De Parijsboeken
In De Parijsboeken heeft Adriaan van Dis zijn literaire verhouding met de lichtstad samengebald: de roman De wandelaar, de verhalen en essays uit Stadsliefde. Scènes in Parijs, aangevuld met twee nieuwe verhalen. Samen vormen zij geen toeristische gids, maar een intiem stadsportret, geschreven door iemand die Parijs niet bezoekt, maar bewoont, en blijft bewonen, ook na zijn vertrek.
Van Dis leefde ruim zeven jaar in Parijs, een tijdspanne die zich niet laat uitwissen. De stad zit hem in de huid. Hij beweegt zich er als een schaduw, onopvallend, door wijken waar geen selfies worden gemaakt en geen ansichtkaarten worden verkocht. Zijn Parijs is geen monument, maar een organisme: voortdurend in beweging, veelkleurig en verscheurd, doortrokken van vergeten levens en verzwegen geschiedenissen. Achter elke gevel schuilt een verhaal dat zelden wordt verteld.
Die verborgen stad krijgt gestalte in De wandelaar. Een man, op zichzelf teruggeworpen, krijgt bij een brand onverwacht een hond in zijn armen geduwd. Met dat dier betreedt hij een andere werkelijkheid: die van vluchtelingen, illegalen en zwervers die zich ophouden aan de rafelranden van de stad. De hond wordt een gids, de wandelingen een afdaling. Parijs verschuift van decor naar moreel landschap. De man wil helpen, wil het goede doen, maar goede bedoelingen blijken onbetrouwbare kompassen. Wat hij aanraakt, verandert van betekenis, en niets blijft onschuldig.
In Stadsliefde. Scènes in Parijs keert Van Dis terug als wandelaar en fietser, als aandachtige passant. Hij observeert een stad waarin schoonheid en rijkdom schouder aan schouder staan met armoede en uitsluiting. De scènes zijn lichtvoetig en scherp tegelijk, doordrenkt van melancholie en mildheid. Dankzij het register kan de lezer letterlijk met hem meebewegen, straten en gedachten volgend, alsof literatuur hier een vorm van langzaam reizen is.
Zo wordt De Parijsboeken meer dan een bundeling teksten: het is een liefdesverklaring zonder sentimentaliteit, een onderzoek naar kijken en gezien worden, naar thuis zijn en vreemdeling blijven. Parijs fungeert niet als achtergrond, maar als tegenspeler—een stad die zich nooit volledig laat kennen, maar zich des te dringender laat lezen.
Recensie: Jos Vermeeren
← overzicht – Passage Parijs – Chanson – Parijs

Submit your review | |
Je waant je tijdens het lezen in de straten van de Lichtstad, je proeft de sfeer die onlosmakelijk met Parijs verbonden is. Ik heb destijds zo intens genoten van deze van Dis.
