En de zon gaat op
Formaat: Paperback Auteur: Ernest Hemingway Genre: fictie Uitgeverij: LJ Veen Klassiek Gepubliceerd: 2026 Pagina's: 269 Taal: nederlands ISBN: 9789020418620 Gewicht: 328 Vertaler: W.A. Fick-Lugten Grootte: 136mm x 212mm Tags: Ernest Hemingway | fictie | LJ Veen Klassiek | romanDe roman En de zon gaat op van Ernest Hemingway behoort tot de boeken die tegelijk tijdsdocument en existentiële roman zijn. Wat op het eerste gezicht een relatief eenvoudige vertelling lijkt over een groep jonge Amerikanen en Britten die zich in het Parijs van de jaren twintig en tijdens het stierenfestival in Pamplona overgeven aan drank, reizen en vluchtige liefdes, ontvouwt zich gaandeweg als een nauwkeurig portret van een generatie die na de Eerste Wereldoorlog haar morele kompas heeft verloren. Hemingway beschrijft die ervaring met een opmerkelijke soberheid. De roman is niet zozeer opgebouwd uit dramatische gebeurtenissen als wel uit gesprekken, blikken, korte verplaatsingen en lange nachten in cafés. Toch groeit uit dat ogenschijnlijk losse geheel een subtiel maar hard portret van ontreddering.
De verteller Jake Barnes, een Amerikaanse journalist in Parijs, beweegt zich in een kring van expats die door Hemingway met grote precisie worden neergezet. Ze drinken voortdurend, reizen impulsief en lijken voortdurend onderweg zonder ooit ergens werkelijk aan te komen. De roman opent in een Parijs dat tegelijk levendig en leeg is: een stad vol cafés, bars en taxi’s waarin de personages zich bewegen alsof ze het leven willen inhalen dat hun door de oorlog is afgenomen. In deze wereld verschijnt Lady Brett Ashley, de vrouw rond wie de spanningen van het boek zich concentreren. Haar aantrekkingskracht is immens, maar ze is ook rusteloos en ongrijpbaar. Jake houdt van haar, maar een oorlogswond heeft hem impotent gemaakt, waardoor hun relatie per definitie onmogelijk blijft. Dat gegeven, dat Hemingway zonder pathetiek introduceert, fungeert als een stille kern van het boek: verlangen dat nooit kan worden vervuld.
Wat van deze Hemingway een buitenbeentje in zijn oeuvre maakt, is de manier waarop hij die emotionele situatie vormgeeft. Zijn stijl is beroemd geworden om zijn soberheid, maar in En de zon gaat op blijkt die soberheid vooral een strategie van weglating. De gevoelens van de personages worden zelden uitgesproken; ze verschijnen in wat er niet wordt gezegd, in abrupte stiltes of in dialogen die langs de essentie heen lijken te praten. Juist daardoor ontstaat een gevoel van authenticiteit. De lezer krijgt het idee getuige te zijn van echte gesprekken, waarin mensen hun eigen emoties vaak niet volledig begrijpen.
De reis naar Spanje vormt het tweede, meer geconcentreerde deel van de roman. In Pamplona, tijdens het stierenfestival van San Fermín, bereikt het verhaal zijn dramatische kern. De feestelijke chaos van het festival — drank, muziek, stierenrennen en arena’s — contrasteert scherp met de innerlijke leegte van de personages. In deze omgeving verschijnt ook de jonge stierenvechter Pedro Romero, die voor Jake en zijn vrienden een bijna mythische figuur wordt. Romero belichaamt een soort zuiverheid en discipline die zij zelf verloren hebben. Zijn omgang met de stier is geen spektakel maar een vorm van kunst, een ritueel waarin moed en controle samenkomen. Voor Jake is het stierenvechten een zeldzaam moment waarop hij nog iets van orde en betekenis in de wereld kan herkennen.
De aanwezigheid van Romero versterkt ook de spanningen binnen de groep. Brett raakt door hem gefascineerd, wat leidt tot jaloezie en ruzies, vooral met de agressieve Robert Cohn. Deze conflicten laten zien hoe broos de vriendschappen in de roman eigenlijk zijn. Onder het oppervlak van ironie en kameraadschap schuilen rivaliteit, frustratie en onverwerkt trauma. Hemingway beschrijft die spanningen zonder dramatische uitbarstingen; ze sluipen het verhaal binnen via kleine vernederingen, misverstanden en half uitgesproken verwijten.
Wat En de zon gaat op uiteindelijk zo indringend maakt, is de manier waarop het de ervaring van de zogenaamde “lost generation” vormgeeft zonder expliciete verklaringen. Hemingway toont een generatie die zich beweegt tussen vermoeid cynisme en een wanhopig verlangen naar intensiteit. Alcohol, reizen en romantische avonturen fungeren als tijdelijke ontsnappingen, maar nergens vinden de personages werkelijk houvast. Zelfs de momenten van schoonheid — een landschap in de Pyreneeën, een perfecte stierengevechtsscène — blijven tijdelijk.
De beroemde slotpagina van de roman vat die ervaring samen in een korte dialoog tussen Jake en Brett. Nadat hun onmogelijke relatie nog eenmaal wordt aangeraakt, zegt Brett dat ze samen een prachtig leven hadden kunnen hebben. Jake antwoordt: “Isn’t it pretty to think so?” In die ene zin ligt de hele melancholie van het boek besloten: het besef dat sommige verlangens alleen in de verbeelding kunnen bestaan.
In literaire zin markeert En de zon gaat op een belangrijk moment in de twintigste-eeuwse roman. Hemingway toont hoe een verhaal kan worden opgebouwd uit observaties en dialogen zonder dat de auteur voortdurend uitlegt wat ze betekenen. De roman vertrouwt op de intelligentie van de lezer en op de kracht van suggestie. Daardoor voelt het boek nog altijd opmerkelijk modern.
Wat overblijft na het lezen is niet zozeer een plot, maar een stemming: het gevoel van lange nachten, lege ochtenden, treinen die vertrekken en gesprekken die nooit helemaal worden afgemaakt. Hemingway schrijft over een generatie die haar richting kwijt is, maar doet dat met een stijl die zelf opmerkelijk helder en beheerst blijft. Juist die spanning — tussen innerlijke chaos en uiterlijke eenvoud — maakt En de zon gaat op tot een roman die zijn tijd ver overstijgt.
Recensie: Gerard de Laene – de Verviers
← overzicht – De oude man en de zee

Submit your review | |
