Eet meer mensenvlees
Met Eet meer mensenvlees heeft Aafke Romeijn een boek samengesteld dat tegelijk bloemlezing, hommage en herlezing is. Ze bundelt een reeks kortverhalen van Ferdinand Bordewijk, maar haar project reikt verder dan het louter samenbrengen van teksten. Romeijn nodigt de lezer uit om Bordewijk opnieuw te bekijken: niet alleen als de auteur van strenge romans als Karakter, maar als een van de meest eigenzinnige kortverhalenschrijvers uit de Nederlandse literatuur.
De titel van het boek verwijst naar het verhaal Eet meer mensenvlees, waarin een groteske culinaire propaganda de lezer aanmoedigt tot gerechten als Grondwerker-goulash, Sovjetworst en Ambassadeurskop. Het is een vondst die tegelijk komisch en ontregelend is, en precies toont wat Bordewijks verhalen zo sterk maakt: een hoekige, staccato stijl, een bijna barokke fantasie en een duistere humor die vaak ongemerkt omslaat in satire. Bordewijk presenteert zijn absurditeiten met een bijna bureaucratische ernst, waardoor het groteske nog scherper naar voren komt.
Romeijns zorgvuldige selectie laat zien hoe breed het werk van Bordewijk eigenlijk wel is. Zijn verhalen bewegen zich tussen magisch realisme, satire en groteske fantasie. In het ene verhaal tilt een man met een krik de Noordzee op, in een ander krijgen we een tragikomisch inkijkje in de advocatenwereld. De werkelijkheid wordt telkens een fractie verschoven, alsof er onder de keurige façade van de burgerlijke samenleving een andere logica schuilgaat.
In die zin staat Bordewijk niet alleen. Zijn werk doet denken aan de nachtmerrieachtige bureaucratieën van Franz Kafka, waar de mens eveneens gevangen raakt in systemen die tegelijk absurd en onontkoombaar zijn. Net als Kafka schept Bordewijk werelden waarin regels, hiërarchieën en obsessies een bijna autonome, allesoverheersende macht krijgen. Tegelijk heeft zijn onbegrensde verbeelding iets gemeen met het duistere absurdisme van Daniil Kharms, die in korte, bizarre vertellingen de werkelijkheid laat kantelen naar het ongerijmde.
Ook binnen de Nederlandse literatuur valt Bordewijk in een eigen maar herkenbare traditie te plaatsen. Zijn droge ironie en satirische blik op burgerlijke conventies raken soms aan het werk van Willem Elsschot, al is Bordewijk minder mild en aanzienlijk grotesker. Waar Elsschot het kleinmenselijke blootlegt met een melancholische glimlach, zet Bordewijk zijn personages onder een hard, bijna expressionistisch licht.
Wat al deze verwantschappen verbindt, is een fascinatie voor de schemerzone van de menselijke geest. Bordewijks personages – ambtenaren, advocaten, burgers en zonderlingen – bewegen zich vaak op de grens van karikatuur. Hun gedrag is mechanisch, hun obsessies uitvergroot, hun wereld strak geordend. Maar juist in die uitvergroting verschijnt iets wezenlijks: de angst, ijdelheid en machtsdrift die onder de oppervlakte van het dagelijks leven sluimeren.
Romeijns bloemlezing maakt duidelijk hoe verrassend modern deze verhalen nog altijd aanvoelen. De korte, harde zinnen, de onwrikbare logica van het absurde en de satirische ondertoon sluiten opvallend goed aan bij hedendaagse literaire gevoeligheden. Bordewijk schrijft alsof hij de werkelijkheid met passer en scalpel ontleedt: alles wordt scherp afgetekend, maar onder dat strakke oppervlak kolkt een wereld van morele verwarring en zwarte humor.
Eet meer mensenvlees laat zo zien dat Bordewijk niet alleen de architect was van monumentale romans, maar ook een meester van het korte, bizarre en satirische proza. Door deze verhalen samen te brengen, toont Romeijn hoe Bordewijk zich moeiteloos laat plaatsen naast Europese meesters van het groteske en het absurde. Tegelijk blijft hij onmiskenbaar zichzelf: een schrijver die met een paar pagina’s een universum kan bouwen waarin het komische en het macabere elkaar voortdurend in de ogen kijken.
Recensie: Gé Van Gerwen
← overzicht – Het rampzalige bezoek aan de dierentuin

Submit your review | |
Pittige verhalen van Bordewijk. Niet voor iedereen misschien, maar ik vond het wel een intrigerend boek.
