Helden zonder glorie
Formaat: Paperback Auteur: Ferdia Lennon Genre: fictie Uitgeverij: Meridiaan Uigevers Gepubliceerd: 2026 Pagina's: 335 Taal: nederlands ISBN: 9789493305854 Gewicht: 436 Vertaler: Peter Valkenet Grootte: 128mm x 207mm Tags: Ferdia Lennon | fictie | Meridiaan Uitgevers | romanMet Helden zonder glorie betreedt Ferdia Lennon een terrein dat tegelijk overbekend en verraderlijk is: de klassieke oudheid als decor voor een roman die meer wil zijn dan een historische reconstructie. De valkuil ligt voor de hand — plechtstatigheid, afstand, een verstarde eerbied voor het verleden — maar Lennon ontwijkt die met een opmerkelijke lichtheid. Zijn roman speelt zich af in 412 v.Chr., in de nasleep van de mislukte Siciliaanse expeditie van Athene, maar weigert hardnekkig om zich te gedragen als een traditionele historische roman. Wat hij in de plaats biedt, is een levendig, soms ronduit brutaal spel met perspectief, toon en betekenis.
Het uitgangspunt is even eenvoudig als absurd: twee pottenbakkers besluiten een groep uitgehongerde Atheense krijgsgevangenen een tragedie van Euripides te laten opvoeren, in ruil voor voedsel. In die premisse ligt meteen de dubbele beweging besloten die de roman aandrijft. Enerzijds is er de rauwe, onontkoombare werkelijkheid van oorlog en vernedering; anderzijds is er de kunst, hier in haar meest kwetsbare vorm, als iets wat niet zozeer troost biedt, maar een tijdelijke ordening schept in de chaos. Lennon lijkt minder geïnteresseerd in de vraag of kunst de wereld kan redden, dan in wat er gebeurt wanneer mensen zich eraan vastklampen terwijl alles rondom hen instort.
Op stilistisch vlak maakt hij een keuze die niet zonder risico is: zijn personages spreken en denken in een taal die nadrukkelijk hedendaags aandoet. Dat creëert een vorm van anachronisme die puristen wellicht zal storen, maar die tegelijk een essentieel onderdeel vormt van de roman. Door de afstand tot het verleden te verkleinen, vermijdt Lennon dat de oudheid een museum wordt; hij maakt er een ruimte van die beweegt, botst en ademt. De soldaten, de ambachtslieden, de gevangenen — het zijn geen marmeren figuren, maar lichamen en stemmen die zich aandienen met een directheid die soms wrang, soms komisch is. Het gevolg is een voortdurende spanning tussen historische setting en moderne gevoeligheid, die de lezer dwingt om het verleden niet als afgesloten te beschouwen, maar als iets dat in zekere zin nog altijd doorwerkt.
Die spanning vertaalt zich ook thematisch. Helden zonder glorie ondergraaft systematisch het idee van heldendom. De titel is in dat opzicht programmatisch: de personages zijn geen overwinnaars, geen strategen, geen figuren die zich in de geschiedenisboeken hebben ingeschreven. Ze zijn, in de meest letterlijke zin, overlevenden — mensen die proberen een minimale vorm van waardigheid te behouden in omstandigheden die dat nauwelijks toelaten. De keuze om juist hen centraal te stellen, verschuift de focus van grootse historische gebeurtenissen naar de alledaagse, vaak vernederende realiteit die eraan ten grondslag ligt.
Tegelijk is de roman doordrongen van een zekere speelsheid, die voorkomt dat het geheel verzandt in louter somberheid. De onderneming van de pottenbakkers — het organiseren van een toneelopvoering in een context van honger en wanhoop — heeft iets ongerijmds, iets wat voortdurend balanceert tussen ernst en ironie. Lennon lijkt zich bewust van die ambiguïteit en benut die ten volle: de tragedie binnen de roman wordt omgeven door situaties die het pathetische ondergraven, zonder het volledig te ontkrachten. Het resultaat is een tekst die zich niet laat reduceren tot één toon, maar die laveert tussen registers.
Wat de roman uiteindelijk toch wel erg bijzonder maakt, is niet zozeer de historische setting of het originele uitgangspunt, maar de manier waarop Lennon die elementen inzet om vragen te stellen die nauwelijks aan actualiteit hebben ingeboet. Wat betekent het om mens te blijven in omstandigheden die dat mens-zijn voortdurend onder druk zetten? Welke rol kan kunst spelen wanneer ze ontdaan is van haar institutionele context en herleid wordt tot een bijna wanhopige improvisatie? En in welke mate is beschaving meer dan een dunne laag die bij de eerste de beste crisis afbladdert?
Helden zonder glorie biedt geen eenduidige antwoorden op die vragen, en dat is wellicht zijn grootste verdienste. Lennon schrijft geen roman die wil overtuigen of onderwijzen, maar een die ruimte laat voor ambiguïteit en frictie. Hij neemt het risico om de lezer niet volledig houvast te geven, en precies daardoor blijft de tekst nazinderen. In een tijd waarin historische romans vaak neigen naar het geruststellende of het didactische, kiest Lennon voor iets minder comfortabels: een verhaal dat de lezer dwingt om zich te verhouden tot een verleden dat tegelijk vreemd en ongemakkelijk herkenbaar is.
Recensie: Elke Haenen
← overzicht – Dagboek van de oudheid

Submit your review | |
