Dius
Formaat: Paperback Auteur: Stefan Hertmans Genre: fictie Uitgeverij: De Bezige Bij Gepubliceerd: 2024 Pagina's: 320 Taal: nederlands ISBN: 9789403133836 Gewicht: 419 Grootte: 136mm x 215mm Tags: De bezige bij | fictie | roman | Stefan HertmansStefan Hertmans‘ Dius is een meesterlijke roman die je vanaf de eerste bladzijde meesleurt in het leven van een onconventionele kunstenaarsziel. Het verhaal begint wanneer de jonge student Dius onverwachts bij zijn docent Anton aanbelt en hem een onvoorwaardelijke vriendschap aanbiedt. Deze ongewone ontmoeting vormt het startpunt van een complexe en ontroerende relatie die de levens van beide mannen ingrijpend zal veranderen.
Hertmans weet op overtuigende wijze de leefwereld van Dius te schetsen, een wereld die gekenmerkt wordt door een diep verlangen naar een andere tijd, een tijd van polders, sublieme schilderkunst en ongerepte schoonheid. Dius is een man die zich niet thuis voelt in de moderne wereld en troost zoekt in de kunst en de natuur. Zijn obsessie met het verleden en zijn onvermogen om zich aan te passen aan de realiteit maken hem tot een tragische, maar tegelijkertijd ook fascinerende figuur.
De band tussen Dius en Anton is er een van wederzijdse fascinatie en onbegrip. Anton, een meer pragmatische en rationele man, wordt aangetrokken door de passie en het idealisme van Dius, maar hij worstelt ook met zijn excentrieke gedrag en zijn wereldvreemdheid. Hun vriendschap is intens en complex, vol momenten van intimiteit en vervreemding.
Hertmans beschrijft op prachtige wijze de kunstwereld en de zoektocht naar erkenning. Dius is een getalenteerd schilder maar zijn onconventionele stijl en zijn gebrek aan commercieel inzicht staan een doorbraak in de weg. Hij blijft vasthouden aan zijn artistieke principes, zelfs als dit betekent dat hij in armoede en isolement moet leven. De roman toont op pijnlijke wijze hoe moeilijk het kan zijn voor een kunstenaar om zijn weg te vinden in een wereld die vaak meer waarde hecht aan uiterlijk succes dan aan authentieke expressie.
Dius is zoveel meer dan alleen een verhaal over een kunstenaar, het is ook een reflectie op de vergankelijkheid van schoonheid en de littekens die het leven ons toebrengt. Hertmans weet op subtiele wijze thema’s als verlies, spijt en de zoektocht naar betekenis aan te raken. De roman is doordrenkt van melancholie, maar er is ook een sprankje hoop, de hoop dat schoonheid, hoe dan ook, uiteindelijk zal overwinnen.
De schrijfstijl van Hertmans is meeslepend en poëtisch. Hij weet met zijn prachtige beschrijvingen van de natuur en de kunstwerken een levendige sfeer te creëren. De dialogen zijn scherp en intelligent, en de personages zijn levensecht en complex. Hertmans weet de lezer te raken met zijn empathische portrettering van Dius en Anton, en hij laat je nadenken over de grote vragen van het leven.
Dius is een onvergetelijke roman die je nog lang na het lezen zal bijblijven. Het is een prachtig en ontroerend verhaal over een bijzondere kunstenaar, over vriendschap, liefde en de zoektocht naar schoonheid in een wereld die vaak lelijk en hard is. Een absolute aanrader voor iedereen die van literatuur houdt die tot nadenken stemt en die je raakt in het diepst van je ziel. Hertmans heeft met deze roman een meesterwerk gecreëerd dat zich kan meten met de grote schildersbiografieën uit het verleden. De roman is een ode aan de kunst en aan de menselijke ziel, en een bewijs van de kracht van de literatuur om ons te verbinden met andere levens en andere tijden.

Submit your review | |
Het boek vraagt geduld, maar beloont aandacht met stille intensiteit en morele diepgang voor de aandachtige lezer. Vier sterren zeker waard.
Sommige beelden openen zich pas na langdurige contemplatie: wie blijft kijken, ziet hoe een scène zich verdicht tot betekenis. Zeldzamer is de omgekeerde ervaring, waarin taal zich zo langzaam verzadigt dat zij ophoudt verhaal te zijn en zich als een beeld voor je ontvouwt. Die merkwaardige verschuiving voltrok zich bij het lezen van Dius, de roman van Stefan Hertmans. Het lezen werd kijken, de tijd werd verf, zinnen begonnen zich te gedragen als lagen olieverf die elkaar niet verdringen, maar dragen.
De aarzeling die mij aanvankelijk overviel had minder met wantrouwen te maken dan met overvloed. Hertmans’ proza is hier nietsontziend zintuiglijk. Alles krijgt zijn gewicht: tinten, aroma’s, tactiliteit, het spel van licht op oppervlakken, de smaak van het leven zelf. Voor wie geneigd is tot het liefhebben van lacunes, tot het koesteren van het onuitgesprokene, kan die rijkdom aanvankelijk benauwen. Het boek dwingt je niet vooruit, maar naar binnen, en vraagt om een leeshouding die dichter bij stilstaan ligt dan bij voortgang. Pas toen ik die eis accepteerde, veranderde weerstand in ontvankelijkheid.
Er deed zich een omslagpunt voor — niet spectaculair gemarkeerd, maar onmiskenbaar. Plotseling bleek dat de overvloed geen versiering was, maar voorwaarde. Het verhaal wilde niet verteld, maar bekeken worden. Wie zich laat opnemen in die manier van lezen, ontdekt dat de narratieve motor pas aanslaat wanneer de beschrijvingen hun werk hebben gedaan. Zoals een schilderij zijn onderwerp pas prijsgeeft nadat het oog de penseelvoering heeft leren volgen, zo openbaart Dius zich pas wanneer je de minutie van de taal toelaat. De roman wordt dan een ruimte waarin je staat, niet een lijn die je volgt.
Die ervaring herhaalt zich: telkens weer vertraag je, telkens weer verdicht de tekst zich tot iets dat onder de oppervlakte een andere orde onthult. Wat daar zichtbaar wordt, heeft iets archaïsch. Het boek herneemt oervertellingen zonder ze te herhalen: over verbondenheid en breuk, over verlangen dat zich niet laat vervullen, over het menselijk verblijf op aarde als een ambacht dat oefening vergt. Het gaat over maken — schilderen, schrijven, componeren — maar ook over het werk van handen in hout, stof, aarde. Scheppen verschijnt hier niet als verheven daad, maar als vorm van zwoegen, een dagelijkse discipline die evenzeer kan troosten als pijnigen.
Het is verleidelijk om te zwijgen over de intrige en te blijven bij de dingen zelf: de meubels die door Dius met een bijna monastieke toewijding worden vervaardigd. Ze bezitten een aanwezigheid die verder gaat dan decor. Elk object lijkt bezield door de aandacht waarmee het is gemaakt, elk meubel draagt sporen van tijd, herinnering en affect. Ze krijgen karakter, geschiedenis, zwijgende intenties. In een van die creaties schuilt zelfs een brief — verborgen in het hart van het object — alsof taal pas werkelijk kan spreken wanneer zij zich terugtrekt in materie.
Gaandeweg dringt een merkwaardige gedachte zich op: deze meubels bestaan niet, behalve in taal. Toch wekken ze een overtuigingskracht die maakt dat je ze herkent, liefhebt, misschien zelfs mist. Hier voltrekt zich een omkering: de fictie is tastbaar, terwijl de werkelijkheid — de schrijver achter de woorden — zich juist opdringt. Zelden gebeurt het dat een auteur, die ik tijdens het lezen meestal zorgvuldig buiten beeld houd, zich zo nadrukkelijk laat vermoeden. Niet door autobiografische echo’s, maar door de tomeloze arbeid die uit de zinnen spreekt. Wat hier in woorden is gebouwd en geschilderd, verraadt een verregaande intimiteit met de beeldende kunst, met vorm en ruimte, met het morele gewicht van schoonheid.
Het roept de vraag op naar verlangen en beperking. Wie zo diepgaand kan schrijven over schilderen en maken, moet ook de pijn kennen van het niet zelf kunnen doen — of van het te laat zijn, het missen van een afslag. Dat besef van oningelost potentieel, van verlangens die zich niet laten realiseren, loopt als een onderstroom door het boek. De personages worden erdoor voortgedreven en verlamd tegelijk. Liefde voor schoonheid blijkt een tweesnijdend zwaard: zij voedt, maar eist ook haar tol.
Daarnaast is Dius een roman die voortdurend in gesprek is met de kunstgeschiedenis. Namen, werken en stijlen flitsen voorbij, niet als etalage van eruditie, maar als vanzelfsprekend referentiekader. Lezen wordt hier een associatieve tocht, die je verleidt tot omwegen: zoeken, kijken, vergelijken, verdwalen. Je keert telkens terug naar de tekst met een bagage die rijker is geworden, alsof het boek je niet alleen leest, maar ook onderwijst — zonder ooit didactisch te worden.
Pas laat in het verhaal wordt de emotionele inzet onontkoombaar. Wanneer de roman zich verplaatst naar een afgelegen Italiaanse omgeving, waar kwetsbaarheid en afzondering samenkomen, versnelt de tijd. De lezer voelt het naderende onheil en wil tegelijk vertragen, het onvermijdelijke nog even opschorten. Die spanning maakt de ontknoping des te aangrijpender. Wanneer het boek sluit, blijft het beeld nagloeien — en komt de ontlading. Alsof je na lange tijd kijken plots beseft wat je gezien hebt, en wat je nu moet loslaten.
