No Image Available

Ik, Jan Cremer

 Formaat: Paperback  Auteur: Jan Cremer  Genre: fictie  Uitgeverij: De Bezige Bij  Gepubliceerd: 2024  Pagina's: 389  Taal: nederlands  ISBN: 9789403134772  Gewicht: 506  Grootte: 137mm x 216mm  Tags: biografie | De bezige bij | fictie | Jan Cremer
 Recensie:

Toen Jan Cremer in 1964 Ik, Jan Cremer publiceerde, voelde het alsof iemand een steen door het raam van de Nederlandse literatuur gooide en vervolgens, zonder zich te verontschuldigen, door het gat naar binnen stapte. De roman werd niet alleen gelezen, maar verslonden, verguisd, in sommige kringen verboden en in andere heimelijk gekoesterd. Cremer presenteerde zich niet louter als schrijver, maar als fenomeen. Hij was tegelijk auteur, personage, merk en mythe. Dat samenvallen van leven en literatuur maakte van zijn debuut meer dan een boek: het werd een culturele gebeurtenis.

Op het eerste gezicht is Ik, Jan Cremer een autobiografisch getinte zwerftocht van een jonge rebel die zich losrukt uit het naoorlogse, benauwde Nederland. De verteller trekt de wereld in, bemint vrouwen met een tomeloze gulzigheid en herschept zichzelf telkens opnieuw. Maar onder de bravoure en het borstklopperige ritme schuilt een fundamentele honger naar vrijheid. Het boek is minder een klassieke ontwikkelingsroman dan een explosieve zelfverklaring. Cremer schrijft niet om begrepen te worden; hij schrijft om ruimte te claimen.

Zijn stijl is daarbij zijn belangrijkste wapen. De zinnen zijn kort, fysiek, ritmisch. Ze ruiken naar olie, leer en asfalt. Waar veel naoorlogse literatuur moralistisch of psychologisch verfijnd was, kiest Cremer voor directheid en overdrijving. Critici verweten hem stilistische armoede, maar die schijnbare ruwheid is precies de kern van het project. Ik, Jan Cremer is geen roman die zich inschrijft in een keurige traditie, het is een manifest vermomd als schelmenverhaal. De hyperbool is geen zwaktebod, maar een strategie. Door zichzelf groter dan het leven af te beelden, verzet Cremer zich tegen een wereld die hij als te klein en te braaf ervaart.

De figuur Cremer is minstens zo intrigerend als het boek. Hij begreep vroeg dat auteurschap ook performance is. Met leren jas, motor en internationale escapades cultiveerde hij het imago van de ongetemde kunstenaar. Hij was schilder, reiziger, vrouwenveroveraar en enfant terrible in één. Natuurlijk was dat deels pose, maar het was een pose die werkte. Cremer brak de verstikkende ernst van de wederopbouwjaren open en gaf stem aan een generatie die genoeg had van zuilen, dominees en ingeslikte verlangens. In die zin is Ik, Jan Cremer een kantelpunt: het boek loopt vooruit op de seksuele revolutie en op het idee dat identiteit geen gegeven is, maar een creatie.

Toch is het onmogelijk het werk vandaag te lezen zonder ook de schaduwzijden te zien. De vrouwen in het boek fungeren vaak als decor in het zelfmythologiserende universum van de verteller. Ze worden begeerd, veroverd, achtergelaten. Wat in 1964 als bevrijdend en grensverleggend gold, kan nu egocentrisch of gratuit aandoen. Het boek is een monument van mannelijke overmoed en precies daardoor ook een scherp tijdsdocument. Het legt niet alleen de bevrijding bloot, maar ook de blinde vlekken van die bevrijding.

Intrigerend is bovendien de manier waarop Cremer speelt met waarheid en verzinsel. Hoeveel van het vertelde is feitelijk gebeurd, hoeveel is opgeblazen of verzonnen? Uiteindelijk blijkt die vraag minder relevant dan ze lijkt. Door zichzelf in taal te construeren, schept Cremer zijn eigen identiteit. De roman is een zelfgeboorte in drukinkt. De waarheid is niet zozeer historisch als existentieel: het gaat om het gevoel van onstuitbare drang, om de noodzaak zichzelf te definiëren tegen alles en iedereen in.

Zestig jaar later is de schok van toen historisch geworden. Wat resteert, is een rauwe energie die nog altijd voelbaar is, al hebben niet alle passages de tand des tijds even goed doorstaan. Sommige bravourestukken zijn repetitief, sommige uitweidingen vermoeiend in hun nadrukkelijke zelfverheerlijking. Maar zelfs waar het boek over de rand gaat, blijft het vitaal. Het weigert beschaafd te worden.

Jan Cremer is inmiddels onderdeel geworden van het literaire landschap dat hij ooit bestreed. De rebel werd instituut, de provocateur een gevestigde naam. Toch blijft Ik, Jan Cremer zich verzetten tegen nette inkadering. Het is luid, onbeschaamd, zelfingenomen en tegelijk ontwapenend in zijn radicale verlangen naar vrijheid. Cremer schreef geen roman om aardig gevonden te worden; hij schreef om zich los te maken. En misschien is dat de blijvende kracht van dit boek: het is niet alleen een verhaal over een man, maar een explosieve daad van zelfschepping.

Recensie: Rien Koopman

overzicht Patrick Conrad

Submit your review
1
2
3
4
5
Submit
     
Cancel

Create your own review

Ik, Jan Cremer
Average rating:  
 0 reviews
Scroll naar boven
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.