Jo Claes speelt in Het onvermogen een subtieler spel dan in veel hedendaagse thrillers. De spanning zit niet zozeer in plotwendingen of spectaculaire onthullingen, maar in het trage afbrokkelen van zekerheden. Thomas Berg is geen feilloze speurder, hij is iemand die zich, net als de lezer, laat verleiden tot te snelle conclusies. Dat gegeven geeft de roman een extra laag: wat betekent het om iets te “weten” in een context waarin elk detail meerdere betekenissen kan dragen?
De stijl van Claes is sober en gecontroleerd. Hij vermijdt nadrukkelijk effectbejag en kiest voor een heldere, functionele taal die ruimte laat voor ambiguïteit. Juist daardoor krijgen kleine verschuivingen in perspectief gewicht. Dialogen zijn spaarzaam maar doelgericht, en de beschrijvingen — van het bos, van interieurs, van lichamen — hebben een kille precisie die de thematiek van vervreemding versterkt.
Toch schuilt in die beheersing ook een zekere beperking. De roman blijft trouw aan de structuur van de reeks en zoekt zelden de rand op. Waar de thematiek uitnodigt tot ontregeling of formeel experiment, kiest Claes voor beheersing en herkenbaarheid. Dat maakt Het onvermogen tot een bijzonder consistente, maar niet noodzakelijk verrassende leeservaring.
Wat overeind blijft, is een boek dat meer doet dan een misdaad oplossen. Het legt de nadruk op het falen dat voorafgaat aan elke oplossing: het menselijke onvermogen om de werkelijkheid volledig te doorgronden, om de juiste verbanden te leggen, om niet te dwalen. In die zin is dit geen thriller die zijn lezer enkel wil meeslepen, maar ook een die hem — zij het voorzichtig — aan het denken zet over de broosheid van inzicht.
Recensie: Carlo Corstjens

Submit your review | |
