De Maanden: april
Formaat: Paperback Auteur: Ellen Deckwitz Uitgeverij: Das Mag Uitgeverij Gepubliceerd: 2023 Pagina's: 104 Taal: nederlands ISBN: 9789493248649 Gewicht: 124 Grootte: 112mm x 181mm Tags: Das Mag | De Maanden | Ellen Deckwitz | fictieEllen Deckwitz’ April is een klein boekje met de reikwijdte van een seizoen. Het maakt deel uit van de reeks De Maanden, waarin twaalf auteurs elk een maand ontleden, maar Deckwitz doet iets merkwaardigs: zij schrijft een essay over april door zich te buigen over een gedicht dat eigenlijk mei bezingt – Herman Gorters monumentale epos Mei. In die ogenschijnlijke omweg ligt meteen de kern van haar onderneming: soms moet men naar het volgende kijken om te begrijpen wat eraan voorafging.
Deckwitz begint bij een van de beroemdste openingsregels uit de Nederlandse literatuur: “Een nieuwe lente en een nieuw geluid.” Die regel kondigt het meisje Mei aan, dat in Gorters gedicht aan land komt als een mythische verschijning. Maar nog vóór haar komst is er al een slachtoffer gevallen: haar zuster April, die wordt weggevoerd door de dood. In Gorters wereld is de lente niet enkel een geboorte, maar ook een begrafenis. Iedere maand leeft bij de gratie van het verdwijnen van de vorige. Deckwitz grijpt precies dat moment van overgang vast, alsof ze een bladzijde in de kalender met twee vingers optilt om te kijken wat eronder verborgen ligt.
Haar essay leest als een wandeling door een literair landschap waarin poëzie, mythologie en persoonlijke observatie elkaar voortdurend kruisen. Gorter wordt door haar niet als een heilige klassieker behandeld, maar als een dichter die met de mythologie speelt zoals een kind met bouwstenen: Balders blindheid, de sensuele Mei, de strijd tussen ziel en zinnen – alles wordt door hem herschikt tot een eigen kosmologie. Deckwitz toont hoe Gorter de oude verhalen niet gehoorzaamt maar herschrijft, hoe hij ze buigt tot ze passen in zijn lyrische universum. Het essay heeft daardoor iets van een filologische speurtocht, maar dan uitgevoerd met het temperament van een dichter.
Toch gaat April uiteindelijk minder over literatuurgeschiedenis dan over tijd. De maand april verschijnt hier als een grensgebied: nog winter, al een beetje lente; nog dood, al een belofte van leven. Deckwitz beschrijft hoe geen enkele april dezelfde is – het ene jaar sneeuwt het nog, het andere jaar gloeit de zon al in de eerste terrassen. In dat besef van variatie schuilt een stille filosofie: tijd herhaalt zich nooit exact, zelfs niet wanneer de kalender dat suggereert. Elke terugkeer is een kleine afwijking.
Het mooiste moment van het boek is wanneer Deckwitz het gedicht niet langer analyseert, maar er zelf in gaat liggen. Letterlijk. Ze legt zich op de grond en verbeeldt zich hoe Gorters April tegen haar spreekt. Het is een typisch Deckwitziaanse beweging: van literatuurkritiek naar lichamelijke ervaring. Poëzie moet niet alleen gelezen worden, suggereert ze, maar ook gehoord, gevoeld, bijna aangeraakt. Het gedicht wordt geen object meer, maar een stem in het landschap.
In stijl is April helder en speels tegelijk. Deckwitz schrijft met het plezier van iemand die weet dat literatuur niet alleen iets is om te begrijpen, maar ook om van te genieten. Ze schakelt moeiteloos van mythologische beschouwing naar een persoonlijke reflectie over sterfelijkheid, klimaatverandering of de fragiliteit van seizoenen. De toon blijft licht, maar onder die lichtheid sluimert een melancholie: alles wat groeit, groeit op weg naar zijn einde.
Daarmee raakt April aan een oud literair thema: de cyclus van leven en verdwijnen. Zonder april geen mei, zonder dood geen bloei. In Gorters gedicht is dat een natuurwet; bij Deckwitz wordt het een existentiële gedachte. Het essay nodigt de lezer uit om niet vooruit te treuren om wat zal verdwijnen, maar aandachtig te kijken naar wat er nu nog is – het wankele moment tussen winter en zomer, waarin de wereld zichzelf opnieuw uitvindt.
Zo blijkt dit kleine boekje uiteindelijk een ode aan het tussentijdse. April is niet de hoofdrolspeler van de lente; hij is de voorbode, de schaduw, de deur die openzwaait voor het grote licht van mei. Maar juist in die bescheiden rol schuilt zijn schoonheid. Zoals Deckwitz laat zien: de maand die het eerst verdwijnt, is misschien wel de maand die het meest te vertellen heeft.
Recensie: Carlo Corstjens
← overzicht – De Maanden: maart

Submit your review | |
