De zwijgende miljardairs
De naam Quandt roept buiten Duitsland zelden herkenning op, maar hun invloed is wereldwijd voelbaar. Het iconische automerk BMW is onlosmakelijk met deze familie verbonden. Achter dat succesverhaal gaat echter een verleden schuil dat decennialang zorgvuldig buiten beeld bleef. In De zwijgende miljardairs reconstrueert Marjolijn Uitzinger de geschiedenis van een van de rijkste en machtigste industriële dynastieën van Duitsland, en laat zij zien hoe economische macht, morele blindheid en politieke collaboratie met elkaar verweven raakten.
Het boek werpt scherpe vragen op. Welke rol speelde de familie Quandt tijdens het Derde Rijk? Hoe profiteerden hun ondernemingen van het nazisysteem? En waarom bleef dit verleden zo lang onbesproken? Uitzinger neemt de lezer mee achter gesloten deuren van een familie die publieke aandacht altijd vermeed, maar wier bedrijven intensief betrokken waren bij de Duitse oorlogsindustrie.
BMW ontwikkelde in de jaren dertig zijn eerste eigen automodellen en groeide tijdens de Tweede Wereldoorlog uit tot een belangrijke producent van vliegtuigmotoren, motorfietsen en militair materieel. De fabrieken draaiden grotendeels op dwangarbeid: krijgsgevangenen, gedeporteerde burgers en gevangenen uit concentratiekampen, waaronder Dachau. Ook op technologisch vlak werd ver gegaan: in Eisenach werd geëxperimenteerd met straalmotoren en raketwapens. Tegen het einde van de oorlog lagen veel productielocaties in puin of werden ze door de Sovjet-Unie overgenomen, die vervolgens BMW-technologie kopieerde voor eigen gebruik.
Uitzinger structureert haar verhaal rond vijf sleutelfiguren: Günther, Herbert en Harald Quandt, Magda Goebbels en Susanne Klatten. Centraal staat Günther Quandt (1881–1954), die zijn fortuin aanvankelijk opbouwde in de textielsector en later uitbreidde naar metaal, batterijen en wapens. Hij verwierf belangen in onder meer Daimler-Benz en BMW en produceerde tijdens de oorlog onder andere het Mausergeweer. Zijn zakelijke successen liepen parallel aan zijn toenadering tot het naziregime: al vroeg steunde hij Hitler financieel en in 1937 werd hij benoemd tot Wehrwirtschaftsführer, een eretitel voor industriëlen die essentieel waren voor de oorlogsvoering.
Een bijzondere en wrange rol speelt Magda Ritschel, Quandts tweede echtgenote. Na hun scheiding trouwde zij met Joseph Goebbels en werd zo een van de bekendste vrouwen van het Derde Rijk. Hun zoon Harald groeide op in de schaduw van deze geschiedenis en nam na de oorlog samen met zijn halfbroer Herbert de leiding over delen van het familie-imperium, waaronder het batterijbedrijf VARTA.
Herbert Quandt, wellicht de bekendste naam buiten Duitsland, redde eind jaren vijftig BMW van de ondergang door een omvangrijke kapitaalinjectie. Daarmee legde hij de basis voor het moderne succes van het merk. Tegelijkertijd onthult Uitzinger zijn betrokkenheid bij grootschalige dwangarbeid tijdens de oorlog. In Hannover liet de familie zelfs een eigen kamp bouwen, waar de sterfte onder arbeiders structureel werd ingecalculeerd. Wie niet meer kon werken, werd vervangen; wie weerstand bood, riskeerde executie.
Dat Günther en Herbert Quandt na de oorlog nooit zijn veroordeeld, blijkt mede het gevolg van politieke keuzes. Belangrijke documenten over hun rol in de nazistaat bleven onder beheer van de Britse bezettingsmacht en werden niet vrijgegeven. De strategische waarde van de batterijproductie woog zwaarder dan gerechtigheid.
Het boek maakt ook de sprong naar het heden. Susanne Klatten, dochter van Herbert en tegenwoordig een van de rijkste vrouwen van Europa, beheert haar aandeel in BMW via investeringsmaatschappij SKion. Haar privéleven haalde in 2007 onverwacht de media toen zij slachtoffer werd van afpersing door een Zwitserse oplichter. Door naar buiten te treden, doorbrak zij — tegen de familietraditie in — het stilzwijgen, maar bracht ze opnieuw ongewenste aandacht op de naam Quandt.
De publicatie van de NDR-documentaire Das Schweigen der Quandts in 2007 vormde een kantelpunt. Overlevenden en historici brachten naar buiten hoe dwangarbeiders in Quandt-fabrieken werden blootgesteld aan giftige stoffen en hoe honderden van hen in de laatste oorlogsdagen werden gedeporteerd en vermoord, onder meer bij het bloedbad van Gardelegen in april 1945.
De zwijgende miljardairs is geen lichte lectuur. Uitzinger toont hoe economische grootheid kan rusten op moreel failliet, en hoe stilzwijgen generaties lang kan voortduren — totdat iemand de moed heeft het te doorbreken.
Recensie: Martha Aelvoet
← overzicht – Wegen naar macht

Submit your review | |
