De wonderen
Formaat: Paperback Auteur: Jeroen Olyslaegers Genre: fictie Uitgeverij: De Bezige Bij Gepubliceerd: 2025 Pagina's: 408 Taal: nederlands ISBN: 9789403187914 Gewicht: 522 Grootte: 136mm x 218mm Tags: De bezige bij | fictie | Jeroen Olyslaegers | romanMet De wonderen levert Jeroen Olyslaegers opnieuw een roman af die moeiteloos laat zien waarom hij zich de voorbije jaren heeft ontwikkeld tot een van de meest markante stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Wie zijn werk kent — van het geëngageerde en veelbesproken Wil tot het experimentelere Winst en het zintuiglijk geladen Wij — zal in De wonderen meteen het herkenbare Olyslaegers-DNA terugvinden: een krachtige taal, scherp afgetekende personages en een subtiel balancerend spel tussen historische context en morele verkenning. Tegelijkertijd voelt deze nieuwe roman opvallend fris, alsof de auteur zichzelf opnieuw heeft uitgedaagd en daarbij een zachtere, contemplatievere toon heeft toegelaten zonder zijn kenmerkende intensiteit te verliezen.
Waar Olyslaegers in Wil de lezer middenin de morele ambiguïteit van de oorlog gooide en in Winst de moderne tijd fileerde met een soort woedende luciditeit, kiest hij in De wonderen voor een verhaal dat op het eerste gezicht ingetogener lijkt, maar net daardoor des te intrigerender wordt. De roman is doordrongen van een gevoel van verwondering dat schuilgaat in het alledaagse — een thema dat niet alleen de titel draagt, maar als een fluisterende onderstroom doorheen het hele boek loopt. Olyslaegers toont dat het uitzonderlijke vaak huist in de kleinste gebaren, de stilste verschuivingen, de intieme momenten waarin personages elkaar net wel of net niet begrijpen. Het is een wereld die hij met veel empathie en zintuiglijke precisie tot leven brengt.
Stilistisch blijft Olyslaegers in topvorm. De ritmische zinnen, het spel met perspectief en het subtiele gebruik van Antwerps idioom zorgen opnieuw voor dat typische mengsel van poëzie en rauw realisme dat zijn werk zo herkenbaar maakt. Toch is er in De wonderen een opvallende mildheid aanwezig. Waar zijn eerdere romans vaak gekenmerkt worden door een dreiging die onvermijdelijk aan de oppervlakte borrelt, laat Olyslaegers hier meer ruimte voor nuance en voor momenten van rust. Die keuze geeft het boek een andere ademhaling dan zijn voorgangers, zonder dat het aan kracht inboet. Het voelt als een logische evolutie: de auteur blijft zichzelf trouw, maar durft tegelijkertijd te verschuiven.
Een van de sterke punten van De wonderen is de manier waarop Olyslaegers denkbeelden suggereert zonder ze op te dringen. De roman vertrouwt op de intelligentie en gevoeligheid van de lezer, iets wat ook in Wij sterk aanwezig was. Maar waar Wij zich vooral liet kennen door zijn fragmentarische, bijna hallucinerende structuur, is De wonderen toegankelijker en meer verhalend van aard. De personages worden met zachte aandacht neergezet, vaak in scènes die niet zozeer draaien om plotmatige vooruitgang, maar om beleving, sfeer en onderhuidse spanning. Dat maakt de leeservaring warm en uitnodigend, zelfs wanneer er donkere thema’s flitsen aan de randen van het verhaal.
In thematisch opzicht sluit het boek mooi aan bij Olyslaegers’ voortdurende interesse in de manieren waarop mensen hun morele kompas vinden of verliezen, vaak onder invloed van omstandigheden die groter zijn dan henzelf. Toch kiest hij er dit keer voor om die morele zoektocht minder expliciet te kaderen. De grote historische en maatschappelijke kwesties blijven aanwezig, maar ze worden gefilterd door een intiemer perspectief. Dat maakt De wonderen misschien tot zijn meest menselijke roman tot nu toe — een boek dat niet enkel wil analyseren, maar ook wil voelen.
Wat De wonderen zo bijzonder maakt, is dat het ondanks zijn rustige, bijna bezonken toon nooit vrijblijvend wordt. Olyslaegers nodigt de lezer uit om anders te kijken, om aandacht te hebben voor het detail, voor de kleine verschuivingen die een leven tekenen. Hij doet dat zonder didactiek, zonder moreel vingertje, maar met een warm soort verwondering die je als lezer zelden onberoerd laat. Dat maakt het boek niet alleen aangenaam om te lezen, maar ook verrassend beklijvend.
In vergelijking met zijn eerdere werk voelt De wonderen als een zachte stap vooruit — een roman waarin Olyslaegers toont dat hij zijn thematische en stilistische terrein blijft uitbreiden zonder zijn literaire identiteit te verliezen. Het is een rijk, warm en meeslepend boek dat de lezer uitnodigt om traag te lezen, te proeven, te herlezen. Misschien ligt precies daarin het mooiste wonder van alles: dat een auteur met een zo herkenbare stem toch telkens opnieuw weet te verrassen.
Recensie: Bert Vandoorne

Submit your review | |
Jeroen Olyslaegers levert opnieuw een verzorgd geschreven roman af, maar het boek laat niet overal dezelfde indruk na als zijn sterkste eerdere werken. Olyslaegers’ taalgevoel blijft onmiskenbaar: de zinnen hebben ritme, de dialogen leven, en hij weet als altijd een wereld op te roepen die tegelijk concreet en gelaagd aanvoelt. Toch mist De wonderen iets van de scherpte die Wil zo onweerstaanbaar maakte en van de experimentele drift die Wij en Winst hun eigenzinnigheid verleende. Het nieuwe boek is intiemer en rustiger, en dat zorgt soms voor schoonheid, maar ook voor momenten waarop de narratieve spanning gevaarlijk laag komt te liggen.
Olyslaegers kiest voor een toon die contemplatie boven conflict lijkt te stellen. Dat is een interessante keuze, maar de keerzijde is dat sommige personages eerder als dragers van sfeer dan als volwaardige dramatische motoren functioneren. De roman verkent wel degelijk thema’s als morele twijfel en menselijke kwetsbaarheid, maar doet dat op een manier die minder confronterend en minder frictievol is dan we van hem gewend zijn. De wonderen wil vooral zacht verwonderen, en dat lukt vaak — maar niet altijd overtuigend.
Wat blijft, is Olyslaegers’ stilistische vakmanschap en zijn vermogen om met kleine gebaren betekenis te suggereren. Maar vergeleken met Wil, Winst of Wij voelt dit nieuwe boek minder krachtig. Misschien waren zijn vorige boeken zelfs nét iets beter: ambitieuzer, scherper, onvergetelijker in hun morele en stilistische impact. De wonderen is een volwassen, warm en goed geschreven roman, maar niet per se een hoogtepunt in zijn oeuvre.
De recensie van Bert Vandoorne is lovend en goed geschreven, maar ook opvallend weinig kritisch. Enkele punten van kritiek:
De tekst zingt vrijwel uitsluitend lof en vermijdt scherpe kanttekeningen. De veronderstelling dat De wonderen “fris”, “warm”, “rijk” en “meeslepend” is, wordt niet afgewogen tegen mogelijke tekortkomingen. Er ontbreekt een analyse van waar de roman eventueel minder werkt — iets wat in een evenwichtige recensie noodzakelijk is.
Vandoorne benadrukt voortdurend Olyslaegers’ “DNA”, stijl, empathie en taal, zonder in te gaan op wat precies vernieuwend of minder geslaagd is in dit specifieke boek. Hij beschrijft vooral wat we al weten van Olyslaegers’ schrijverschap, waardoor de bespreking soms meer aanvoelt als een auteurshulde dan als een boekrecensie.
De recensie prijst de mildere toon, maar onderzoekt niet of die mildheid ook risico’s inhoudt: verlies aan spanning, minder morele frictie, minder dramatische kracht. De mogelijke nadelen van deze verschuiving worden genegeerd.
Hoewel Vandoorne De wonderen een “stap vooruit” noemt, motiveert hij dat nauwelijks. Hij vergelijkt wel, maar altijd in het voordeel van het nieuwe boek, zonder in te gaan op waarom eerdere romans misschien sterker waren. Dat geeft zijn oordeel iets vrijblijvends.
De bespreking blijft abstract: veel algemene kwalificaties, weinig illustratie aan de hand van scènes, passages of karakterontwikkelingen. Daardoor blijft onduidelijk waar de roman precies in uitblinkt en waar hij hapert.
Vandoorne’s recensie is elegant maar te mild; mijns inziens verdient De wonderen een meer kritische afweging tussen Olyslaegers’ onmiskenbare stilistische kracht en de momenten waarop de roman juist door zijn rust en contemplatie wat tandeloos wordt.
Met De wonderen bewijst Jeroen Olyslaegers opnieuw waarom hij tot de meest meeslepende en vernieuwende stemmen van de Nederlandstalige literatuur behoort. Waar hij in eerdere werken als Wil en Wij vooral uitblonk in het ontleden van collectieve schuld en morele ambiguïteit binnen turbulente tijden, kiest hij in zijn nieuwste boek voor een intiemer, maar niet minder krachtig perspectief. Dit keer laat hij een vrouwelijk hoofdpersonage het woord nemen — Amandine, een jonge vrouw die samen met haar tweelingbroer Ambrose gevangen zit in de verstikkende conventies van een Antwerpse bankiersfamilie aan het einde van de negentiende eeuw.
Wat meteen opvalt, is hoe Olyslaegers zijn vertrouwde thematiek — macht, medeplichtigheid, vrijheid — hier verpakt in een rijk, zintuiglijk en soms haast hallucinerend verhaal. De mysterieuze séances waarin Amandine en Ambrose hun verstikking trachten te ontvluchten, vormen niet alleen een prachtige gotische toevoeging, maar ook een bijna speelse breuk met de rationele samenleving die hen omringt. Zoals in zijn eerdere romans durft Olyslaegers te tonen hoe dun de lijn is tussen zoeken en verdwalen, tussen waarheid en waan.
Toch is De wonderen geen herhaling van zetten op Jeroens literaire schaakbord. Het boek voelt vrijer, avontuurlijker, gedurfder geschreven. Olyslaegers’ taal blijft onmiskenbaar zijn eigen — rijk, ritmisch en met die typische mix van aardse humor en existentiële ernst — maar het perspectief van Amandine geeft het verhaal een emotionele diepgang die zijn oeuvre verder verrijkt. Haar relaas tijdens de waanzin van de Eerste Wereldoorlog is even brutaal als breekbaar, een getuigenis van verzet tegen een wereld die haar geen plaats gunt.
De wonderen is een wervelende tijdreis en tegelijk een spiegel voor onze eigen tijd. Met scherpe blik en groot mededogen onderzoekt Olyslaegers het nog altijd brandend actuele dilemma van medeplichtigheid en machteloosheid. Het resultaat is een verbluffend, gelaagd en ronduit betoverend boek dat zijn eerdere werk niet alleen waardig opvolgt, maar op sommige punten zelfs overstijgt.
