Hotel De Wereld
In Hotel De Wereld brengt Frank Westerman een reeks reportages samen die zich afspelen op de breuklijnen van de postkoloniale geschiedenis. Verhalen met titels als Het Tortillagordijn, In de schaduw van het Lichtend Pad en Deadlock Holiday vormen samen een mozaïek van landen waar hoop en ontgoocheling elkaar hebben afgewisseld.
De volledige titel – Hotel De Wereld. Wageningen, Suriname en andere postkoloniale tragedies – maakt meteen duidelijk waar het boek om draait. Westerman put uit reportages die hij als jonge verslaggever begin jaren negentig in Latijns-Amerika schreef, aangevuld met recente observaties die laten zien hoe sommige oude dromen zijn vastgelopen of ontspoord.
Een van de nieuwe hoofdstukken richt zich op Nicaragua, ooit het symbool van revolutionair idealisme. Met Daniel Ortega en Rosario Murillo aan de macht beschrijft Westerman hoe de revolutie uiteindelijk zichzelf heeft verslonden. De schrijver kijkt daarbij ook kritisch naar zijn eigen vroegere enthousiasme, dat hij achteraf typeert als collectieve goedgelovigheid.
In Colombia volgt hij de sporen van twee iconen die elkaars tegenpolen lijken: Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez en drugsbaron Pablo Escobar. Literatuur en geweld, taal en kogels — Westerman onderzoekt welke nalatenschap het land vandaag de dag het meest heeft gevormd.
Bolivia vormt het decor voor een bijna detectiveachtige zoektocht naar het verdwenen lichaam van Che Guevara. Na zijn executie in 1967 werd zijn graf zorgvuldig verborgen om te voorkomen dat het zou uitgroeien tot een mythische plek voor revolutionairen. Het resultaat is een verhaal over mythevorming en angst voor symbolen.
Het titelverhaal speelt zich af in Wageningen, een landbouwkolonie in Suriname die ooit vanuit Nederland werd opgezet. Voor de onafhankelijkheid gold het dorp als toonbeeld van vooruitgang; daarna werd het symbool van een ongewenst koloniaal verleden. Westerman beschrijft wat er rest van deze gemeenschap, opgeslokt door moeras en politieke verwaarlozing, en durft daarbij de ongemakkelijke vraag te stellen of het koloniale project uitsluitend destructief is geweest.
Niet alle bijdragen zijn even sterk. Het hoofdstuk over de wisselende modes in ontwikkelingssamenwerking voelt bekend en mist verrassing: steunbeleid blijkt vooral afhankelijk van de politieke kleur van opeenvolgende Nederlandse kabinetten.
Wat de bundel bijeenhoudt, is Westermans persoonlijke betrokkenheid. Zijn eigen loopbaan — van landbouwingenieur en ontwikkelingswerker tot schrijver — loopt als een onderstroom door de teksten. Teleurgesteld in de praktische hulpverlening koos hij voor de pen, een beslissing die zowel hemzelf als zijn lezers veel heeft opgeleverd.
De stijl is herkenbaar: zorgvuldig opgebouwd, rijk aan beelden, met oog voor detail en ruimte voor twijfel. Westerman combineert scherpe observaties met empathische gesprekken en laat zien hoe nieuwsgierigheid en zelfkritiek samen kunnen gaan.
Misschien had een afsluitend essay over de huidige politieke verschuivingen in Latijns-Amerika — waar linkse regeringen terrein verliezen aan rechtse — het boek een extra laag kunnen geven. Kiezers lijken zich steeds minder door ideologie te laten leiden en steeds meer door ongeduld en pragmatisme.
Maar mogelijk is dat juist niet Westermans ambitie. De kracht van Hotel De Wereld schuilt erin dat het geen sluitende antwoorden biedt, maar de lezer achterlaat met vragen die blijven knagen.
Recensie: Lennert Geijs

Submit your review | |
