De kleine blonde dood

De kleine blonde dood

 Formaat: Paperback  Auteur: Boudewijn Büch  Genre: fictie  Uitgeverij: De Arbeiderspers  Gepubliceerd: 2012  Pagina's: 224  Taal: nederlands  ISBN: 9789029586047  Gewicht: 251  Grootte: 125mm x 200mm  Tags: Boudewijn Büch | De Arbeiderspers | fictie | roman
 Recensie:

Met De kleine blonde dood schreef Boudewijn Büch geen elegante roman over verdriet, maar een boek dat zich gedraagt als een open zenuw. Het is een tekst die tegelijk sentimenteel en genadeloos is, onevenwichtig en toch onvergetelijk. Juist daarin schuilt wellicht de reden waarom het boek decennia later nog steeds gelezen wordt: niet omdat het perfect is, maar omdat het weigert zich te beschermen tegen emotionele ontregeling.

De roman draait rond Boudewijn, een man die balanceert tussen ironie, intellectuele overdaad en diepe psychische ontwrichting. Wanneer zijn jonge zoon Micky sterft, stort niet alleen een vader in, maar ook een zorgvuldig opgebouwde identiteit. Büch beschrijft rouw niet als een helder proces met fases en inzichten, maar als een vorm van desintegratie. De wereld wordt fragmentarisch, absurd, soms grotesk. Liefde verandert in schuldgevoel, herinneringen worden hallucinaties, taal zelf begint te haperen.

Wat het boek bijzonder maakt, is dat Büch weigert zijn verdriet esthetisch “mooi” te maken. Veel hedendaagse romans over verlies kiezen voor soberheid, controle en psychologisch evenwicht. De kleine blonde dood doet het tegenovergestelde. De tekst is overdadig, driftig, soms bijna hysterisch. Er wordt gescholden, gevlucht, gedronken, geciteerd, geobsedeerd. De roman sleept de lezer mee in een bewustzijn dat voortdurend op springen staat. Dat maakt het boek soms vermoeiend, maar ook uitzonderlijk levend.

Stilistisch beweegt Büch voortdurend tussen registers. Hij kan in één alinea vilein geestig zijn en enkele regels later bijna ondraaglijk kwetsbaar. Die instabiliteit is geen zwakte van het boek, maar zijn vormprincipe. De roman probeert niet om verdriet te analyseren; hij probeert het na te bootsen. Daarom voelt de tekst vaak alsof hij zichzelf aan het verliezen is. Alsof elke pagina geschreven werd tegen de dreiging van totale stilte.

Tegelijk draagt het boek sterk de sporen van zijn tijd. De jaren tachtig hangen als nicotine in de zinnen: de culturele pose, de intellectuele bravoure, het romantiseren van zelfdestructie. Sommige passages ogen vandaag nadrukkelijk melodramatisch. Maar misschien moet precies dát behouden blijven. Büch schreef geen tijdloze roman over rouw. Hij schreef een radicaal persoonlijke roman over een man die weigert zich waardig te gedragen tegenover de dood van zijn kind.

Daarin schuilt ook de morele kracht van het boek. De kleine blonde dood toont hoe verlies mensen niet noodzakelijk wijzer, zachter of nobeler maakt. Soms maakt verdriet iemand chaotisch, ijdel, driftig of onuitstaanbaar. Büch durfde dat te tonen zonder zichzelf vrij te pleiten. De roman is daardoor niet alleen een liefdesverklaring aan een gestorven zoon, maar ook een ontluisterend zelfportret.

Wie vandaag naar het boek grijpt, merkt hoe zeldzaam zulke emotionele roekeloosheid geworden is in de Nederlandstalige literatuur. Veel moderne romans zijn technisch verzorgd, intelligent opgebouwd en psychologisch geloofwaardig, maar laten nauwelijks littekens achter. De kleine blonde dood doet dat wel. Niet omdat het subtiel is, maar omdat het zich totaal overgeeft aan pijn.

Het resultaat is een roman die soms uit de bocht vliegt, maar juist daardoor moeilijk te vergeten valt. Niet elk groot boek is beheerst. Sommige boeken blijven bestaan omdat ze durven ontsporen.

Recensie: Anke Groothuyzen – Maas

overzicht Pastorale

 

Scroll naar boven