voordeel en stilzwijgende instemming.
Het narratief wordt voortdurend onderbroken door beschouwende passages waarin Debruyne haar persoonlijke verhaal opent naar bredere culturele en maatschappelijke kaders. Ze reflecteert op moederliefde als constructie, op de veranderlijkheid van seksuele normen, op de naoorlogse sociale orde en op de rol van de Kerk als instituut dat niet alleen faalde, maar systematisch beschermde wat niet beschermd mocht worden. Even kritisch is ze voor de hedendaagse tijd, waarin introspectie en therapietaal soms verworden tot zelfgenoegzame routines. Die ironische observaties fungeren niet als ontspanning, maar als contrapunt: ze tonen hoe elke tijd zijn eigen blinde vlekken cultiveert.
Tegelijk is dit essayistische weefsel onlosmakelijk verbonden met Debruynes persoonlijke onzekerheid over het moederschap. Het verleden dat zij blootlegt, is geen afgesloten geschiedenis, maar een dreigende erfenis. De angst om patronen te herhalen, om ongemerkt meer op haar grootmoeder te lijken dan haar lief is, vormt de onderstroom van het boek. Schuld en erfelijkheid worden hier niet biologisch, maar moreel gedacht.
De slotscène, waarin het ongeboren kind zich roert terwijl de urne van de grootmoeder wordt geopend, is emblematisch voor wat De huisvriend uiteindelijk beoogt: geen afrekening, maar een moment van morele helderheid. Leven en dood, verleden en toekomst vallen samen zonder elkaar te neutraliseren.
Juist in die combinatie van autobiografie en essay schuilt de kracht van Debruynes boek. Het particuliere verhaal wordt nooit louter anekdotisch, maar fungeert als prisma waardoor grotere vragen zichtbaar worden: over zwijgen en spreken, over compliciteit, over moederschap als ideaal en als angst. Dat laatste onderwerp — de ambivalentie rond het aanstaande moederschap — blijft in de literatuur opvallend onderbelicht, wellicht omdat het botst met hardnekkige clichés. Door het zonder terughoudendheid te thematiseren, schrijft Debruyne zich in in een feministische traditie die niet geruststelt, maar ontregelt. Precies daardoor is De huisvriend niet alleen een aangrijpend boek, maar ook een noodzakelijk.
Recensie: Griet Van Acker

Submit your review | |
Bijna was ik het al vergeten maar door deze recensie komt het terug voor mijn geest. Ik vond het destijds een goed boek en heb er van genoten, een aanrader dat zeker.
